Posts tonen met het label kwetsbare groepen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kwetsbare groepen. Alle posts tonen

woensdag 8 juli 2015

Van online naar offline en weer terug...

Met trots presenteer ik jullie het boek "Verantwoord werken aan veiligheid!" een initiatief van Stichting Register Docent Gevaarsbeheersing (SRDG).



Namens deze stichting ben ik als opleidingskundige de initiatiefnemer van (in eerste instantie) een open linkedin groep "Docent gevaarsbeheersing/Weerbaarheid"  en een gezamenlijk blog.

De linkedin groep telt inmiddels 212 leden en er wordt rijkelijk gediscussieerd over gevarieerde gevaarsbeheersing/weerbaarheid onderwerpen. Onze vakgroep kent vele verschillende doelgroepen en is daardoor een grote bron van kennis die we o.a. op deze manier met elkaar proberen te delen.


De schrijvers van een blog hebben extra tijd en energie gestoken in de verdieping op een bepaald onderwerp. Door de publicatie van dit boek laten wij hier onze waardering voor zien. Alle blogs van 2014 staan in dit boek.


De blogs worden in het boek afgewisseld door relevante en leerzame linkedin discussies uit onze groep.
In het boek zijn de discussies geanonimiseerd. Wij hechten er belang aan "de discussie de discussie te laten". Daarom is de tekst zoveel mogelijk gelijk gebleven.




Het boek is ingedeeld in drie delen/ hoofdstukken en is bedoeld voor docenten gevaarsbeheersing/weerbaarheid en natuurlijk alle andere geïnteresseerden:

  • Lesniveau;
  • Organisatie niveau;
  • Beschouwend niveau;
Achterin het boek vind je meer informatie over alle auteurs.


Tijdens de door SRDG georganiseerde masterclass op 13 juni 2015, mocht ik de eerste versie presenteren aan een aantal auteurs en het bestuur van de stichting.



Nu is het boek eindelijk voor iedereen verkrijgbaar via bol.com. Behalve via de link, kun je hem zoeken via de titel of het ISBN nr.: 9789402134087



Wij (SRDG) wensen je veel leesplezier!

Joost Verbrugge

zaterdag 3 januari 2015

Wil je het niet verder vertellen?

Je weet dat een leerling je volledig vertrouwt wanneer hij of zij je een geheim vertelt en met een ernstig probleem zit.
Als docent weerbaarheid en gevaarbeheersing moet je goed weten wat de wegen zijn die jij moet bewandelen om de juiste signalering en doorverwijzing te bieden.

Als judoleraar zag ik brandwonden op de arm van één van mijn leerlingen en vroeg haar hoe dat kwam. Samantha vertelde me dat haar vader een sigarettenpeuk op haar arm had uitgedrukt. Ze verzocht me het hier met niemand over te hebben.
Wat doe je in zo’n situatie?


Ze liet, op mijn verzoek, na de judoles de brandwonden op haar arm schoorvoetend nog eens duidelijk zien en vertelde wat er was gebeurd met haar arm.
De tranen stonden in haar ogen. Ook vertelde ze dat haar thuissituatie verre van stabiel was. Vader en moeder lagen in een scheiding. Ze was te laat thuis gekomen en daarom had haar vader dit als straf gedaan.

Ze vroeg mij om het er met niemand over te hebben, want als haar moeder het te horen zou krijgen, zouden de problemen alleen nog maar groter worden. 
Ik, judoleraar met nog niet zoveel ervaring, zag in haar ogen dat ze eigenlijk om hulp vroeg. Ik heb geen geheimhouding beloofd, want daarmee zou ik mij daarna verantwoordelijk kunnen gaan voelen voor het voortbestaan van de situatie.
Toch had ik een dubbel gevoel. Samantha vroeg om geheimhouding en ik vond dat ik deze ernstige mishandeling aan de kaak moest stellen. Ook kon ik niet begrijpen dat een vader zijn dochter dit zou aandoen.

Je hebt als judoleraar een vorm van beroepsgeheim, maar ook een zorgplicht. Ik moest mijn verantwoording nemen. 
De ouders (de vader in deze situatie) inlichten was geen optie. De ouders zouden het waarschijnlijk ontkennen en mogelijk het lidmaatschap van hun dochter van de judovereniging opzeggen. Dit zou ertoe kunnen leiden dat Samantha weer zou gaan zwijgen in de toekomst. 

Zo’n 25 jaar geleden bestond de meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling voor professionals helaas nog niet, maar ik wist wel van het bestaan van het AMK.
Ik vond het best spannend om naar het AMK te bellen. Ik vertelde het verhaal en ze beloofden mij dat mijn melding zou worden onderzocht. Dit liet ik Samantha ook weten.

Daarna hoorde ik niets meer van het AMK. Dat vond ik jammer.
Ik kan mij heel goed voorstellen dat het onderzoek vertrouwelijk moet plaatsvinden en dat relatieve buitenstaanders niet op de hoogte mogen worden gebracht van de stand van het onderzoek.
Ik zag geen nieuwe verwondingen bij Samantha. Als ik aan haar vroeg hoe het met haar ging, antwoordde ze oppervlakkig dat het wel goed ging. Van een onderzoek van het AMK heeft ze nooit iets gemerkt.

Ik vertrouwde erop dat het onderzoek van het AMK goed zou verlopen en een positief effect voor Samantha zou hebben.
Samantha bleef nog enkele maanden lid van de judovereniging.
Daarna besloot ze te stoppen met judo. Met een zorgelijk gemoed nam ik afscheid van haar.


In die tijd was er een AMK, maar geen meldcode, die er nu
gelukkig wel is. Ook bestaat er nu een Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG).













Meldcode maken volgens basismodel


Een meldcode beschrijft in 5 stappen wat professionals moeten doen bij vermoedens van geweld. Organisaties en zelfstandige beroepsbeoefenaren stellen een eigen meldcode op met daarin in ieder geval deze 5 stappen:



  • Stap 1: In kaart brengen van signalen. 
  • Stap 2: Overleggen met een collega. En eventueel raadplegen van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK), het Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG) of een deskundige op het gebied van letselduiding. 
  • Stap 3: Gesprek met de betrokkene(n). 
  • Stap 4: Wegen van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. En bij twijfel altijd het SHG of AMK raadplegen. 
  • Stap 5: Beslissen over zelf hulp organiseren of melden.


