Posts tonen met het label lesvoorbereiding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lesvoorbereiding. Alle posts tonen

vrijdag 12 december 2014

De docent in z’n kracht

De behoefte aan trainingen in omgaan met agressie en geweld wordt in deze tijd in diverse branches steeds groter. Werkgevers vinden het steeds belangrijker dat hun personeel op een goede manier omgaat met de groter wordende groep agressieve klanten.

Soms vinden de deelnemers de training minder noodzakelijk als hun leiding.

Na een enthousiast gesprek met de opdrachtgever, ben ik gedreven om een mooie training neer te zetten. Dan sta je daar met je voorbereiding en veel goede zin en komen er stuk voor stuk deelnemers binnen die het nut en belang er eigenlijk niet zo van inzien. 

Deze deelnemers hebben het gevoel dat ze “verplicht” naar een cursus moeten en spreken dat ook uit. Vervolgens wordt er gevraagd of het niet te lang duurt en hoe laat we klaar zijn. Gelukkig komen er dan ook nog een paar mensen die willen leren, een verademing. 
De neiging zou er kunnen zijn om me te irriteren aan het gedrag van die niet gemotiveerde cursisten, want voor mij is de training op dat moment het belangrijkste en interessantste. Er is dan nogal een contrast.

Voor mij een bekende situatie. iedereen die IBT docent is geweest of is, weet dat omgaan met minder gemotiveerde deelnemers er ook bij hoort. De neiging is er om te zeggen dat het vervelende persoonlijkheden zijn of zelfs spreken van een “slechte” groep.

Er is voor mij steeds weer de uitdaging om deelnemers te verleiden tot leren.

Daarbij heb ik de overtuiging dat iedereen te motiveren is. Naast flexibel kunnen schakelen in je oefenstof is het eerst belangrijk dat er de motivatie is om te willen leren.


  • Hoe kan ik ze het nut en belang duidelijk maken van mijn onderwerp? 
  • Hoe zorg ik dat ze zin hebben om een oefening te doen?

Door het model van de Galan heb ik gezien dat het belangrijk is om eerst een fundament neer te zetten. namelijk zorgen dat de mensen gemotiveerd zijn om te leren.

Je wilt dat deelnemers de training doen omdat ze zelf vinden dat het belangrijk is (intrinsiek) en niet dat ze het alleen maar doen omdat het opgelegd is. In de didactiek van de Galan wordt dit bereikt door te zorgen dat ze ‘pijn’ en ‘vertrouwen’ voelen.

Pijn is de bewustwording dat wat je doet voor verbetering vatbaar is.

Met name het idee en gevoel dat het nu niet zo handig gaat en je hier “last van hebt” geeft de prikkel om je te willen verbeteren. 

Vertrouwen is van fundamenteel belang. Vertrouwen van de deelnemer in zichzelf, in de trainer en de training maar ook van de trainer in de deelnemer. 
De deelnemers moeten ervan overtuigd zijn dat de training hen gaat helpen om het beter te doen en dat jij het ze kan leren. Als er geen vertrouwen is in de trainer is dat geen beginpunt voor een training en is het eerst belangrijk dat er door de trainer wordt geïnvesteerd op de relatie met groep. 

Als jij als trainer werkelijk vertrouwen uitstraalt in het resultaat dat de deelnemer gaat bereiken, dan zal de deelnemer sneller overtuigd zijn dat dit gaat werken.

• Hoe ga ik de deelnemers pijn laten ervaren en vertrouwen geven in m’n training?

In “ de glijbaan van Galan” is er een keuze uit 3 werkvormen; Confronteren, reflecteren en introduceren. Naarmate deelnemers uit zichzelf minder ‘pijn’ en ‘vertrouwen’ hebben, moet je meer moeite doen om hen te motiveren en moet je hoger op de glijbaan starten.



De glijbaan van de Galan








Confronteren


Als deelnemers nergens last van hebben, moet je zorgen dat ze last krijgen. Dat doe je door hun een situatie uit hun praktijk voor te leggen en hen uit te dagen dit goed aan te pakken. Bijvoorbeeld bij een training in aanhoudingstechnieken de deelnemers een opdracht te geven waarbij ze zonder uitleg zelf een oplossing laten zien. Hierbij zie je als trainer natuurlijk veel dingen die voor verbetering vatbaar zijn en op deze ontstane “pijn” en leervraag kan je dan mooi inspelen.

