Posts tonen met het label methodiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label methodiek. Alle posts tonen

zaterdag 11 april 2015

Je verder ontwikkelen als trainer

Alleen als je je af en toe bijschoolt kun je je werk goed blijven uitvoeren en dat geldt zeker ook voor onze sector – er zijn alleen al de laatste vijf jaar enorm veel nieuwe inzichten opgedaan. Niet voor niets stelt ook Stichting Register Gevaarsbeheersing de eis je bij te scholen.

In dit blog geef ik in een aantal stappen aan hoe te komen tot een goede keus voor bijscholing. Ik laat in dit blog het aanbod van zowel de Stichting Register Docent Gevaarsbeheersing als dat van de Stichting Kenniskring Weerbaarheid buiten beschouwing aangezien dit aanbod vaak al bekend zal zijn en niet voor iedereen toegankelijk is.

Stap 1: Verdieping of verbreding?


Verdieping of verbreding? 

 Met andere woorden: wil je meer vaardigheden en inzicht in je eigen vak of wil je je verbreden om ook andere diensten aan te kunnen bieden? 

Verdieping vind je in de masterclasses en opleidingen die er zijn op ons gebied, zoals de opleidingen Docent Gevaarsbeheersing, de post-hbo Opleiding van het Instituut voor Social Work van de Hogeschool Utrecht en de masterclasses. Een andere manier van verdieping in je werkveld is de deelname aan intervisie supervisie of coaching. Door je te verdiepen word je beter in wat je al doet.

Verbreding zorgt er voor dat je je dienstenportfolio kunt uitbreiden. Denk aan collega’s die eerder uitsluitend weerbaarheid aan kinderen gaven en zich na een gedegen bijscholing nu ook richten op pestpreventie.

Stap 2: Opleiding, training of cursus?


‘De volgende stap is het bepalen van de investering in tijd en geld die je wilt doen. De naam van een scholing geeft vaak een eerste indicatie van de te verwachten investering. Onder een cursus wordt een kortdurende lesperiode verstaan die over het algemeen een (leer-)onderwerp behandelt. In een training werk je aan de vergroting van vaardigheden. Een opleiding is meestal een scholing die langer duurt en bestaat uit verschillende modules en blokken. Een masterclass of workshop zijn meestal een- of tweedaagse scholingen die een verdiepend onderwerp behandelen.


Stap 3: Kwaliteit bepalen: erkenningen, accreditaties, registers.


Bekend is CEDEO. CEDEO geeft erkenningen aan grote instellingen met een minimale omzet en onderzoekt met name de klanttevredenheid. Het grote nadeel daarvan is dat veel cursisten tevreden zijn als de catering goed is en als ze de scholing met succes afronden. Dit betekent dat een hoge score bij CEDEO niet alles zegt. Immers: een scholingsaanbod dat hoge eisen aan de deelnemers stelt, kan moeilijk hoog scoren op klanttevredenheid. Wanneer een deelnemer immers een herkansing voor een opleidingsonderdeel moet doen, zal deze de opleiding vaak niet hoog waarderen.

Een erkenning dat wel iets zegt over de inhoudelijke kwaliteit van een scholing is de erkenning van CPION.

Wanneer een scholing CPION-erkenning heeft, ben je gegarandeerd van een bepaalde onderwijskundige kwaliteit. CPION erkent echter alleen scholingen met een minimale contacttijd van 100 uur en het verkrijgen van deze erkenning is kostbaar in tijd en geld – reden waarom voor veel opleidingen deze erkenning niet wordt aangevraagd.

Dan zijn er natuurlijk de verschillende (honderden…) beroepsverenigingen. Een beroepsvereniging bekijkt of een bepaald aanbod voldoet om lid te worden van de vereniging of als een toegevoegde waarde heeft voor de deskundigheidsbevordering van de leden. Het is dus een inhoudelijk oordeel dat vaak niets zegt over de onderwijskundige kwaliteit van een scholing. Bekijk de website van de betreffende beroepsvereniging om te bekijken of hun oordeel voor jou van waarde is.

De scholingsregisters van de verschillende beroepsgroepen zijn vaak in opdracht van de branche of de overheid in het leven geroepen en stellen naast inhoudelijke ook onderwijskundige eisen. Bekend zijn de BAMMW, Register Jongerenwerkers, Register leraar en het FCB. De verschillende registers zijn overigens niet allemaal even makkelijk toegankelijk.

Stap 4 Kwaliteit bepalen: onderwijskundige kwaliteit


Uit de beschrijving van een scholing is het vaak mogelijk een beeld te krijgen van de kwaliteit van de scholing:

  • In het algemeen geldt: hoe minder instroomeisen, des te breder de opleiding. Een MBO-instroomeis betekent dat het gaat om een traject waarin de deelnemers op uitvoerend niveau geschoold worden. Bij een HBO-instroomeis wordt ook overstijgend en reflecterend gewerkt. 
  • In het algemeen geldt: hoe specifieker het resultaat van een scholing beschreven is (‘wat kun je na afronding’), des te gerichter de opleiding is vormgegeven. 
  • Bekijk vooraf de wijze van toetsing en beoordeling. In het algemeen geldt dat een scholing zonder toetsing minder waarde heeft dan een scholing met toetsing. Voor opleidingen geldt, dat er sprake moet zijn van verschillende toetsen die door verschillende mensen beoordeeld worden. 

Aanvullend kun je telefonisch informatie opvragen. Een duidelijk antwoord op vragen over toetsing, instroom- en doorstroomeisen, studiemateriaal zoals literatuur en studiehandleidingen geeft een indicatie voor een hogere kwaliteit.

Stap 5: Kwaliteit bepalen: betrokken opleiders


De kwaliteit van een opleiding wordt voor een belangrijk deel bepaald door de betrokken opleiders. Een LinkedIn profiel is snel opgezocht om een goed beeld te krijgen van de bij de scholing betrokken opleiders.

Een goede opleiding, dus een traject dat wat langer duurt, heeft meerdere betrokken opleiders met ieder een eigen profiel, maar is er tegelijkertijd één hoofdopleider - een centrale contactpersoon die de lijn in het gehele traject bewaakt. Masterclasses hebben vaak één of meerdere belangrijke sprekers van naam – van hen krijg je vaak een standaardverhaal dat wel heel inspirerend kan zijn. Tussen een ‘parade van goeroes’ zoals je aantreft in veel masterclasses en een gehele opleiding zitten vele variaties.