Circa 10 jaar later kwam ik als politieagent Samantha weer tegen in de stad. Ze was dak- en thuisloos en flink aan de drugs. Ze zwierf door Eindhoven en zag er verwaarloosd uit. Ze was in gezelschap van een tenminste twintig jaar oudere zwerver. Ze had een vest aan met lange mouwen. Met mijn professioneel oog zag ik dat prostitutie tot de mogelijkheden behoorde. Wat een hopeloze situatie. Waar was het mis gegaan? Ze herkende mij niet eens.
Op het bureau zag ik op haar naam in de computer een lange lijst, een en al ellende.

Wat had ik destijds anders moeten en misschien wel kunnen doen?


Als docent weerbaarheid en gevaarsbeheersing is het van belang om goed in te zien dat wij geen therapeuten zijn. Hier zijn (de meeste van ons) niet voor opgeleid en wij moeten beseffen waar onze verantwoordelijkheid ligt en wat onze rol is. 

Volgens, Intomart, 1997, krijgt 40% van alle Nederlandse mannen en vrouwen ooit in hun leven te maken met huiselijk geweld.
Bij meer dan 10% heeft dit tot lichamelijk letsel geleid. Maar liefst 25% van de Nederlandse bevolking heeft huiselijk geweld ervaren dat zich over een langere periode wekelijks of dagelijks voordeed.

Kortom, huiselijk geweld is één van de grootste problemen in de samenleving. Het is bovendien de vaakst voorkomende vorm van grensoverschrijdend gedrag. Daarom speelt het bij elke doelgroep: vrouwen, mannen, professionals, kinderen, gehandicapten etc.

Onze taak als docent is op een dusdanige wijze te handelen dat dit erkend wordt, zonder therapie te gaan geven.
Maar hoe doe je dat in je lessen?

  • Besef goed welke emoties het onderwerp bij jezelf oproept en probeer daar een evenwicht in te vinden.
    Dus niet alleen het stuk herbeleving, maar ook het oordelen over een situatie zoals: als je geslagen wordt in een relatie dan vertrek je toch gewoon?!
  • Signaleer de signalen van het slachtoffer.Heeft hij of zij veel blauwe plekken? Is hij of zij schrikachtig?Doet hij of zij veel uitspraken zoals: “Ik mag dat niet van mijn man…”. Onthoudt dat het signalen zijn en besef dat dit nooit meteen hoeft te betekenen dat er huiselijk geweld plaatsvindt. 
  • Als de cursist een verhaal vertelt ga er dan op in totdat diegene gekalmeerd is en verwijs dan door. 
  • Zorg ervoor dat je sociale kaart in orde is. 
  • Bespreek de situatie met een collega, docent van de klas of vertrouwenspersoon van de organisatie. Zie je wel de juiste signalen?
  • Bespreek je vermoedens met de cursist of ouders als dit mogelijk is. 
  • Meldt bij de juiste instantie zoals hierboven beschreven.



Over de blogger



Leo Verhoeven is een autoriteit op het gebied van weerbaarheid en het omgaan met agressie. Als officier van dienst bij de politie werkte Leo dagelijks met de organisatorische, juridische en mentale kanten van agressie. Inmiddels verzorgd hij al jaren verschillende trainingen omgaan met agressie voor doelgroepen als BOA’s, handhavers, BIT, BOT, verschillende agressieteams, toezichthouders, medewerkers sociale zaken, docenten, horecaportiers en kwetsbare vrouwengroepen. Hij ontwikkelde mede de A.Z. toets voor de politie Nederland, leidde IBT-docenten voor de Douane, docenten R.T.G.B. en meer dan 150 con-collega’s omgaan met agressie op.
Met twee Europees kampioenschappen jiu-jitsu, een 6e dan in judo en een 6e dan in jiu-jitsu op zijn naam, doceert Leo onder andere aan het C.I.O.S te Sittard en aan de Politieacademie. Zo leidt hij toekomstige docenten op om te werken bij defensie, politie en in de sportsector.
Gebaseerd op zijn jarenlange praktijkervaring richtte Leo ruim 15 jaar geleden bureau Op Eigen Kracht op en schreef hij het boek “Op Eigen Kracht”. Het boek is een leidraad voor weerbaarheid- en zelfverdedigingcursussen voor vrouwen.
Voor het C.I.O.S. ontwikkelde Leo met succes de opleiding instructor Gevaarsbeheersing. Deze erkende en populaire opleiding trekt al jaren cursisten uit binnen -en buitenland.

Website: op eigen kracht

vrijdag 14 november 2014

Een duivels dilemma

In de linkedingroep Docent Gevaarsbeheersing/ Weerbaarheid legde ik aan alle leden een dilemma voor waarop zeer divers gereageerd werd:

Stel je voor:

De directrice van een kleine zorginstelling vraagt jou om advies. Haar instelling heeft drie weken geleden de deuren geopend van een pand waar dakloze jongeren tijdelijk onderdak, een boterham, een kop koffie en een luisterend oor kunnen krijgen.

Het is een wat ouder pand met meerdere kleine kamers. Er zijn continue vier medewerkers in het pand die zich verdelen over de kamers. Het is nu al twee keer voorgekomen dat twee jongens met elkaar op de vuist zijn gegaan en dat het personeel ter nauwer nood veilig heeft kunnen ingrijpen. De medewerkers hebben de directrice om extra aandacht voor hun veiligheid gevraagd.




De directrice legt je drie keuzes voor:
  1. Schaf ik camera's aan om de ruimtes te observeren, zodat de andere medewerkers het zien als ze naar een andere ruimte moeten gaan om hun collega's te helpen; 
  2. Schaf ik portofoons aan, zodat de medewerkers elkaar kunnen oproepen; 
  3. Laat ik alle medewerkers een cursus van 10 lessen weerbaarheid/ gevaarsbeheersing volgen; 
De directrice heeft op dit moment de financiën voor één van de drie oplossingen. Wellicht komt er in de toekomst meer geld vrij, maar dit is niet zeker.

Ik ben benieuwd wat jij zou adviseren en waarom?


Antwoorden

Alle drie de mogelijkheden werden om verschillende redenen gekozen en af en toe kwam er zelfs een vierde mogelijkheid om de hoek. Ik heb de mogelijkheden hier proberen te categoriseren.
Iedere nieuwe reactie geef ik aan door "reactie" voor de reactie te plaatsen.

Mens

Bron:
 http://www.denkraam.info/blog/daklozen-overnachten-in-winteropvang/
"reactieMijn persoonlijke voorkeur blijft toch uitgaan naar het ontwikkelen van mensen. Portofoons en camera's zijn toch vooral (elektronische) hulpmiddelen die door mensen bedient worden. Het gevoel van veiligheid komt voor mij echt voort uit het innerlijk van de mens.