Bij een training in overvallen kan het zijn dat de deelnemers, na het zien van een video of het horen van de aantallen overvallen per jaar, zich ineens beseffen dat het hun ook zou kunnen gebeuren. Het gevoel wordt helemaal verstrekt als men er achter komt dat er binnen het team nog geen duidelijke afspraken zijn gemaakt betreft dit soort calamiteiten.

Let op: Confronteren mag niet ten koste gaan van de veilige leeromgeving. Er ligt een grens tussen uit de comfort zone gaan en willen leren en verbeteren en in de weerstand gaan. De deelnemer moet er zelf achter komen dat deze nog te leren heeft dat hoeft niet extra door de trainer benadrukt te worden.



Reflecteren


Soms hebben deelnemers wel pijn, maar geen vertrouwen. 
Ze hebben het gevoel dat ze geen invloed hebben op hetgeen wat ze willen aanpakken. 
Het is aan de trainer hierop te differentiëren en uit te gaan van de kwaliteiten van de deelnemer. 

Natuurlijk kunnen ze wel invloed hebben op een situatie, maar dan wel op een andere manier.
Een deelnemer kan het vertrouwen in eigen kunnen verloren hebben door een eerder opgedane ervaring. 

De trainer geeft aan dat iets leren vallen en opstaan betekent en dat het in het verleden blijkbaar nog niet op de juiste manier ging. Bijvoorbeeld tijdens een les controletechnieken geeft een vrouw aan dat ze nooit sterk genoeg is om een man te controleren. Dit moet ook niet haar streven zijn. Zij moet het dan meer hebben van andere technieken en het samenwerken. 

Het is ook belangrijk op te merken dat veranderen met kleine stapjes gaat en dat iedere stap een mijlpaal is in de goede richting. Geduld met jezelf is ook een belangrijk punt.


Introduceren


Als deelnemers al pijn en vertrouwen hebben, hoef je alleen het probleem te benoemen (pijn) en aan te geven wat je hun gaat leren (vertrouwen). 

“ Lastig dat jullie zo veel tegenwerking krijgen van klanten en al helemaal als ze dan ook nog agressief gaan doen. Ik kan me voorstellen dat dit niet hetgeen is waar je voor naar je werk gaat’ “ We gaan vandaag manieren leren om de relatie met de klant goed te houden en om op tijd je grens aan te geven.”

Als de motivatie er is om te leren dan zie je dat aan een oplettende groep en je voelt dat ze er zin in hebben.

De motivatie om te willen leren opent de deur om vervolgens verder in te spelen op ieders manier van leren.

Als er eenmaal het verlangen is om beter te worden en het vertrouwen in eigen kunnen, kan je als trainer zorgen dat iemand boven zichzelf uitstijgt!

Het blijft altijd maatwerk, geen situatie is gelijk en elk mens heeft eigen ‘handvatten”. Dit zorgt ervoor dat ik bevlogen ben met het aanreiken van tools voor positieve gedragsverandering. Iedereen is het waard om zich goed in zijn vel te voelen en om daardoor alle mogelijkheden te hebben om te excelleren.



Bron: 


Didactiek voor trainers, Karin de Galan


Over de blogger:



Remy Nieuwenhuizen, heeft na de opleiding tot Judo en Jiu jitsu leraar, gewerkt als IBT instructeur bij de Koninklijke Marechaussee.
Bij de KMAR heeft hij aan veel afdelingen en eenheden van de Nederlandse Krijgsmacht lesgeven in aanhoudings,- en zelfverdedigingstechnieken. 
Hij heeft zich inmiddels ontwikkeld tot leraar lichamelijke oefening 1e graad, NLP trainer en docent Gevaarsbeheersing. In 2012 startte hij het bedrijf Weerbaar Nederland, waar hij met veel plezier en succes trainingen geeft in o.a. omgaan met agressie en geweld. Hiernaast is hij nu werkzaam als docent orde en handhaving bij het ROC ID college.

www.weerbaarnederland.nl

Linkedin profiel Remy Nieuwenhuizen




Het bestuur van SRDG en alle bloggers wensen u fijne feestdagen toe! 