Stap 6: Referenties


Een stap die vaak vergeten wordt, maar die veel teleurstellingen kan voorkomen, is het opvragen van referenties. Een vraag in een update in Social Media ‘wie heeft er ervaringen met opleidingsinstituut XXXX?” is snel gesteld, maar

de meeste scholingsaanbieders zullen zeker ook bereid zijn je in contact te brengen met oud-studenten. Minder betrouwbaar zijn de referenties op internet, zoals bijvoorbeeld op Springer.

Helaas is dit allemaal geen garantie voor succes. Instituten kunnen in financieel zwaar weer komen of nieuwe leiding krijgen waardoor de kwaliteit van de scholingen verandert.

In dit kader… Sluit ik af met zelf een aantal aanbevelingen te doen voor verdieping. Het zijn instituten waar ik goede verhalen over heb gehoord, hoewel ook hier helaas geldt: geen garantie voor succes.

De website van de School voor Coaching is het bekijken waard. Veel collega’s bij de Hogeschool Utrecht volgen scholingen bij Phoenix Opleidingen. En dan tot slot natuurlijk ‘onze’ eigen vier daagse Trans Actionele Analyse van het Centrum voor Social Work van de Hogeschool Utrecht – naar volle tevredenheid gevolgd door een groot aantal weerbaarheids- en agressietrainers.


Over de blogger


drs Berendineke Steenbergen

Berendineke studeerde Sociale Wetenschappen en combineert een baan als manager, tegenwoordig bij de Hogeschool Utrecht, met het geven van weerbaarheidstrainingen en het ontwikkelen van train de trainers concepten. Zij doet dat sinds eind jaren ’90. Ze is sinds 2001 als opdrachtgever of ontwikkelaar bij alle landelijke opleidingen tot weerbaarheidstrainer als opdrachtgever of ontwikkelaar betrokken geweest en is initiatiefnemer van de post-hbo opleiding tot weerbaarheidstrainer van het Centrum voor Social Work van de Hogeschool Utrecht. Daarnaast was zij voorzitter van de Beroepsvereniging Docenten Weerbaarheid en Zelfverdediging. Tegenwoordig is ze vooral actief als methodiekontwikkelaar van psychofysieke weerbaarheidstrainingen en geeft ze masterclasses voor trainers die zich verder willen bekwamen in het geven van weerbaarheidstrainingen. Voor de opleiding Docent Gevaarsbeheersing is zij gastdocent en examinator..

Zij mag dus met recht een expert op het gebied van weerbaarheid genoemd worden.

Berendineke is actief op Twitter (@BerendinekeS) 
LinkedIn profiel: Berendineke Steenbergen
Op de website www.skidbladnir.nl staan de komende masterclasses aangekondigd.

zaterdag 14 februari 2015

Vijf tips van een Samoerai over weerbaarheid

Bron: dekoele.nl 
Samoerais bestaan allang niet meer, toch leeft hun gedachtegang en levenswijze (Bushido) nog steeds voort in veel japanners en hun bedrijfsleven. In 2003 zat ik in een hoge snelheidstrein vanuit Kyoto naar Tokyo. Tegenover mij zat een zakenman een boek te lezen. Ik herken niet veel japanse kaligrafie, maar deze tekens ken ik maar al te goed. De gehele kaft was beschildert met de drie karakters bu, shi en do.

Als fervent vechtsporter was ik benieuwd hoe deze samoerais zo’n legende konden worden.
Na het lezen van het boek “Bushido, the way of the samurai” (Tanaka, 2001) en een aantal soortgelijke boeken, werd mij duidelijk dat deze mensen niet alleen ruwe krijgers waren. Ik stond verbaasd van de inzichten die zij in die tijd al hadden en hoe makkelijk deze te vertalen zijn naar hedendaags gebruik. Sterker nog, de hedendaagse sportpsychologie komt tot dezelfde conclusies als de bij mij bekende oosterse wijsheden.

Hier probeer ik vijf tips van de Samoerai Tsunetomo Yamamoto (1659 – 1719) te vertalen naar de hedendaagse weerbaarheid. De soms onconventionele citaten zijn passend in die tijdsgeest, cultuur en het beroep (Krijger). Alle in het Engels geschreven citaten komen uit het eerder benoemde boek (Tanaka, 2001).


Tip 1: Uitstraling


“It is rude to yawn in the faces of other people. If by chance you begin to yawn, stroke your forehead and then your yawn should stop”.

De Samoerai ging er al vanuit dat je uitstraling te beïnvloeden is.

Dit is natuurlijk maar een heel klein voorbeeld, maar het laat duidelijk zien dat je invloed kunt hebben op je eigen uitstraling. Een juiste uitstraling is één van de belangrijkste wapens die je als mens hebt. Dit “wapen” gebruiken we in de weerbaarheid en gevaarsbeheersing vaak. Dieren maken hier ook gebruik van, maar vaker als instinctieve of zelfs onbewuste reactie op een gebeurtenis. Als mens is je uitstraling per situatie veel bewuster te kiezen. Voorbeelden hiervan zijn de welbekende “stare-down” voor een kick-boks wedstrijd, of de “Haka” van het Nieuw-Zeelands rugbyteam.

“The way you look is literally the expression of your own dignity”.


Tip 2: “Mind set” (Lesson from the heavy rain:)


“As long as you accept that you will get wet, you won’t suffer from being wet”.

Als je bent voorbereid op tegenslagen, dan heb je veel minder last ervan en kun je makkelijker je doel bereiken.
Je gedachten beïnvloeden je zelfvertrouwen, je doorzettingsvermogen, je focus, je bewegingen en je gevoel (Rozendaal, 2013). Een ander citaat versterkt deze mening en geeft aan dat de verkeerde “mind set” de kans op mislukking vergroot:

“Seven out of ten things that you don’t feel like doing will end up as failures”

Volgens Rozendaal (2013) worden je gevoelens niet bepaald door de gebeurtenis, maar door het gesprek dat je met jezelf voert over die gebeurtenis.

Eigenlijk beschrijf ik hiermee een dilemma; De meeste cursisten van een gevaarsbeheersing- of weerbaarheidsles zijn geen geboren vechters. Het is daarom noodzakelijk deze cursisten, ieder op zijn/haar eigen manier, tot op zekere hoogte gemotiveerd te krijgen gevechtshandelingen te doen. De eerste stap hebben zij al gezet door naar jouw cursus te komen. 

De docent/trainer staat voor de taak samen met zijn/haar cursisten de persoonlijke motivatie te vinden waarin de cursist geweld wilt/durft te gebruiken. De cursist zal op zijn/haar beurt deze motivatie willen kunnen oproepen en hierin trainen. 

Tip 3: Begeleiding/coaching


“If they contract cowardice while young, the cowardice will last the whole life”.