Een camera en een portofoon kán helpen bij het alarmeren van collega's. Als die collega's aansluitend niet op de juiste manier handelen is het effect echter minimaal. Ik ga dus voor het aanbieden van training. "reactieIk zou haar, als eigenaar van een beveiligingsbedrijf, gratis een RI&E analyse voorstellen en van daaruit een beveiligingsadvies op maat doen toekomen.


Een beveiligingsoplossing is geen oplossing maar vaak een lapmiddel. Vanuit het beschikbare budget gaan kijken naar meervoudige maatregelen die integrale beveiliging aanbieden.
Alles in zeer nauw overleg met de klant en dan goed luisteren naar het personeel op de werkvloer.


Jezelf profileren als beveiliger en niet als politie is hierbij voor de beveiliger een must. Autoritair zijn geeft vaak het tegenovergestelde. Duidelijkheid en eerlijkheid zijn je belangrijkste wapens. Pedagogisch is een toverwoord. 

Protocollen, huisregels zijn een must en die ook consequent handhaven en ja laat ze maar een keer op hun bek gaan en laat er maar een paar vertrekken. Niets mis mee, maar op den duur krijg je er wel een veilige zorginstelling mee. 

De taak van de beveiliger is heel goed observeren door er tussen te staan (niet er boven). Gesprekken voeren met de jongelui. Met respect elk niet te tolereren gedrag meteen de kop indrukken door hun aan te spreken en te wijzen op gemaakte afspraken en het gevoerde beleid.

Jongeren die daar niet mee wensen om te gaan, verwijderen door de toegang voor een bepaalde tijd te ontzeggen. Bijvoorbeeld voor een dag. Respectvol benaderen en beleid duidelijk en eerlijk uitvoeren. Daarnaast de jongeren iets bieden zoals een goed gesprek, van daaruit vervolg beleid doorvoeren in de zin van financiële begeleiding, afkicken van drugs en of drank, behandelen van de (achtergrond)problematiek zoals sexueelmisbruik, psychiatrische stoornis en bedenk zelf er nog maar een aantal bij. 

Agressie ontstaat vaak uit angst, achterdocht, uit psychoses en wantrouwen. Als je die kunt tackelen ben je op de goede weg. Een beveiliger moet rust, zelfvertrouwen en integriteit laten zien in zijn verbale en non-verbale gedrag. Vechten is het allerlaatste wat een spw-er en ook de beveiliger moet gaan doen. De politie heeft het geweldsmonopolie en dat moet je daar ook vooral laten zitten.

"reactieTja, moeilijk. Ik zou toch meer info willen denk ik. Wat is te nauwer nood? Waren ze er net op tijd bij voor e.e.a. verder escaleerde, duurde het te lang voor er voldoende assistentie was om in te grijpen? of voelen ze zichzelf niet capabel genoeg om veilig in te grijpen? Hoe is het pand ingericht? Is er een handelingsplan/protocol voor dit soort calamiteiten en heeft dit in deze gevallen gewerkt of niet, en zo nee, waarom niet?


Het kan ook juist de veiligheid verhogen wanneer medewerkers weten wat er wel en niet van hen verlangd wordt bij zulke calamiteiten. En vaak liggen dit soort dingen vastgelegd in een handelingsprotocol. Vandaar dat ik deze vraag zou stellen.

Een advies of richtlijn in dezen zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat het personeel helemaal niet fysiek in mag grijpen bij zulke incidenten, maar alleen mag evacueren en observeren vanaf veilige plek en de politie mag bellen. Dan is een fysieke (weerbaarheids) training helemaal niet aan de orde.

Zeker in dit soort settings weet je helemaal niet in wat voor situatie je verzeild raakt als je fysiek ingrijpt. Een wapen of enge ziektes liggen om de hoek te loeren, dus ik zou er niet snel voor kiezen om het personeel te trainen als niet direct en acuut hun eigen veiligheid in gevaar is. 
Het is ook veel natuurlijker om terug te treden uit gevaarlijke situaties en veiligheid op een andere manier te organiseren. 

"reactieHet zou zelfs niet eens misstaan als advies. Wellicht is er dan te investeren in een "safe room" totdat de politie er is. 

"reactieIk heb zelf ook ervaring met een dergelijke doelgroep. Mijn ervaring is dat camera's niet helpen. Wellicht is deze doelgroep anders. Maar vaak leert de praktijk dat jonge daklozen het niet nauw nemen met de regels en de eventuele sancties. 
Ze hebben het gevoel dat ze niks te verliezen hebben en daarom heeft een camera ook meestal weinig invloed op hun. Daarnaast moet er iemand naar de camera kijken en dat kost de organisatie veel geld. Daarnaast komen veel van deze jongeren met drugs in aanraking en kent een dubbeldiagnose (zowel psychiatrische stoornis als drugsverslaafd). Dit maakt de roep naar getrainde werknemers alleen maar groter. Vaak blijft het namelijk niet bij wiet, maar alcohol en harddrugs waardoor men ook veel agressiever wordt.

Om de hulpverleners hun werk te laten kunnen doen moeten ze twee dingen kunnen doen.

• Weten of en hoe ze moeten handelen (dit kan dmv training)

• Communiceren om elkaar te ondersteunen.

Dan moet er dus gekozen worden voor zowel portofoons als een cursus. Aangezien ze beiden belangrijk zijn zou ik kijken naar de noodzaak van beiden. Mijn ervaring leert dat een portofoon niet altijd nodig is, omdat het met een goede schreeuw ook te doen is. En hoe je op de juiste manier kan schreeuwen en om hulp kan vragen in een gebouw kan men weer leren op een cursus.

Dus ik zou voor de cursus gaan als portofoons niet nodig blijken te zijn. Zijn ze wel nodig? Dan zou ik toch voor de portofoons gaan of een andere manier van communiceren.
Daarnaast zou ik het dringende advies geven om een goed beleid te voeren. Een vriend van mij werkte ook bij een dergelijke organisatie waar eerst beveiligers nodig waren, omdat er regelmatig iemand uit gezet moest worden. Nu komen ze ipv enkel voor een slaapplek ook voor een hulpverlenings-traject. Dit houdt in dat als ze niet mee werken ze niet meer terug hoeven te komen. Dit werkt zeer preventief.


portofoons

"reactieIk denk dat ik toch zou kiezen voor de portofoons. Alleen camera's is alleen achteraf het incident terugkijken, of iemand moet constant de beelden in de gaten houden en hopelijk op tijd zien wat er aan de hand is, dus die valt snel af. 