Het volgende blog plaatsen we halverwege januari.

vrijdag 8 augustus 2014

Rollenspelen in psychofysieke weerbaarheidslessen

In mijn eerdere blog, nodigde ik iedere trainer "hanteren van agressie" en "gevaarsbeheersing" uit om een licht op te steken bij de psychofysieke weerbaarheid. In dit blog geef ik een korte schets over werkwijze van de opbouw naar rollenspelen in weerbaarheidstrainingen.


Uitgangspunten


In weerbaarheidstrainingen is de trainer verantwoordelijk voor een goede sfeer. Uit onderzoek blijkt dat mensen het beste leren als ze zich veilig voelen en als ze vrolijk zijn. De thematiek waar we mee bezig zijn is echter allerminst ‘veilig en vrolijk’, maar roept vaak angst en onzekerheid op en niet zelden ook herbeleving.

Aan de trainer om niet alleen de sfeer goed te houden, maar de deelnemers daarnaast uit te dagen om te leren en om hen succeservaringen te geven. En dat in een kortdurende training met niet zelden getraumatiseerde deelnemers!

Naast de randvoorwaarden in de training die de veiligheid waarborgen, zoals Susanne in haar bijdrage schetst, hanteren we een aantal andere belangrijke uitgangspunten:

  • We oefenen eerst de losse elementen
  • Daarna oefenen we combinaties van die elementen
  • Dan komen de abstracte rollenspelen waarin het geleerde geoefend wordt
  • Pas daarna sluiten we af met een rollenspel waarin een werkelijke situatie geoefend wordt. 

Doordat alle losse elementen die gebruikt moeten worden om een rollenspel tot een succes te maken al succesvol geoefend zijn, wordt ook het rollenspel een succes.

Als volgens deze opbouw gewerkt wordt, oefent de deelnemer zo niet alleen de feitelijke voorliggende situatie van dit specifieke rollenspel, maar begrijpt en ervaart hij dat alle andere situaties van grensoverschrijdend gedrag ook zo opgelost kunnen worden.

Tot zover de theorie waar ik in het kader van deze blog niet verder op in zal gaan. Om deze uitgangspunten verder toe te lichten zal ik dit verder uitwerken aan de hand van rollenspelen waarin cursisten oefenen te confronteren. Het gaat dan om situaties waarin geen directe dreiging van geweld is (dan moet je immers iets anders doen, bijvoorbeeld vluchten, vechten of de-escaleren).

Voorbeelden van deze situaties zijn onder meer: iemand wordt lastig gevallen bij een bushalte, iemand heeft iets van je geleend en wil het niet terug geven of iemand staat te dicht bij je.

De hier gepresenteerde uitgangspunten worden echter ook bij andere rollenspelen gebruikt, zoals die waar wel de-escalatie geoefend wordt.

De feitelijke situaties verschillen natuurlijk per doelgroep. Zo zijn er trainingen met deelnemers die een enquêteur al als bedreigend kunnen ervaren.

Confrontatieregels


Allereerst bepaal je als trainer welke vaardigheden een cursist onder de knie moet hebben om een bepaald rollenspel (aan het einde van je training) succesvol te kunnen uitvoeren. Meestal zullen dat de confrontatieregels zijn.

Deze worden in weerbaarheidstrainingen gebruikt als een checklist om voor jezelf op te komen in grensoverschrijdende situaties die in principe niet escalerend zijn. Het spreekt voor zich dat in agressieve situaties eerst gede-escaleerd moet worden alvorens iemand geconfronteerd kan worden met zijn of haar onwenselijk gedrag.

Iemand die deze ‘regels’ volgt heeft een grotere kans om gerespecteerd te worden in zijn of haar wensen omdat hij of zij overtuigend overkomt.

Deze confrontatieregels zijn als volgt:

  • Blijf rustig en adem goed door;
  • Wees overtuigd van jezelf en neem ruimte in (rug recht, stevig staan);
  • Kijk de ander recht aan, maak oogcontact;
  • Laat je stem rustig en overtuigend klinken;
  • Benoem het ongewenst gedrag en zeg wat de ander moet doen, vermijd discussie;
  • Je houding, je woorden en je gezichtsuitdrukking moeten overeenstemmen;


Werkvormen: de opbouw


Als de confrontatieregels gecombineerd worden met de aan het begin van dit blog gepresenteerde uitgangspunten betekent dit het volgende:

In de eerste lessen wordt vooral gewerkt met losse werkvormen om oogcontact, houding, ademhaling te oefenen. Pas wanneer alle deelnemers aan een cursus bijvoorbeeld een juist stemgebruik hebben, een correcte ademhaling en oogcontact kunnen maken, worden werkvormen gepresenteerd waarin die drie gecombineerd worden. En pas als dat lukt, wordt overgegaan naar het oefenen met alle confrontatieregels tezamen. En als iedere cursist dat succesvol kan, worden meer realistische rollenspelen aangeboden.