Dit citaat komt uit een paragraaf over de opvoeding van Samoerai kinderen. Volgens de samoerai Yamamoto moet je kinderen van kleins af aan zien te inspireren moedig te zijn. Als ouder moet je ze vooral niet bang maken, zelfs niet bij wijze van grap (Tanaka, 2001).

Als docent/trainer heb ik wel eens de fout gemaakt cursisten te wijzen op hun beperkingen.

Aan het einde van de trainingscyclus kreeg ik dan ook terecht de feedback dat de cursisten zelf wel konden uitmaken waar hun grenzen liggen. Ze kwamen bij mij om de mogelijkheden te bekijken, niet de onmogelijkheden.
Uit onderzoek blijkt dat mensen zich gedragen naar het beeld wat zij van zichzelf hebben (Schuijers, 2013). In plaats van de deelnemers zelfvertrouwen te geven, verminderde ik het onbewust.

Yamamoto verteld dat zijn broer op vijf jarige leeftijd van zijn vader leerde hoe hij honden moest onthoofden. Op vijftien jarige leeftijd leerde zijn broer criminelen onthoofden (Tanaka, 2001). Daarna was hij zover dat hij ook in staat was andere krijgers te onthoofden.
Hieruit kun je afleiden dat mensen voorbereid moeten worden op hun taak, van makkelijk naar moeilijk/ingrijpend, zodat ze uiteindelijk opgewassen zijn tegen hun taak.

Trainen doe je niet door voorzichtig te doen met je deelnemers, maar door ze op het juiste moment te confronteren met een spanningsboog die ze op dat moment aan kunnen. “Leren doe je immers buiten je comfortzone” (Schuijers, 2013).
De kunst is ervoor te zorgen dat de spanningsboog niet te hoog is. Als deze te hoog is, zal het prestatieniveau dalen. Dit gegeven is vastgelegd in de wet van Yerkes-Dodson die de relatie tussen stressniveau en prestatie weergeeft (Schuijers, 2013).


Bron: les-nuits-masquees

Tip 4: Feedback


“If you make him feel thirsty, he will want to drink”.

Deze tip geldt voor zowel de cursist als de docent/trainer, tijdens de lessen, maar ook tijdens gevaarsbeheersing-/ weerbaarheid situaties. Je moet er dus voor zorgen dat iemand feedback wilt ontvangen. Belangrijk daarbij is de juiste sfeer, het juiste moment en de juiste intonatie. Dezelfde feedback of kritiek kan de situatie laten escaleren of juist de-escaleren. Het gaat hierbij niet alleen om de juiste manier van vertellen, maar ook om de juiste gemoedstoestand.

“How can you reform others if you disgrace them?”


Tip 5: Mentale Kracht


“I know nothing about how to win over others. I only know the way to win over myself”.

Deze tip is de kapstok waaraan de meeste andere tips zijn op te hangen. Degene die een situatie overwint is niet per definitie de fysiek sterkere. Het draait grotendeels om controle over jezelf en de situatie.

“To win one’s self is to overcome the body with the mind”.

Degene die zichzelf het beste onder controle kan houden in een gevecht of gevaarlijke situatie heeft het minste last van stressfactoren. Door angst en stressreacties is het moeilijker het “corticale brein” te raadplegen. Het corticale brein is verantwoordelijk voor taal en denken (Servan-Schreiber, 2012)


Het is als docent/trainer de uitdaging om je cursisten te overtuigen van hun eigen kracht en ze voldoende handvaten te geven zichzelf te coachen/trainen in deze kracht. De hier geciteerde (sport)psychologen Rozendaal, Schuiers en Servan-Schreiber raden alle drie aan om te trainen op een rustige, gelijkmatige buikademhaling en deze ademhaling te visualiseren voor een nog beter resultaat.

“Making important decisions; consider as you breathe seven times”


De docent


Tijdens de begeleiding van mentale training merk je dat het nog best lastig is om consequent te blijven. Iedere docent heeft zelf ook zijn gedachten en die zijn niet altijd consistent met de methode die je kiest. Door zelf eerst te oefenen in de methode, bereik je de methode ook makkelijker tijdens je trainingen.
Je ziet de verbanden duidelijker en betrapt jezelf wanneer je de neiging hebt een andere afslag te nemen.

Bronnen:


Rozendaal, E. (2013). Sportgek. Utrecht: Tirion Uitgevers.

Schuijers, R. (2013). Als het erop aankomt... Deventer: ...daM uitgeverij.

Servan-Schreiber, D. (2012). Uw brein als medicijn. Utrecht/Antwerpen: Kosmos uitgevers.

Tanaka, M. (2001). Bushido, the way of the samurai. New York: Square One Publishers.



Over de blogger:



Joost Verbrugge is in 1998 afgestudeerd aan het MDGOsb (CIOS) te Sittard als judoleraar B en jiu-jitsuleraar A.Aansluitend is hij als aanhoudings- en zelfverdedigingsinstructeur bij de Koninklijke Marechaussee gaan werken en ontwikkelen. In 2003 heeft hij de overstap naar de politieregio’s Gelderland-zuid en Gelderland-midden gemaakt om te werken als Integrale beroepsvaardigheden docent (IBT). In deze functie was hij taakaccenthouder AE/VAG en politieopleiding. In 2004 werd hij jiu-jitsu leraar B. In 2008 maakte hij de overstap als docent gevaarsbeheersing naar de MBO school voor politiekunde te Apeldoorn. In 2013 studeerde hij af als HBO opleidingskundige (Bachelor of education) waar hij geïnteresseerd raakte in het gebruik van sociale media. Bij SRDG faciliteert hij “online learning” activiteiten.

Twitteraccounts: @VerbruggeJoost en @AtemisportJoost

Linkedinprofiel: Joost Verbrugge
Website: atemisport.nl

vrijdag 12 december 2014

De docent in z’n kracht

De behoefte aan trainingen in omgaan met agressie en geweld wordt in deze tijd in diverse branches steeds groter. Werkgevers vinden het steeds belangrijker dat hun personeel op een goede manier omgaat met de groter wordende groep agressieve klanten.

Soms vinden de deelnemers de training minder noodzakelijk als hun leiding.

Na een enthousiast gesprek met de opdrachtgever, ben ik gedreven om een mooie training neer te zetten. Dan sta je daar met je voorbereiding en veel goede zin en komen er stuk voor stuk deelnemers binnen die het nut en belang er eigenlijk niet zo van inzien. 