Training is altijd een goede optie , maar korte cursussen zijn nou ook weer niet voor iedereen even effectief. Met portofoons kun je in ieder geval collega's alarmeren met 1 druk op de knop. Met meerdere collega's ben je sterker. 


Ook kun je gelijk iemand anders de hulpdiensten laten waarschuwen vanuit een andere ruimte zodat je zelf de handen vrij hebt, en de agressor niet perse hoeft te weten dat er politie onderweg is. 

Daarnaast kun je portofoons ook gebruiken bij andere calamiteiten zoals bhv en dagelijkse werkzaamheden efficiënter doen omdat je veel makkelijker communiceert. Ik moet er wel bij zeggen dat het effect valt en staat bij het gebruik er van, dus het moet wel met goede gebruikersinstructies komen, en eventueel zelfs wat training. 

"reactieHet verloop van personeel bij zulke settings zal groot zijn (spreek uit ervaring ) Ik denk dat portofoons de beste optie zijn voor de lange termijn. Met camera's gaan werken ligt gevoelig op gebied van privacy.
In de hulpverlening sector waar agressie voorkomt is deze continuïteit een onzekere factor. Gevoel van veiligheid is erg belangrijk en piepers en portofoons dragen hier toe bij. Maar je houdt natuurlijk altijd het grijze gebied totdat de versterking er is, daar is training van belang.


camera's

"reactieVergeet niet dat camera's ook een grote preventieve werking hebben. Zeker als je je toegangsbeleid erop afstemt en open en bloot op een scherm laat zien wat de camera's opnemen. 

"reactieAls ik zou moeten kiezen ging ik voor de camera's en hun preventieve werking, maar....vergeet niet dat een klant deze punten aandraagt uit een visie van onkunde, en voor advies zijn ze uiteindelijk bij jou gekomen, ik zou toch eerst een vrijblijvende analyse maken door het pand om te kijken of er bouwkundig niets mogelijk was voor het geld wat ze te besteden hebben, wellicht kun je met kleine aanpassingen het pand visueel overzichtelijker maken......


Dus mijn advies zou zijn dat er wellicht meerdere opties mogelijk zouden zijn. Zolang mensen rustig redeneren en een soort risicoanalyse maken voordat ze agressief worden werken camera's preventief. 


"reactieZodra mensen (enigszins) door het lint gaan en niet meer nadenken over de gevolgen heb je daar niet zo veel meer aan. Dat is dus weer situatie-afhankelijk. Voor een echt goed advies moet je dus de situatie goed begrijpen, maar goed, het is een interessante casus uiteraard. Persoonlijk zou ik ook het liefst camera's adviseren aangezien ik die zelf verkoop ;)

Nabeschouwing

Ik heb de discussie als zeer nuttig ervaren en heb er een aantal dingen voor mezelf uitgehaald. Ik had bijvoorbeeld nog niet aan de suggestie van de inrichting gedacht. Door met vernieuwende ideeën te komen, trek je volgens mij de aandacht van een opdrachtgever. Als later blijkt dat die optie toch te duur is, ben jij degene die het verteld aan de klant en ben je de enige gesprekspartner. 

Vooral in de zorg is men veel bezig met mensenwerk en wordt vaak aan mensgerichte oplossingen gedacht. Daarbij is de medewerker ook de bron van de vraag en doe je het als directie en trainer goed als je daar dus ook aandacht aan besteed.


De meerdere functies die een portofoon in kunnen nemen zijn naar mijn mening ook een mooi advies en hier kan een extra geldbron gevonden worden.
Ieder bedrijf moet voldoen aan bepaalde BHV eisen en daarvoor komt het geld meestal uit een ander potje. Wellicht speel je naast de aanschaf van portofoons vijf trainingsmomenten vrij. 


De verdiepende vragen geven je uiteindelijk een concreter beeld van de situatie, al zou ik niet te diep doorvragen op het handelingsprotocol als het antwoord "nee" is. Daarmee kun je een klant in de verdediging drukken en kan hij/zij weg lopen naar een ander.


over de blogger




De hier beschreven discussie is een verdienste van iedereen die heeft meegedaan aan deze discussie in deopen linkedin groep “Docent gevaarsbeheersing/ weerbaarheid”, dus niet van een afzonderlijk persoon. De samenvatting en persoonlijke visie in de afsluiting zijn opgesteld door Joost Verbrugge en ook niet per definitie de enige mogelijke samenvatting.
De linkedin groep is niet alleen voor SRDG leden. Iedereen die zich aan de paar basale groepsregels houdt is meer dan welkom. SRDG is van mening dat van iedereen te leren is en verwelkomt daarom iedereen die mee wilt praten over gevaarsbeheersing en weerbaarheid in deze groep. Bent u nieuwsgierig geworden welke discussies nog meer gevoerd worden? Kom gerust eens kijken.



Het volgende blog wordt omstreeks 14 december geplaatst.

zaterdag 13 september 2014

Als je veilig terug kunt gaan...

Toen Joost mij, als psycholoog en ‘aangetrouwd’ lid van de Verhoeven Familie (waar iedereen weerbaar genoeg is, kan ik je vertellen), vroeg mee te doen in de blogreeks, zei ik enthousiast ja. Hij had al eerder dingen van me gelezen en vond mijn stijl, geloof ik, wel vermakelijk.

Bij de start van de blogs, deinsde ik een beetje achteruit. Van de informatieve stijl, de hoeveelheid aan informatie en vooral, hoe ver het werk van een "gevaarsbeheerser" toch nog van mijn werk afstaat.
Bovendien schrijf ik normaal van die viva-achtige columns, je weet wel, over teveel wijn en andere vrouwen dingen (zoals totaal onbegrepen worden door de mannelijke medemens). Nochtans zal ik, na het lezen van de mooie onderwerpen hier, mijn stijl toch iets moeten aanpassen. Beginnend dan met de eerste vraag; Wat zouden "zij" nu wél van mij willen weten?

Ik kan niet anders, als kind- en jeugdpsycholoog, dan jullie mee terug te nemen naar het prille begin, de eerste weken, maanden en jaren van een kinderleven, waar de basis wordt gelegd van de karaktervorming, de persoonsontwikkeling en de latere draagkracht van een volwassen iemand. 
Uitgelegd
denkend vanuit de wereld van een kind, waar simpele metaforen en spel bijna altijd krachtiger zijn dan woorden, om de soms keiharde realiteit te kunnen omschrijven en te bevatten. 