In die eerste werkvormen wordt dus slechts één aspect geoefend.

Dat doen we op een speelse, luchtige manier. Door bijvoorbeeld veelvuldig te werken met muziek of met spelvormen wordt het accent op dat ene aspect gelegd en niet op het totale plaatje. Hierdoor leren de cursisten gemakkelijker en wordt voorkomen dat ze een herbeleving krijgen. Immers: wij werken middels beleving en ervaring, maar niet door herbeleving – weerbaarheidstrainers zijn geen therapeuten.


Werkvormen: voorbeelden


Er zijn in de loop van de jaren tientallen, zo niet honderden werkvormen bedacht en gedeeld. We worden met zijn allen steeds vaardiger in het herkennen en ombouwen van bestaande werkvormen naar weerbaarheidswerkvormen. Wel eens bedacht bijvoorbeeld om de Nieuw-Zeelandse Haka   met een groep aan te leren om stevig staan en stemgebruik te oefenen? 





Vorig jaar was er iemand op onze post-hbo opleiding die dit bedacht heeft! En het werkte fantastisch! Haar deelnemers toonden vechtlust, ervoeren saamhorigheid en oefenden tussendoor stem, stevig staan en ademhaling. 

Een ander bekend voorbeeld is het inzetten van muziek en de deelnemers door elkaar door de ruimte te laten lopen. Dat kan met stevige muziek om de cursisten te laten stampen en dus stevig te laten staan (als de muziek stopt, staat iedereen stevig) of met bijvoorbeeld het muziekstuk Carnaval Des Animaux waarin de deelnemers op de tonen van de muziek sluipen, stampen of juist huppelen. 


Het volledige muziekstuk duurt te lang om in het blog te tonen, daarom hier twee stukjes:

Carnaval des Flamants roses



Carnaval des Animaux (aquarium)



Erg succesvol en ook weer bedacht door één van mijn deelnemers aan mijn trainingen voor (toekomstige) weerbaarheidstrainers is het spel ‘watchman’ (oogcontact):
Maak kaartjes, zoveel als er groepsleden zijn. Een kaartje heeft een kruis, een aantal kaartjes (in een groep van 12 bijvoorbeeld 4) hebben een oog en de rest van de kaartjes hebben een nummer.
Iedereen krijgt een kaartje dat je niet aan anderen mag laten zien. De persoon met het kruis is de ‘tikker’. De mensen met de ogen moeten er achter komen wie de tikker is. De tikker tikt mensen door naar ze te knipogen.
Als je een knipoog krijgt, wacht je vijf tellen en dan ben je af (ga je zitten). Zodra iemand met een oog op het kaartje weet wie de tikker is, steekt hij de hand op.

Mijn favoriet is de Nee-cirkel omdat deze werkvorm slecht 3 tot maximaal 7 minuten duurt en in allerlei variaties is toe te passen. Ik gebruik hem vaak vlak voor een rollenspel om nog even alle confrontatieregels de revue te laten passeren.


Alle deelnemers staan in een kring en zeggen om de beurt nee, houdt daarbij een hoog tempo aan. Dat kan op verschillende manieren.
Bijvoorbeeld: nee zeggen alsof je het wel of juist niet meent, alsof je erg boos bent, in de taal van je moeder, met een gebaar, assertief, nee zeggen en ja knikken, met een lachend gezicht, met een serieus gezicht. Enzovoorts.
Deelnemers leren zo dat de gezichtsuitdrukking congruent moet zijn met hun boodschap. Deze werkvorm kan meerdere keren terugkomen in een training en kan ook al in het begin van een cursus, zelfs in de eerste les, aan de orde komen. Dan is het ook een goede manier voor de trainer om de deelnemers te observeren.