Deze deelnemers hebben het gevoel dat ze “verplicht” naar een cursus moeten en spreken dat ook uit. Vervolgens wordt er gevraagd of het niet te lang duurt en hoe laat we klaar zijn. Gelukkig komen er dan ook nog een paar mensen die willen leren, een verademing. 
De neiging zou er kunnen zijn om me te irriteren aan het gedrag van die niet gemotiveerde cursisten, want voor mij is de training op dat moment het belangrijkste en interessantste. Er is dan nogal een contrast.

Voor mij een bekende situatie. iedereen die IBT docent is geweest of is, weet dat omgaan met minder gemotiveerde deelnemers er ook bij hoort. De neiging is er om te zeggen dat het vervelende persoonlijkheden zijn of zelfs spreken van een “slechte” groep.

Er is voor mij steeds weer de uitdaging om deelnemers te verleiden tot leren.

Daarbij heb ik de overtuiging dat iedereen te motiveren is. Naast flexibel kunnen schakelen in je oefenstof is het eerst belangrijk dat er de motivatie is om te willen leren.


  • Hoe kan ik ze het nut en belang duidelijk maken van mijn onderwerp? 
  • Hoe zorg ik dat ze zin hebben om een oefening te doen?

Door het model van de Galan heb ik gezien dat het belangrijk is om eerst een fundament neer te zetten. namelijk zorgen dat de mensen gemotiveerd zijn om te leren.

Je wilt dat deelnemers de training doen omdat ze zelf vinden dat het belangrijk is (intrinsiek) en niet dat ze het alleen maar doen omdat het opgelegd is. In de didactiek van de Galan wordt dit bereikt door te zorgen dat ze ‘pijn’ en ‘vertrouwen’ voelen.

Pijn is de bewustwording dat wat je doet voor verbetering vatbaar is.

Met name het idee en gevoel dat het nu niet zo handig gaat en je hier “last van hebt” geeft de prikkel om je te willen verbeteren. 

Vertrouwen is van fundamenteel belang. Vertrouwen van de deelnemer in zichzelf, in de trainer en de training maar ook van de trainer in de deelnemer. 
De deelnemers moeten ervan overtuigd zijn dat de training hen gaat helpen om het beter te doen en dat jij het ze kan leren. Als er geen vertrouwen is in de trainer is dat geen beginpunt voor een training en is het eerst belangrijk dat er door de trainer wordt geïnvesteerd op de relatie met groep. 

Als jij als trainer werkelijk vertrouwen uitstraalt in het resultaat dat de deelnemer gaat bereiken, dan zal de deelnemer sneller overtuigd zijn dat dit gaat werken.

• Hoe ga ik de deelnemers pijn laten ervaren en vertrouwen geven in m’n training?

In “ de glijbaan van Galan” is er een keuze uit 3 werkvormen; Confronteren, reflecteren en introduceren. Naarmate deelnemers uit zichzelf minder ‘pijn’ en ‘vertrouwen’ hebben, moet je meer moeite doen om hen te motiveren en moet je hoger op de glijbaan starten.



De glijbaan van de Galan








Confronteren


Als deelnemers nergens last van hebben, moet je zorgen dat ze last krijgen. Dat doe je door hun een situatie uit hun praktijk voor te leggen en hen uit te dagen dit goed aan te pakken. Bijvoorbeeld bij een training in aanhoudingstechnieken de deelnemers een opdracht te geven waarbij ze zonder uitleg zelf een oplossing laten zien. Hierbij zie je als trainer natuurlijk veel dingen die voor verbetering vatbaar zijn en op deze ontstane “pijn” en leervraag kan je dan mooi inspelen.

Bij een training in overvallen kan het zijn dat de deelnemers, na het zien van een video of het horen van de aantallen overvallen per jaar, zich ineens beseffen dat het hun ook zou kunnen gebeuren. Het gevoel wordt helemaal verstrekt als men er achter komt dat er binnen het team nog geen duidelijke afspraken zijn gemaakt betreft dit soort calamiteiten.

Let op: Confronteren mag niet ten koste gaan van de veilige leeromgeving. Er ligt een grens tussen uit de comfort zone gaan en willen leren en verbeteren en in de weerstand gaan. De deelnemer moet er zelf achter komen dat deze nog te leren heeft dat hoeft niet extra door de trainer benadrukt te worden.



Reflecteren


Soms hebben deelnemers wel pijn, maar geen vertrouwen. 
Ze hebben het gevoel dat ze geen invloed hebben op hetgeen wat ze willen aanpakken. 
Het is aan de trainer hierop te differentiëren en uit te gaan van de kwaliteiten van de deelnemer. 

Natuurlijk kunnen ze wel invloed hebben op een situatie, maar dan wel op een andere manier.
Een deelnemer kan het vertrouwen in eigen kunnen verloren hebben door een eerder opgedane ervaring. 

De trainer geeft aan dat iets leren vallen en opstaan betekent en dat het in het verleden blijkbaar nog niet op de juiste manier ging. Bijvoorbeeld tijdens een les controletechnieken geeft een vrouw aan dat ze nooit sterk genoeg is om een man te controleren. Dit moet ook niet haar streven zijn. Zij moet het dan meer hebben van andere technieken en het samenwerken. 

Het is ook belangrijk op te merken dat veranderen met kleine stapjes gaat en dat iedere stap een mijlpaal is in de goede richting. Geduld met jezelf is ook een belangrijk punt.


Introduceren


Als deelnemers al pijn en vertrouwen hebben, hoef je alleen het probleem te benoemen (pijn) en aan te geven wat je hun gaat leren (vertrouwen). 

“ Lastig dat jullie zo veel tegenwerking krijgen van klanten en al helemaal als ze dan ook nog agressief gaan doen. Ik kan me voorstellen dat dit niet hetgeen is waar je voor naar je werk gaat’ “ We gaan vandaag manieren leren om de relatie met de klant goed te houden en om op tijd je grens aan te geven.”

Als de motivatie er is om te leren dan zie je dat aan een oplettende groep en je voelt dat ze er zin in hebben.

De motivatie om te willen leren opent de deur om vervolgens verder in te spelen op ieders manier van leren.

Als er eenmaal het verlangen is om beter te worden en het vertrouwen in eigen kunnen, kan je als trainer zorgen dat iemand boven zichzelf uitstijgt!

Het blijft altijd maatwerk, geen situatie is gelijk en elk mens heeft eigen ‘handvatten”. Dit zorgt ervoor dat ik bevlogen ben met het aanreiken van tools voor positieve gedragsverandering. Iedereen is het waard om zich goed in zijn vel te voelen en om daardoor alle mogelijkheden te hebben om te excelleren.