Ik stel me een haventje voor, met een kleine opening naar zee. Eromheen de pier, van houten planken en steunend op palen in het water. In het water liggen drie bootjes, twee grote boten, één kleintje.
In het meest ideale geval wordt het kleine bootje stap voor stap klaargestoomd om die grote zee op te gaan. Het kleine bootje wordt ondersteund, het krijgt uitleg op zijn niveau, mag meedenken en wordt overspoeld met liefde en complimentjes. 

De twee grote boten waken over hem, breken de hoogste golven af en beschermen hun bootje waar nodig. Uiteindelijk, als het bootje sterk genoeg is, gaat het voorzichtig en onder toezicht, eens proberen zelf uit te varen.

“Als je veilig terug kunt gaan, naar daar waar het begon, kun

je je zeiltje hijsen, tot aan de horizon". Een "veilige hechting" is het resultaat. Een diep verankerd veilig gevoel, dat er altijd kansen zijn, dat je niet zult zinken, dat je opgevangen wordt als het niet gaat, dat je er mag zijn.

Maar stel nou, dat een bootje veel te snel die zee op wordt geduwd. Zonder goede voorbereiding. Dat er de hele tijd wordt geschreeuwd dat hij "stuurboord" moet gaan, maar hij begrijpt niet wat er wordt bedoeld?! 
Of dat de grote boten constant kapseizen en het maar de vraag is waar en wanneer ze weer opduiken. Dat het bootje alles doet om zijn voorbeelden tevreden te stellen, maar de reacties zo onvoorspelbaar zijn, dat hij ophoudt met proberen. Deze bootjes zijn vaak "onveilig gehecht" (ongeveer 40%).

Alle bootjes worden groter, ook deze. Hoewel ontstaan in de kindertijd, is een onveilig wereldbeeld, een gevoel dat je iets te kort bent gekomen of dat er niet naar je is geluisterd, dat je niet kunt vertrouwen op mensen om je heen, iets wat de rest van je leven aan je bootje blijft hangen. 
Het zal bepalend zijn hoe jij in je leven met anderen omgaat. Ook bepaalt het deels hoe jij anderen met jou om laat gaan. Vooral op momenten dat je kwetsbaar bent, dat je in je kracht moet gaan staan, jezelf moet laten horen of voor jezelf op moet komen.
Dát zijn de momenten waar je jezelf wél de moeite waard moet vinden. En dat is niet altijd het geval. Op deze momenten is het fijn als er ondersteuning van de kant kan komen.

Daar staan jullie, de weerbaarheidstrainers, op de pier. Het goede voorbeeld te geven, hun rug te rechten en het belang van oogcontact te benadrukken. Ze laten de bootjes weten dat zij er wel toe doen!

Dat ze van zich af mogen bijten, dat wat zij voelen niet minder belangrijk is dan het belang van anderen. Door praktische oefeningen te geven, leren ze dat zware anker uit de grond te trekken en toch met opgeheven hoofd die zee op te varen. 

Je zult merken dat deze bootjes soms wat weerstand geven, misschien negatief zijn, je een beetje uittesten.
Blijf je wel investeren in mij, ondanks dat ik je niet vertrouw? Kun je mijn gedrag verdragen? Ga je wel grenzen stellen of geef je het op? En dan komt de weerbaarheid en positiviteit van de trainer om de hoek kijken. Besef dat een afwijzing, een tegenslag, een extra klomp ijzer aan het toch al loodzware anker is. En een punt voor de veronderstelling, dat niets hem uiteindelijk toch zal gaan lukken.

Soms is de grens bereikt. Verstoort dit bootje teveel de groep, of, heeft het te weinig vertrouwen en handvaten om het geleerde toe te passen. Dan doe je er wijs aan door te verwijzen naar een psycholoog/psychotherapeut. Deze zal, mits het bootje het toelaat, in het water springen en vanuit die kant proberen vanuit allerlei invalshoeken, samen met het bootje of zijn ouders, zijn gedrag te verklaren. Hoe vroeger je erbij bent, hoe beter. 

Grote boten willen het zo vaak ook heel goed doen, maar zijn zelf ook een klein bootje geweest. Zij zijn soms met kleine aanwijzingen zeer capabel het roer alsnog om te gooien. Het meest lastige is toegelaten worden in het water, zonder omgevaren te worden. Daarvoor moet je al psycholoog ook de nodige weerbaarheid technieken bezitten.

En wat betreft de kleine bootjes; die zijn speels en ze willen die horizon bereiken. Daarvoor bezitten ze flink wat veerkracht en sterke zeilen, die optimaal functioneren op complimenten en vertrouwen van iedereen op de pier.
En als dat dan lukt hè? Als je dat kleine bootje, zachtjes deinend op een comfortabele wind, die smalle doorgang uit ziet varen, dan is dat echt een prachtig gezicht.

The End. Ik hoop dat het klopt. Dat deze blik in mijn werkwereld inderdaad iets is wat ‘jullie’ van mij wilden weten. Dat ‘jullie’ nu weten hoe we elkaar kunnen aanvullen en gebruik kunnen maken van elkaars expertise. Dat ‘we’ nu samen even een momentje pakken om trots te zijn op de kracht van ‘ons’ werk.



Informatie

Wil je meer weten over de verschillende vormen van onveilige gehechtheid, de uitingsvormen en gevolgen voor de volwassenheid, zijn er verschillende artikelen beschikbaar. Deze zijn bij mij op te vragen. 

Twijfel je in je groep over bepaalde personen, overleg dan met een professioneel therapeut in je omgeving of met de huisarts, altijd ná toestemming van je deelnemer. Wij allen hebben een signalerende functie, met name wanneer het kinderen betreft. Zie je gedrag wat kan wijzen op een onveilige hechting of anderszins onveiligheid, houdt dan goed bij wat je signaleert en probeer bespreekbaar te maken wat je hebt gehoord of gezien. Kijk of er al ondersteuning is. 

Vraag bij aanhoudende zorgen, of je mag doorverwijzen. Vind je geen gehoor, raadpleeg dan het AMK of BJZ (volgend jaar wordt dit het AMHK). De meldcode kindermishandeling, geeft een goede leidraad, wat je als voorliggend veld kunt doen. Belangrijkste advies, zoek je collega’s op voor overleg!

Over de blogger

Dominiek Huis in ’t Veld is GZ- psycholoog Kind en Jeugd en aandacht functionaris Kindermishandeling en Huiselijk geweld binnen de GGZ Oost Brabant, haar huidige werkplek. Zij werkt met kinderen met uiteenlopende psychiatrische problematiek; zowel ontwikkelingsstoornissen als emotionele stoornissen en traumabehandelingen. Daarbij staat het kind en zijn gezin centraal. Daarnaast geeft zij vanuit haar werk en op eigen titel, trainingen ‘Communiceren over geweld’ en ‘Signaleren kindermishandeling’. Daarvoor heeft zij enkele jaren gewerkt binnen een Blijf van mijn Lijf huis en dak- en thuisloze zorg.