Over de blogger

drs Berendineke Steenbergen


Berendineke studeerde Sociale Wetenschappen en combineert een baan als manager, tegenwoordig bij de Hogeschool Utrecht, met het geven van. Zij doet dat sinds eind jaren ’90. Ze is sinds 2001 als opdrachtgever of ontwikkelaar bij alle landelijke opleidingen tot weerbaarheidstrainer als opdrachtgever of ontwikkelaar betrokken geweest en is initiatiefnemer van de post-hbo opleiding tot weerbaarheidstrainer van het Centrum voor Social Work van de Hogeschool Utrecht. Daarnaast was zij voorzitter van de Beroepsvereniging Docenten Weerbaarheid en Zelfverdediging. Tegenwoordig is ze vooral actief als methodiekontwikkelaar van psychofysieke weerbaarheidstrainingen en geeft ze masterclasses voor trainers die zich verder willen bekwamen in het geven van weerbaarheidstrainingen. Voor de opleiding Docent Gevaarsbeheersing is zij gastdocent en examinator..

Zij mag dus met recht een expert op het gebied van weerbaarheid genoemd worden.

Twitteraccount: @BerendinekeS
De website www.skidbladnir.nl is medio 2014 online


Binnenkort zal Berendineke voor iedereen die actief is als trainer weerbaarheid een masterclass organiseren met als thema de opbouw naar rollenspelen in de les. Hier komen allerlei werkvormen aan bod die je kunt inzetten. Interesse? Zoek contact via LinkedIn of Twitter.

vrijdag 27 juni 2014

Valkuilen voor, tijdens en na een training!

Misschien herken je het wel. Je bent uitgenodigd om een workshop of training te verzorgen voor een bepaalde doelgroep.

Je bent echt blij met de opdracht maar na afloop van de training heb je niet echt een voldaan gevoel. Je hebt het gevoel dat je de deelnemers meer had kunnen leren of
misschien heb je het gevoel dat de opdrachtgever om één of andere reden niet geheel tevreden is over de geleverde dienst.

Misschien ben je in één van de vele valkuilen gestapt die in het hele traject van het verzorgen van een training op je pad komen! Eigenlijk kent iedereen ze wel maar toch wil ik een aantal graag nog een keer benoemen.


Vóór de training:


De doelstelling is de leidraad van iedere les

Gedurende het inventarisatiegesprek met de opdrachtgever worden leerdoelen bepaald. Deze kunnen zeer uiteenlopend zijn. Wanneer je tijdens het gesprek met de opdrachtgever het gevoel hebt deze doelstelling niet te kunnen behalen wees dan eerlijk en maak dit kenbaar.
Verwijs dan liever door naar een instantie die gespecialiseerd is. Dat wekt meer vertrouwen.

Het leveren van een training die niet aansluit bij de doelstelling zal er waarschijnlijk toe leiden dat dit de laatste opdracht voor deze opdrachtgever was!

Het behalen van de vooraf bepaalde doelstelling moet de leidraad zijn van iedere les/training.

Als de verwachting die de opdrachtgever en de deelnemers van de training hebben in overeenstemming is met de aangeboden lessen dan zal dit tijdens de evaluatie met een goed cijfer beoordeeld worden. De mogelijkheid voor een vervolgopdracht is dan vele malen groter.


De beginsituatie en de inhoud van de training



Het in kaart brengen van de beginsituatie is van wezenlijk belang. Wat voor soort training je ook geeft!
  • Hoe ziet de samenstelling van de groep eruit? 
  • Zijn er deelnemers met (fysieke) beperkingen? 
  • Zijn er grote leeftijdsverschillen bij de deelnemers?
  • Hoe is de fysieke en mentale gesteldheid? 
  • Zijn er deelnemers met een traumatische ervaring? 
  • Wat is het kennisniveau van de deelnemers?
  • Wat is de cultuur van de deelnemers?
  • Hebben de deelnemers al eerder een gelijksoortige training gehad?
  • Enz.
Een maatwerk training begint bij een zeer uitgebreide inventarisatie van de beginsituatie waarbij de inhoud van de training zal moeten worden afgestemd op de mogelijkheden van de deelnemers.
Zonder inventarisatie van de beginsituatie en de gewenste situatie is een maatwerktraining onmogelijk.


Tijdens de training:


Spuien van kennis

Een Docent Gevaarsbeheersing beschikt over uitstekende kennis van bepaalde zaken maar beperk je tijdens de lessen tot het verstrekken van informatie die er echt toe doet. Het doel van de les is niet om te laten zien over hoeveel kennis je beschikt, het doel is om de deelnemer beter te laten worden. De juiste, relevante informatie op het juiste moment, dat is waar het om gaat.