Bron: 


Didactiek voor trainers, Karin de Galan


Over de blogger:



Remy Nieuwenhuizen, heeft na de opleiding tot Judo en Jiu jitsu leraar, gewerkt als IBT instructeur bij de Koninklijke Marechaussee.
Bij de KMAR heeft hij aan veel afdelingen en eenheden van de Nederlandse Krijgsmacht lesgeven in aanhoudings,- en zelfverdedigingstechnieken. 
Hij heeft zich inmiddels ontwikkeld tot leraar lichamelijke oefening 1e graad, NLP trainer en docent Gevaarsbeheersing. In 2012 startte hij het bedrijf Weerbaar Nederland, waar hij met veel plezier en succes trainingen geeft in o.a. omgaan met agressie en geweld. Hiernaast is hij nu werkzaam als docent orde en handhaving bij het ROC ID college.

www.weerbaarnederland.nl

Linkedin profiel Remy Nieuwenhuizen




Het bestuur van SRDG en alle bloggers wensen u fijne feestdagen toe! 



Het volgende blog plaatsen we halverwege januari.

vrijdag 8 augustus 2014

Rollenspelen in psychofysieke weerbaarheidslessen

In mijn eerdere blog, nodigde ik iedere trainer "hanteren van agressie" en "gevaarsbeheersing" uit om een licht op te steken bij de psychofysieke weerbaarheid. In dit blog geef ik een korte schets over werkwijze van de opbouw naar rollenspelen in weerbaarheidstrainingen.


Uitgangspunten


In weerbaarheidstrainingen is de trainer verantwoordelijk voor een goede sfeer. Uit onderzoek blijkt dat mensen het beste leren als ze zich veilig voelen en als ze vrolijk zijn. De thematiek waar we mee bezig zijn is echter allerminst ‘veilig en vrolijk’, maar roept vaak angst en onzekerheid op en niet zelden ook herbeleving.

Aan de trainer om niet alleen de sfeer goed te houden, maar de deelnemers daarnaast uit te dagen om te leren en om hen succeservaringen te geven. En dat in een kortdurende training met niet zelden getraumatiseerde deelnemers!

Naast de randvoorwaarden in de training die de veiligheid waarborgen, zoals Susanne in haar bijdrage schetst, hanteren we een aantal andere belangrijke uitgangspunten:

  • We oefenen eerst de losse elementen
  • Daarna oefenen we combinaties van die elementen
  • Dan komen de abstracte rollenspelen waarin het geleerde geoefend wordt
  • Pas daarna sluiten we af met een rollenspel waarin een werkelijke situatie geoefend wordt. 

Doordat alle losse elementen die gebruikt moeten worden om een rollenspel tot een succes te maken al succesvol geoefend zijn, wordt ook het rollenspel een succes.

Als volgens deze opbouw gewerkt wordt, oefent de deelnemer zo niet alleen de feitelijke voorliggende situatie van dit specifieke rollenspel, maar begrijpt en ervaart hij dat alle andere situaties van grensoverschrijdend gedrag ook zo opgelost kunnen worden.

Tot zover de theorie waar ik in het kader van deze blog niet verder op in zal gaan. Om deze uitgangspunten verder toe te lichten zal ik dit verder uitwerken aan de hand van rollenspelen waarin cursisten oefenen te confronteren. Het gaat dan om situaties waarin geen directe dreiging van geweld is (dan moet je immers iets anders doen, bijvoorbeeld vluchten, vechten of de-escaleren).

Voorbeelden van deze situaties zijn onder meer: iemand wordt lastig gevallen bij een bushalte, iemand heeft iets van je geleend en wil het niet terug geven of iemand staat te dicht bij je.

De hier gepresenteerde uitgangspunten worden echter ook bij andere rollenspelen gebruikt, zoals die waar wel de-escalatie geoefend wordt.

De feitelijke situaties verschillen natuurlijk per doelgroep. Zo zijn er trainingen met deelnemers die een enquêteur al als bedreigend kunnen ervaren.

Confrontatieregels


Allereerst bepaal je als trainer welke vaardigheden een cursist onder de knie moet hebben om een bepaald rollenspel (aan het einde van je training) succesvol te kunnen uitvoeren. Meestal zullen dat de confrontatieregels zijn.

Deze worden in weerbaarheidstrainingen gebruikt als een checklist om voor jezelf op te komen in grensoverschrijdende situaties die in principe niet escalerend zijn. Het spreekt voor zich dat in agressieve situaties eerst gede-escaleerd moet worden alvorens iemand geconfronteerd kan worden met zijn of haar onwenselijk gedrag.

Iemand die deze ‘regels’ volgt heeft een grotere kans om gerespecteerd te worden in zijn of haar wensen omdat hij of zij overtuigend overkomt.

Deze confrontatieregels zijn als volgt:

  • Blijf rustig en adem goed door;
  • Wees overtuigd van jezelf en neem ruimte in (rug recht, stevig staan);
  • Kijk de ander recht aan, maak oogcontact;
  • Laat je stem rustig en overtuigend klinken;
  • Benoem het ongewenst gedrag en zeg wat de ander moet doen, vermijd discussie;
  • Je houding, je woorden en je gezichtsuitdrukking moeten overeenstemmen;


Werkvormen: de opbouw


Als de confrontatieregels gecombineerd worden met de aan het begin van dit blog gepresenteerde uitgangspunten betekent dit het volgende:

In de eerste lessen wordt vooral gewerkt met losse werkvormen om oogcontact, houding, ademhaling te oefenen. Pas wanneer alle deelnemers aan een cursus bijvoorbeeld een juist stemgebruik hebben, een correcte ademhaling en oogcontact kunnen maken, worden werkvormen gepresenteerd waarin die drie gecombineerd worden. En pas als dat lukt, wordt overgegaan naar het oefenen met alle confrontatieregels tezamen. En als iedere cursist dat succesvol kan, worden meer realistische rollenspelen aangeboden.

In die eerste werkvormen wordt dus slechts één aspect geoefend.

Dat doen we op een speelse, luchtige manier. Door bijvoorbeeld veelvuldig te werken met muziek of met spelvormen wordt het accent op dat ene aspect gelegd en niet op het totale plaatje. Hierdoor leren de cursisten gemakkelijker en wordt voorkomen dat ze een herbeleving krijgen. Immers: wij werken middels beleving en ervaring, maar niet door herbeleving – weerbaarheidstrainers zijn geen therapeuten.


Werkvormen: voorbeelden


Er zijn in de loop van de jaren tientallen, zo niet honderden werkvormen bedacht en gedeeld. We worden met zijn allen steeds vaardiger in het herkennen en ombouwen van bestaande werkvormen naar weerbaarheidswerkvormen. Wel eens bedacht bijvoorbeeld om de Nieuw-Zeelandse Haka   met een groep aan te leren om stevig staan en stemgebruik te oefenen? 