Linkedin profiel Dominiek

vrijdag 8 augustus 2014

Rollenspelen in psychofysieke weerbaarheidslessen

In mijn eerdere blog, nodigde ik iedere trainer "hanteren van agressie" en "gevaarsbeheersing" uit om een licht op te steken bij de psychofysieke weerbaarheid. In dit blog geef ik een korte schets over werkwijze van de opbouw naar rollenspelen in weerbaarheidstrainingen.


Uitgangspunten


In weerbaarheidstrainingen is de trainer verantwoordelijk voor een goede sfeer. Uit onderzoek blijkt dat mensen het beste leren als ze zich veilig voelen en als ze vrolijk zijn. De thematiek waar we mee bezig zijn is echter allerminst ‘veilig en vrolijk’, maar roept vaak angst en onzekerheid op en niet zelden ook herbeleving.

Aan de trainer om niet alleen de sfeer goed te houden, maar de deelnemers daarnaast uit te dagen om te leren en om hen succeservaringen te geven. En dat in een kortdurende training met niet zelden getraumatiseerde deelnemers!

Naast de randvoorwaarden in de training die de veiligheid waarborgen, zoals Susanne in haar bijdrage schetst, hanteren we een aantal andere belangrijke uitgangspunten:

  • We oefenen eerst de losse elementen
  • Daarna oefenen we combinaties van die elementen
  • Dan komen de abstracte rollenspelen waarin het geleerde geoefend wordt
  • Pas daarna sluiten we af met een rollenspel waarin een werkelijke situatie geoefend wordt. 

Doordat alle losse elementen die gebruikt moeten worden om een rollenspel tot een succes te maken al succesvol geoefend zijn, wordt ook het rollenspel een succes.

Als volgens deze opbouw gewerkt wordt, oefent de deelnemer zo niet alleen de feitelijke voorliggende situatie van dit specifieke rollenspel, maar begrijpt en ervaart hij dat alle andere situaties van grensoverschrijdend gedrag ook zo opgelost kunnen worden.

Tot zover de theorie waar ik in het kader van deze blog niet verder op in zal gaan. Om deze uitgangspunten verder toe te lichten zal ik dit verder uitwerken aan de hand van rollenspelen waarin cursisten oefenen te confronteren. Het gaat dan om situaties waarin geen directe dreiging van geweld is (dan moet je immers iets anders doen, bijvoorbeeld vluchten, vechten of de-escaleren).

Voorbeelden van deze situaties zijn onder meer: iemand wordt lastig gevallen bij een bushalte, iemand heeft iets van je geleend en wil het niet terug geven of iemand staat te dicht bij je.

De hier gepresenteerde uitgangspunten worden echter ook bij andere rollenspelen gebruikt, zoals die waar wel de-escalatie geoefend wordt.

De feitelijke situaties verschillen natuurlijk per doelgroep. Zo zijn er trainingen met deelnemers die een enquêteur al als bedreigend kunnen ervaren.

Confrontatieregels


Allereerst bepaal je als trainer welke vaardigheden een cursist onder de knie moet hebben om een bepaald rollenspel (aan het einde van je training) succesvol te kunnen uitvoeren. Meestal zullen dat de confrontatieregels zijn.

Deze worden in weerbaarheidstrainingen gebruikt als een checklist om voor jezelf op te komen in grensoverschrijdende situaties die in principe niet escalerend zijn. Het spreekt voor zich dat in agressieve situaties eerst gede-escaleerd moet worden alvorens iemand geconfronteerd kan worden met zijn of haar onwenselijk gedrag.

Iemand die deze ‘regels’ volgt heeft een grotere kans om gerespecteerd te worden in zijn of haar wensen omdat hij of zij overtuigend overkomt.

Deze confrontatieregels zijn als volgt:

  • Blijf rustig en adem goed door;
  • Wees overtuigd van jezelf en neem ruimte in (rug recht, stevig staan);
  • Kijk de ander recht aan, maak oogcontact;
  • Laat je stem rustig en overtuigend klinken;
  • Benoem het ongewenst gedrag en zeg wat de ander moet doen, vermijd discussie;
  • Je houding, je woorden en je gezichtsuitdrukking moeten overeenstemmen;


Werkvormen: de opbouw


Als de confrontatieregels gecombineerd worden met de aan het begin van dit blog gepresenteerde uitgangspunten betekent dit het volgende:

In de eerste lessen wordt vooral gewerkt met losse werkvormen om oogcontact, houding, ademhaling te oefenen. Pas wanneer alle deelnemers aan een cursus bijvoorbeeld een juist stemgebruik hebben, een correcte ademhaling en oogcontact kunnen maken, worden werkvormen gepresenteerd waarin die drie gecombineerd worden. En pas als dat lukt, wordt overgegaan naar het oefenen met alle confrontatieregels tezamen. En als iedere cursist dat succesvol kan, worden meer realistische rollenspelen aangeboden.

In die eerste werkvormen wordt dus slechts één aspect geoefend.

Dat doen we op een speelse, luchtige manier. Door bijvoorbeeld veelvuldig te werken met muziek of met spelvormen wordt het accent op dat ene aspect gelegd en niet op het totale plaatje. Hierdoor leren de cursisten gemakkelijker en wordt voorkomen dat ze een herbeleving krijgen. Immers: wij werken middels beleving en ervaring, maar niet door herbeleving – weerbaarheidstrainers zijn geen therapeuten.


Werkvormen: voorbeelden


Er zijn in de loop van de jaren tientallen, zo niet honderden werkvormen bedacht en gedeeld. We worden met zijn allen steeds vaardiger in het herkennen en ombouwen van bestaande werkvormen naar weerbaarheidswerkvormen. Wel eens bedacht bijvoorbeeld om de Nieuw-Zeelandse Haka   met een groep aan te leren om stevig staan en stemgebruik te oefenen? 





Vorig jaar was er iemand op onze post-hbo opleiding die dit bedacht heeft! En het werkte fantastisch! Haar deelnemers toonden vechtlust, ervoeren saamhorigheid en oefenden tussendoor stem, stevig staan en ademhaling. 