Ingewikkelde fysieke technieken

Iedere Docent Gevaarsbeheersing heeft een achtergrond in een vechtsport. Wat voor ons soms zo simpel lijkt is voor een cursist die nog nooit heeft “gevochten” soms knap ingewikkeld.

Leer de deelnemers alleen technieken volgens het KISS-principe:

Keep It Super Simple! Een cursist zal in een stressvolle situatie waarschijnlijk niet meer weten welke ingewikkelde technieken hij zou kunnen gebruiken.

Om dit goed te kunnen beheersen is jarenlange training nodig, en zelfs dan zie je dat zeer goed geoefende vechtsporters in een stressvolle situatie terugvallen op de meest eenvoudige technieken. Hou het simpel en effectief.

In het vorige blog schreef Susanne Verhoeven dat een succesbeleving motiveert. Het tegenovergestelde is ook waar: een teleurstelling kan demotiverend werken. Wanneer de technieken te ingewikkeld zijn en de deelnemer krijgt ze “niet onder de knie” dan zal hij of zij mogelijk snel afhaken.


Na de training:


(Geen) Evaluatie

Na de training is het goed om met de deelnemers, maar zeker ook met de opdrachtgever, te evalueren of de les aansloot bij de doelstellingen en de verwachtingen. Belangrijk is om te achterhalen of de vooraf vastgestelde leerdoelen behaald zijn en of de deelnemers de manier van trainen/lesgeven als prettig ervaren hebben.

Aan de evaluatie moeten consequenties worden verbonden. Wanneer blijkt dat leerdoelen niet of maar gedeeltelijk zijn behaald dan zal een aanpassing in de volgende training noodzakelijk zijn.

Bedenk hierbij dat de trainer/docent voor het grootste gedeelte verantwoordelijk is voor het behalen van de doelstelling.

Wanneer na afloop van een training de evaluatie achterwege blijft dan is de afstemming tussen deelnemers, opdrachtgever en trainer niet optimaal. Gebruik de evaluatie als leermoment en wanneer de evaluatie voor de trainer goed uitpakt als compliment!

Onduidelijkheid over de verstuurde factuur

Nadat de training is afgelopen wordt de factuur verstuurd naar de opdrachtgever.

Deze factuur moet in overeenstemming zijn met de prijsopgave die vooraf verstrekt is. Niets is vervelender voor een opdrachtgever dan om over een onjuiste factuur te moeten klagen. Een opdrachtbevestiging kan veel onduidelijkheden voorkomen.

In deze opdrachtbevestiging geeft de opdrachtgever zijn akkoord (zwart op wit) voor de opdracht en de overeengekomen prijs waarbij alle te betalen onderdelen nog eens duidelijk opgesomd staan zoals o.a. prijs van de training, reiskostenvergoeding, vergoeding voor gebruikte materialen en BTW.

Als de factuur in overeenstemming is met de prijsopgave en de opdrachtbevestiging kan daar in ieder geval geen onduidelijkheid over ontstaan. Het gebruik van een opdrachtbevestiging wordt in het algemeen als zeer professioneel beschouwd.

Zoals gezegd kent eigenlijk iedereen bovengenoemde valkuilen wel. Toch is het goed om bewust te voorkomen dat je in deze valkuilen stapt waardoor een goede aansluiting ontstaat tussen de leerdoelen en de training. Een goede training kan niet zonder een goede voorbereiding en is geen standaard verhaal. Een goede training is toegespitst op de deelnemer(s) en houdt rekening met hun mogelijkheden.




Over de blogger



Reynhoud Kroezen is Docent Gevaarsbeheersing en Weerbaarheidstrainer.
Hij is oprichter van de organisatie weerbaarheidstrainers.nl. Weerbaarheidstrainers.nl verzorgt (zoals de naam al doet vermoeden) voor diverse doelgroepen o.a. trainingen op het gebied van weerbaarheid, omgaan met agressie en zelfverdediging. Tevens is hij als Hapkidotrainer verbonden aan Hapkido en Taekwondo vereniging Sidokwan te Hoogeveen.

Twitter: @Reynhoud



Het volgende blog wordt geplaatst omstreeks 6 juli.