Vorig jaar was er iemand op onze post-hbo opleiding die dit bedacht heeft! En het werkte fantastisch! Haar deelnemers toonden vechtlust, ervoeren saamhorigheid en oefenden tussendoor stem, stevig staan en ademhaling. 

Een ander bekend voorbeeld is het inzetten van muziek en de deelnemers door elkaar door de ruimte te laten lopen. Dat kan met stevige muziek om de cursisten te laten stampen en dus stevig te laten staan (als de muziek stopt, staat iedereen stevig) of met bijvoorbeeld het muziekstuk Carnaval Des Animaux waarin de deelnemers op de tonen van de muziek sluipen, stampen of juist huppelen. 


Het volledige muziekstuk duurt te lang om in het blog te tonen, daarom hier twee stukjes:

Carnaval des Flamants roses



Carnaval des Animaux (aquarium)



Erg succesvol en ook weer bedacht door één van mijn deelnemers aan mijn trainingen voor (toekomstige) weerbaarheidstrainers is het spel ‘watchman’ (oogcontact):
Maak kaartjes, zoveel als er groepsleden zijn. Een kaartje heeft een kruis, een aantal kaartjes (in een groep van 12 bijvoorbeeld 4) hebben een oog en de rest van de kaartjes hebben een nummer.
Iedereen krijgt een kaartje dat je niet aan anderen mag laten zien. De persoon met het kruis is de ‘tikker’. De mensen met de ogen moeten er achter komen wie de tikker is. De tikker tikt mensen door naar ze te knipogen.
Als je een knipoog krijgt, wacht je vijf tellen en dan ben je af (ga je zitten). Zodra iemand met een oog op het kaartje weet wie de tikker is, steekt hij de hand op.

Mijn favoriet is de Nee-cirkel omdat deze werkvorm slecht 3 tot maximaal 7 minuten duurt en in allerlei variaties is toe te passen. Ik gebruik hem vaak vlak voor een rollenspel om nog even alle confrontatieregels de revue te laten passeren.


Alle deelnemers staan in een kring en zeggen om de beurt nee, houdt daarbij een hoog tempo aan. Dat kan op verschillende manieren.
Bijvoorbeeld: nee zeggen alsof je het wel of juist niet meent, alsof je erg boos bent, in de taal van je moeder, met een gebaar, assertief, nee zeggen en ja knikken, met een lachend gezicht, met een serieus gezicht. Enzovoorts.
Deelnemers leren zo dat de gezichtsuitdrukking congruent moet zijn met hun boodschap. Deze werkvorm kan meerdere keren terugkomen in een training en kan ook al in het begin van een cursus, zelfs in de eerste les, aan de orde komen. Dan is het ook een goede manier voor de trainer om de deelnemers te observeren.

Over de blogger

drs Berendineke Steenbergen


Berendineke studeerde Sociale Wetenschappen en combineert een baan als manager, tegenwoordig bij de Hogeschool Utrecht, met het geven van. Zij doet dat sinds eind jaren ’90. Ze is sinds 2001 als opdrachtgever of ontwikkelaar bij alle landelijke opleidingen tot weerbaarheidstrainer als opdrachtgever of ontwikkelaar betrokken geweest en is initiatiefnemer van de post-hbo opleiding tot weerbaarheidstrainer van het Centrum voor Social Work van de Hogeschool Utrecht. Daarnaast was zij voorzitter van de Beroepsvereniging Docenten Weerbaarheid en Zelfverdediging. Tegenwoordig is ze vooral actief als methodiekontwikkelaar van psychofysieke weerbaarheidstrainingen en geeft ze masterclasses voor trainers die zich verder willen bekwamen in het geven van weerbaarheidstrainingen. Voor de opleiding Docent Gevaarsbeheersing is zij gastdocent en examinator..

Zij mag dus met recht een expert op het gebied van weerbaarheid genoemd worden.

Twitteraccount: @BerendinekeS
De website www.skidbladnir.nl is medio 2014 online


Binnenkort zal Berendineke voor iedereen die actief is als trainer weerbaarheid een masterclass organiseren met als thema de opbouw naar rollenspelen in de les. Hier komen allerlei werkvormen aan bod die je kunt inzetten. Interesse? Zoek contact via LinkedIn of Twitter.

dinsdag 20 mei 2014

Leren is niet de hoofdtaak van de hersenen

Bron: http://sciencenetlinks.com/tools/3d-brain/
Allereerst moeten we een misverstand uit de weg helpen: Veel goedbedoelde docenten denken dat de hersenen van hun deelnemers geïnteresseerd zijn in leren. Dat klopt niet helemaal.
De hersenen zijn in eerste instantie niet geïnteresseerd in leren op zich. 
De hersenen zijn eerst geïnteresseerd in overleven.
Elk vermogen in onze intellectuele eigenschappen zijn ontworpen om aan de vernietiging te ontsnappen. 
Leren bestaat alleen om aan de vereisten van dit primaire doel te voldoen. 

Het is een gelukkig toeval dat ons intellect een dubbele taak kan uitvoeren in het klaslokaal, wat ons vermogen oplevert om theorie ( de confrontatieregels, de-escalerende gesprekstechnieken of weerbaarheidstechnieken) op te pikken. Maar het is niet de hoofdtaak van de hersenen. Het is een bijproduct van een veel diepere kracht:

de intense wens om te overleven tot de volgende dag. We overleven niet om te kunnen leren. We leren om te overleven.

Dit overkoepelende doel voorspelt veel zaken en het volgende is daarvan het meest belangrijk: als je een goed opgeleide deelnemer wilt hebben, moet je een veilige leeromgeving weten te creëren. Als de veiligheidseisen van hersenen vervuld zijn, zal het zijn neuronen toestaan om bij te klussen tijdens onze omgaan met agressie of weerbaarheidstraining.

Een eenvoudig voorbeeld van fixatie van de hersenen op veiligheid is te zien tijdens een overval. Het heet wapenfixatie. Slachtoffers van een overval lijden vaak aan geheugenverlies of verwarring; ze kunnen zich over het algemeen geen gelaatstrekken van de overvaller herinneren. Maar ze kunnen het wapen perfect omschrijven.

Waarom herinneren we ons het vuurwapen van de overvaller wel, wat de politie niet altijd verder helpt, maar niet het gezicht van de overtreder, wat dat bijna altijd wel doet? Uit het antwoord blijkt de bekende prioriteit van de hersenen: veiligheid.

Het wapen vormt de grootste bedreiging en de hersenen richten zich daarop omdat ze gebouwd zijn op overleving. De hersenen stellen prioriteiten onder deze vijandigheid; ze zijn onder stress alleen gericht op de bron van de bedreiging.