Een ander bekend voorbeeld is het inzetten van muziek en de deelnemers door elkaar door de ruimte te laten lopen. Dat kan met stevige muziek om de cursisten te laten stampen en dus stevig te laten staan (als de muziek stopt, staat iedereen stevig) of met bijvoorbeeld het muziekstuk Carnaval Des Animaux waarin de deelnemers op de tonen van de muziek sluipen, stampen of juist huppelen. 


Het volledige muziekstuk duurt te lang om in het blog te tonen, daarom hier twee stukjes:

Carnaval des Flamants roses



Carnaval des Animaux (aquarium)



Erg succesvol en ook weer bedacht door één van mijn deelnemers aan mijn trainingen voor (toekomstige) weerbaarheidstrainers is het spel ‘watchman’ (oogcontact):
Maak kaartjes, zoveel als er groepsleden zijn. Een kaartje heeft een kruis, een aantal kaartjes (in een groep van 12 bijvoorbeeld 4) hebben een oog en de rest van de kaartjes hebben een nummer.
Iedereen krijgt een kaartje dat je niet aan anderen mag laten zien. De persoon met het kruis is de ‘tikker’. De mensen met de ogen moeten er achter komen wie de tikker is. De tikker tikt mensen door naar ze te knipogen.
Als je een knipoog krijgt, wacht je vijf tellen en dan ben je af (ga je zitten). Zodra iemand met een oog op het kaartje weet wie de tikker is, steekt hij de hand op.

Mijn favoriet is de Nee-cirkel omdat deze werkvorm slecht 3 tot maximaal 7 minuten duurt en in allerlei variaties is toe te passen. Ik gebruik hem vaak vlak voor een rollenspel om nog even alle confrontatieregels de revue te laten passeren.


Alle deelnemers staan in een kring en zeggen om de beurt nee, houdt daarbij een hoog tempo aan. Dat kan op verschillende manieren.
Bijvoorbeeld: nee zeggen alsof je het wel of juist niet meent, alsof je erg boos bent, in de taal van je moeder, met een gebaar, assertief, nee zeggen en ja knikken, met een lachend gezicht, met een serieus gezicht. Enzovoorts.
Deelnemers leren zo dat de gezichtsuitdrukking congruent moet zijn met hun boodschap. Deze werkvorm kan meerdere keren terugkomen in een training en kan ook al in het begin van een cursus, zelfs in de eerste les, aan de orde komen. Dan is het ook een goede manier voor de trainer om de deelnemers te observeren.

Over de blogger

drs Berendineke Steenbergen


Berendineke studeerde Sociale Wetenschappen en combineert een baan als manager, tegenwoordig bij de Hogeschool Utrecht, met het geven van. Zij doet dat sinds eind jaren ’90. Ze is sinds 2001 als opdrachtgever of ontwikkelaar bij alle landelijke opleidingen tot weerbaarheidstrainer als opdrachtgever of ontwikkelaar betrokken geweest en is initiatiefnemer van de post-hbo opleiding tot weerbaarheidstrainer van het Centrum voor Social Work van de Hogeschool Utrecht. Daarnaast was zij voorzitter van de Beroepsvereniging Docenten Weerbaarheid en Zelfverdediging. Tegenwoordig is ze vooral actief als methodiekontwikkelaar van psychofysieke weerbaarheidstrainingen en geeft ze masterclasses voor trainers die zich verder willen bekwamen in het geven van weerbaarheidstrainingen. Voor de opleiding Docent Gevaarsbeheersing is zij gastdocent en examinator..

Zij mag dus met recht een expert op het gebied van weerbaarheid genoemd worden.

Twitteraccount: @BerendinekeS
De website www.skidbladnir.nl is medio 2014 online


Binnenkort zal Berendineke voor iedereen die actief is als trainer weerbaarheid een masterclass organiseren met als thema de opbouw naar rollenspelen in de les. Hier komen allerlei werkvormen aan bod die je kunt inzetten. Interesse? Zoek contact via LinkedIn of Twitter.

woensdag 26 maart 2014

Met weerbaarheid betere gevaarsbeheersing: de rol van weerbaarheid in gevaarsbeheersing

Niet voor niets wordt in de opleiding docent gevaarsbeheersing veel aandacht besteed aan weerbaarheid. Een weerbare houding kan verdere escalatie van agressie voorkomen, waardoor werkvormen rondom het vergroten van weerbaarheid in lessen gevaarsbeheersing passend zijn. Ik zou zelfs willen stellen: ‘zonder weerbaarheid geen gevaarsbeheersing’. 


Weerbaarheid, hanteren van agressie, gevaarsbeheersing


‘Weerbaarheid’, maar ook ‘gevaarsbeheersing’ of ‘hanteren van agressie’ zijn geen beschermde begrippen.
Vandaar dat er onder deze noemers allerlei verschillende trainingen en cursussen aangeboden worden van uiteenlopende kwaliteit en inhoud.
Wie de websites bezoekt van de verschillende aanbieders ontdekt dat zelfs wanneer dezelfde titel en wervingsteksten gebruikt worden, het aanbod van de ene aanbieder inhoudelijk sterk verschilt van de andere. 


Er zijn trainers die hoofdzakelijk werken met technieken uit Martial Arts en er zijn trainers die uitsluitend werken met rollenspelen. En er zijn trainers die van alles een beetje doen.

Voor het goed begrip van mijn betoog is het derhalve noodzakelijk de verschillende termen definiëren.

Weerbaarheid

Iemand is weerbaar als hij zijn grens kan trekken met respect voor zichzelf en voor de ander.

Cursussen weerbaarheid worden gegeven aan mensen die daar moeite mee hebben. Dat kan dan gaan om bijvoorbeeld mensen die de neiging hebben om over zichzelf heen te laten lopen of juist om mensen die eerder geneigd zijn zich agressief te gedragen.

Werden weerbaarheidstrainingen vroeger vooral gegeven aan slachtoffers en aan verlegen of gepeste kinderen, tegenwoordig zijn ook de (potentiële) daders veelvoorkomende cursisten.

Hanteren van agressie

In trainingen hanteren van agressie wordt gewerkt met mensen die bijvoorbeeld vanwege hun beroep te maken kunnen krijgen met agressie van een ander.
In tegenstelling tot de uitgangspunten in weerbaarheidstrainingen staat dus niet het eigen gedrag van de deelnemer aan de training centraal, maar het leren omgaan met het (lastige) gedrag van een ander.