Sommige deelnemers in onze lessen “omgaan met agressie” zijn goed in het theoretische stuk. Ze kunnen in alle rust perfect uitleggen hoe het goed is om te reageren tijdens agressievolle situaties. Zij weten dit dus, maar hoe zetten ze dit ‘weten’ om in kunnen…het toepassen onder stress in de praktijk?

Gedurende een realistisch rollenspel interpreteren ze, zonder een veilige leeromgeving, het gedrag van de acteur als bedreigend ( en niet als een uitdaging om te leren) en als de trainer dan ook nog heftige feedback gaat geven omdat hij denkt dat dit de concentratie van de deelnemer omhoog zou brengen dan kan de deelnemer geen succesbeleving ervaren. In plaats daarvan begint de betreffende deelnemer te huilen, klapt dicht of leert niks en zet zich af tegen het rollenspel:

“Zo gaat het in de praktijk nooit” of “Ik klap dicht omdat iedereen kijkt”. Dus wat gaat hier fout?

Vanuit het perspectief van de hersenen gaat er niets verkeerd. Het brein van de deelnemer richtte zich op de bron van de bedreiging. De feedback van de trainer kon de deelnemer niet dwingen om zich te focussen op de behandelde theorie, omdat de deelnemer zich niet veilig genoeg voelde. De acteur was de bron van de bedreiging. Dit is ‘wapenfixatie’ vervangen door de trainer en acteur.

Hetzelfde geldt als je niet eerst een veilige leeromgeving creëert door kaders, houvast en respect in je lessen te waarborgen. De deelnemers moeten dus eerst ook daadwerkelijk voelen dat zij niet af kunnen gaan en zullen zich daarna pas weten te ontwikkelen buiten hun comfortzone.



Optimale leeromgeving

Waar houd je dan rekening mee om de optimale leeromgeving te creëren in je lessen weerbaarheid, omgaan met agressie of gevaarsbeheersing?

  • De algemene en individuele leerdoelen zijn SMART geformuleerd voorafgaand aan de training en voor de deelnemer, trainer en acteur helder; 
  • De trainer managet de verwachtingen ten aanzien van de training goed; 
  • De trainer is betrokken bij de groep en voelt de situatie en het proces van de deelnemers goed aan;
  • De deelnemer kan ten alle tijden grenzen aangeven over het beoefenen van de stof en aan andere deelnemers (tijdens onze lessen is de kans op herbeleving aanwezig);
  • Alles wat besproken wordt blijft binnen de groep;
  • Een acteur is een middel om de deelnemers in onze lessen een stap verder te helpen en geen doel op zich;
  • De trainer werkt vanuit een succesbeleving en complimenteert en stimuleert de groep en individuele deelnemer;  
  • Eventuele onderlinge agressie binnen de groep wordt meteen adequaat, consequent en effectief aangepakt;
  • De trainer kijkt constant kritisch naar de methodische stappen van het aanleren van mentale en fysieke vaardigheden en kan hier flexibel mee omgaan; 
  • De trainer kijkt niet alleen naar het resultaat maar ook naar wie de deelnemers zijn. Iedereen leert op haar of zijn niveau. De stof wordt hierop aangepast en waar mogelijk gedifferentieerd
  • De trainer kent zijn of haar eigen proces en weet waar zijn of haar triggerpoints liggen t.a.v. de stof en de groep en de afstand die waar mogelijk moet worden overbrugt;
  • De deelnemers mogen eerst terugkoppeling geven op hun eigen gedrag en worden dus niet meteen bekritiseerd door collega’s;
  • En niet te vergeten: humor, ontspanning en plezier tijdens onze lessen is belangrijk; 


    Bronnen: 

    Medina, J. (2013). Het kinderbrein. Pearson Benelux b.v.
    Verhoeven L.H.J ( 2013). Opleidingsboek docent gevaarsbeheersing.


    Over de blogger

    Susanne Verhoeven heeft talloze trainingen verzorgd in de gevaarsbeheersing, omgaan met agressie en weerbaarheid. Met haar scherpe oog daagt ze deelnemers uit om inzicht te krijgen in het eigen gedrag, win-win situaties te creëren en biedt ze mogelijkheden om agressievolle situaties te voorkomen, op te lossen en professionele nazorg te bieden.
    Susanne heeft voor haar trainerscarrière jarenlang als interventiespecialist op risicolocaties gewerkt. Nog steeds onderhoudt ze haar praktijkervaring door projecten met agressievolle groeperingen voort te zetten.
    Susanne is een specialiste, die in staat is om deelnemers te laten groeien vanuit elke beginsituatie. Ze verzorgde o.a. trainingen voor doelgroepen als managers, teamleiders, Burgemeester en Wethouders, gemeente-ambtenaren, horecaportiers, kwetsbare vrouwen, docenten speciaal onderwijs, ambulancepersoneel, medewerkers klantencontact, BOA’s, handhavers, medewerkers in de zorg, verkopers en leden van calamiteitenteam en veel train the trainerstrajecten.

    Tevens verzorgd zij samen met Leo Verhoeven de opleiding docent gevaarsbeheersing en is ze hoofddocent en methodiekontwikkelaar aan de post-HBO opleiding tot docent weerbaarheid aan de Hogeschool Utrecht. Ze gaf ook het vak zelfverdediging aan de sporthogeschool in Tilburg. Susanne's vroegere topsportcarrière, als meervoudig Nederlands kampioen Judo en Jiu-Jitsu, heeft haar leven in het teken gezet van 'omgaan met agressie en weerbaarheid'.
    Website: http://www.opeigenkracht.nl/ 
    Website SRDG: http://gevaarsbeheersing.nl/
    Linkedin profiel Susanne Verhoeven  

    Het volgende blog wordt omstreeks 15 juni geplaatst.

    woensdag 26 maart 2014

    Met weerbaarheid betere gevaarsbeheersing: de rol van weerbaarheid in gevaarsbeheersing

    Niet voor niets wordt in de opleiding docent gevaarsbeheersing veel aandacht besteed aan weerbaarheid. Een weerbare houding kan verdere escalatie van agressie voorkomen, waardoor werkvormen rondom het vergroten van weerbaarheid in lessen gevaarsbeheersing passend zijn. Ik zou zelfs willen stellen: ‘zonder weerbaarheid geen gevaarsbeheersing’. 