Gevaarsbeheersing

Gevaarsbeheersing gaat nog een stap verder. De trainingen gevaarsbeheersing gaan, net als trainingen hanteren van agressie, over het goed leren omgaan met de agressie van een ander. Deze trainingen zijn bovendien bedoeld voor mensen in beroepen die beroepsmatig veel met agressie te maken krijgen en daar een handhavingstaak in hebben zoals bijvoorbeeld geüniformeerd personeel.



De deelnemers aan deze cursussen hebben daarmee niet alleen verantwoordelijkheid voor hun eigen veiligheid, maar ook voor de veiligheid van anderen. Er wordt hier meer dan in trainingen hanteren van agressie gewerkt met technieken uit de Martial Arts om agressieve mensen bijvoorbeeld in bedwang te houden.

Concluderend overlapt de inhoud van trainingen weerbaarheid, hanteren van agressie en gevaarsbeheersing elkaar, maar verschillen de accenten en de invalshoeken. 


Weerbaarheid als basis


In weerbaarheidstrainingen wordt gewerkt aan het vergroten van de vaardigheden van de deelnemers om op een goede manier voor zichzelf op te komen.
Omdat het altijd gaat om kortdurende trainingen en het veel gemakkelijker is om iemand iets dat hij al kan beter te laten kunnen dan iemand iets heel nieuws te leren, wordt eerst gekeken welke vaardigheden de cursistengroep al heeft zodat vanuit daar verder gewerkt kan worden.

Daarnaast wordt bepaald welke vormen van grensoverschrijdend gedrag mogelijk aan de orde kunnen zijn; te denken is dan aan straatgeweld, huiselijk of seksueel geweld, racisme, pesten, groepsdruk, enzovoorts. Pas wanneer de kenmerken van de deelnemersgroep en de vormen van grensoverschrijdend gedrag waar mee aan de slag gegaan wordt bekend zijn, wordt de training ontwikkeld.

In de lessen wordt aandacht besteed aan de verschillende strategieën: praten (confrontatie en deëscalatie), vechten (de fysieke zelfverdedigingstechnieken), vluchten of weggaan en hulp vragen.


In alle gevallen wordt gewerkt aan de vergroting van eigenwaarde. Immers: alleen als je jezelf voldoende waard vindt, kun je voor jezelf opkomen.

De fysieke verdedigingstechnieken worden in weerbaarheid dan ook uitsluitend geoefend met dit doel; doordat de deelnemers hun eigen kracht ervaren, worden ze zelfverzekerder. Deze technieken worden niet geoefend in de veronderstelling dat de deelnemers ze in zo’n cursus daadwerkelijk zo kunnen aanleren dat ze deze kunnen gebruiken in geval van nood (vaak jaren na afronding van de cursus). (Dit is een belangrijk verschil met gevaarsbeheersing).

In weerbaarheidstrainingen wordt als vanzelf gewerkt aan het leren omgaan met grensoverschrijdend gedrag van anderen. Het spreekt daarmee voor zich dat de werkvormen en aanpak deels ook passend zullen zijn voor de andere trainingen waarin dit geoefend wordt.

Niet weerbare mensen worden bovendien eerder slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag en vinden het moeilijker goed voor zichzelf op te komen.

Wanneer je deelnemers beter wilt leren omgaan met agressie, zul je als trainer dus aandacht moeten besteden aan het vergroten van hun weerbaarheid. 


Weerbaarheid: de methodiek


Nu de noodzaak van het besteden van aandacht aan de vergroting van weerbaarheid in trainingen gevaarsbeheersing en hanteren van agressie helder is, is het de vraag of de methodische aanpak zoals ontwikkeld binnen de weerbaarheid aanknopingspunten biedt voor andere trainingen.

Allereerst is bekend dat mensen makkelijker leren als ze dat met plezier doen. In weerbaarheidstrainingen is een goede sfeer daarom een randvoorwaarde.


Door bijvoorbeeld te werken met muziek wordt plezier gemaakt waardoor de cursisten zich op hun gemak voelen en bijna ongemerkt hun vaardigheden vergroten.
Goed opgeleide weerbaarheidstrainers zijn kampioen in het creëren van een goede sfeer en tegelijkertijd het aansnijden van zware thema’s.

Een ander belangrijk uitgangspunt is dat alles eerst in gedeeltes en pas daarna als totaal geoefend wordt.
Feitelijk betekent dit bijvoorbeeld dat er in de trainingen eerst de losse elementen van confrontatietraining geoefend wordt, daarna combinaties en pas daarna het geheel in een rollenspel.
Dus eerst werkvormen rond stevig staan, ademhaling, stemgebruik, oogcontact en een congruente gezichtsuitdrukking apart, daarna werkvormen waarin bijvoorbeeld zowel stevig staan als een congruente gezichtsuitdrukking worden geoefend en pas daarna al deze elementen tezamen. 

Deze consequent methodische aanpak heeft een enorme hoeveelheid aan werkvormen opgeleverd die gemakkelijk ook ingezet kunnen worden in andere trainingen.

Kortom: ook de methodische kennis die binnen weerbaarheid ontwikkeld is, is van een onschatbare waarde voor trainers hanteren van agressie en gevaarsbeheersing. Ik zou deze trainers dan ook van harte bij ons willen uitnodigen te komen kijken voor mooie werkvormen en een goede methodische aanpak.

Want: met weerbaarheid een betere gevaarsbeheersing!

drs Berendineke Steenbergen
Berendineke studeerde Sociale Wetenschappen en combineert een baan als manager, tegenwoordig bij de

Hogeschool Utrecht, met het geven van weerbaarheidstrainingen. Zij doet dat sinds eind jaren ’90. Ze is sinds 2001 bij alle landelijke opleidingen tot weerbaarheidstrainer als opdrachtgever of ontwikkelaar betrokken en is initiatiefnemer en mede-ontwikkelaar van de post-hbo opleiding tot weerbaarheidstrainer van het Centrum voor Social Work van de Hogeschool Utrecht. Daarnaast was zij voorzitter van de Beroepsvereniging Docenten Weerbaarheid en Zelfverdediging. Tegenwoordig is ze vooral actief als methodiekontwikkelaar van psychofysieke weerbaarheidstrainingen. Daarnaast geeft ze masterclasses voor trainers die zich verder willen bekwamen in het geven van weerbaarheidstrainingen en is gastdocent en examinator voor onder meer de opleiding Docent Gevaarsbeheersing.
Zij mag dus met recht een expert op het gebied van weerbaarheid genoemd worden.

Berendineke is actief op Twitter (@BerendinekeS) en Linkedin: Linkedinprofiel Berendineke 

De website www.skidbladnir.nl is medio 2014 online.

Het volgende blog wordt omstreeks 13 april geplaatst.