    Weerbaarheid, hanteren van agressie, gevaarsbeheersing


    ‘Weerbaarheid’, maar ook ‘gevaarsbeheersing’ of ‘hanteren van agressie’ zijn geen beschermde begrippen.
    Vandaar dat er onder deze noemers allerlei verschillende trainingen en cursussen aangeboden worden van uiteenlopende kwaliteit en inhoud.
    Wie de websites bezoekt van de verschillende aanbieders ontdekt dat zelfs wanneer dezelfde titel en wervingsteksten gebruikt worden, het aanbod van de ene aanbieder inhoudelijk sterk verschilt van de andere. 


    Er zijn trainers die hoofdzakelijk werken met technieken uit Martial Arts en er zijn trainers die uitsluitend werken met rollenspelen. En er zijn trainers die van alles een beetje doen.

    Voor het goed begrip van mijn betoog is het derhalve noodzakelijk de verschillende termen definiëren.

    Weerbaarheid

    Iemand is weerbaar als hij zijn grens kan trekken met respect voor zichzelf en voor de ander.

    Cursussen weerbaarheid worden gegeven aan mensen die daar moeite mee hebben. Dat kan dan gaan om bijvoorbeeld mensen die de neiging hebben om over zichzelf heen te laten lopen of juist om mensen die eerder geneigd zijn zich agressief te gedragen.

    Werden weerbaarheidstrainingen vroeger vooral gegeven aan slachtoffers en aan verlegen of gepeste kinderen, tegenwoordig zijn ook de (potentiële) daders veelvoorkomende cursisten.

    Hanteren van agressie

    In trainingen hanteren van agressie wordt gewerkt met mensen die bijvoorbeeld vanwege hun beroep te maken kunnen krijgen met agressie van een ander.
    In tegenstelling tot de uitgangspunten in weerbaarheidstrainingen staat dus niet het eigen gedrag van de deelnemer aan de training centraal, maar het leren omgaan met het (lastige) gedrag van een ander.

    Gevaarsbeheersing

    Gevaarsbeheersing gaat nog een stap verder. De trainingen gevaarsbeheersing gaan, net als trainingen hanteren van agressie, over het goed leren omgaan met de agressie van een ander. Deze trainingen zijn bovendien bedoeld voor mensen in beroepen die beroepsmatig veel met agressie te maken krijgen en daar een handhavingstaak in hebben zoals bijvoorbeeld geüniformeerd personeel.



    De deelnemers aan deze cursussen hebben daarmee niet alleen verantwoordelijkheid voor hun eigen veiligheid, maar ook voor de veiligheid van anderen. Er wordt hier meer dan in trainingen hanteren van agressie gewerkt met technieken uit de Martial Arts om agressieve mensen bijvoorbeeld in bedwang te houden.

    Concluderend overlapt de inhoud van trainingen weerbaarheid, hanteren van agressie en gevaarsbeheersing elkaar, maar verschillen de accenten en de invalshoeken. 


    Weerbaarheid als basis


    In weerbaarheidstrainingen wordt gewerkt aan het vergroten van de vaardigheden van de deelnemers om op een goede manier voor zichzelf op te komen.
    Omdat het altijd gaat om kortdurende trainingen en het veel gemakkelijker is om iemand iets dat hij al kan beter te laten kunnen dan iemand iets heel nieuws te leren, wordt eerst gekeken welke vaardigheden de cursistengroep al heeft zodat vanuit daar verder gewerkt kan worden.

    Daarnaast wordt bepaald welke vormen van grensoverschrijdend gedrag mogelijk aan de orde kunnen zijn; te denken is dan aan straatgeweld, huiselijk of seksueel geweld, racisme, pesten, groepsdruk, enzovoorts. Pas wanneer de kenmerken van de deelnemersgroep en de vormen van grensoverschrijdend gedrag waar mee aan de slag gegaan wordt bekend zijn, wordt de training ontwikkeld.

    In de lessen wordt aandacht besteed aan de verschillende strategieën: praten (confrontatie en deëscalatie), vechten (de fysieke zelfverdedigingstechnieken), vluchten of weggaan en hulp vragen.


    In alle gevallen wordt gewerkt aan de vergroting van eigenwaarde. Immers: alleen als je jezelf voldoende waard vindt, kun je voor jezelf opkomen.

    De fysieke verdedigingstechnieken worden in weerbaarheid dan ook uitsluitend geoefend met dit doel; doordat de deelnemers hun eigen kracht ervaren, worden ze zelfverzekerder. Deze technieken worden niet geoefend in de veronderstelling dat de deelnemers ze in zo’n cursus daadwerkelijk zo kunnen aanleren dat ze deze kunnen gebruiken in geval van nood (vaak jaren na afronding van de cursus). (Dit is een belangrijk verschil met gevaarsbeheersing).

    In weerbaarheidstrainingen wordt als vanzelf gewerkt aan het leren omgaan met grensoverschrijdend gedrag van anderen. Het spreekt daarmee voor zich dat de werkvormen en aanpak deels ook passend zullen zijn voor de andere trainingen waarin dit geoefend wordt.

    Niet weerbare mensen worden bovendien eerder slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag en vinden het moeilijker goed voor zichzelf op te komen.

    Wanneer je deelnemers beter wilt leren omgaan met agressie, zul je als trainer dus aandacht moeten besteden aan het vergroten van hun weerbaarheid. 


    Weerbaarheid: de methodiek


    Nu de noodzaak van het besteden van aandacht aan de vergroting van weerbaarheid in trainingen gevaarsbeheersing en hanteren van agressie helder is, is het de vraag of de methodische aanpak zoals ontwikkeld binnen de weerbaarheid aanknopingspunten biedt voor andere trainingen.

    Allereerst is bekend dat mensen makkelijker leren als ze dat met plezier doen. In weerbaarheidstrainingen is een goede sfeer daarom een randvoorwaarde.


    Door bijvoorbeeld te werken met muziek wordt plezier gemaakt waardoor de cursisten zich op hun gemak voelen en bijna ongemerkt hun vaardigheden vergroten.
    Goed opgeleide weerbaarheidstrainers zijn kampioen in het creëren van een goede sfeer en tegelijkertijd het aansnijden van zware thema’s.

    Een ander belangrijk uitgangspunt is dat alles eerst in gedeeltes en pas daarna als totaal geoefend wordt.
    Feitelijk betekent dit bijvoorbeeld dat er in de trainingen eerst de losse elementen van confrontatietraining geoefend wordt, daarna combinaties en pas daarna het geheel in een rollenspel.
    Dus eerst werkvormen rond stevig staan, ademhaling, stemgebruik, oogcontact en een congruente gezichtsuitdrukking apart, daarna werkvormen waarin bijvoorbeeld zowel stevig staan als een congruente gezichtsuitdrukking worden geoefend en pas daarna al deze elementen tezamen. 

    Deze consequent methodische aanpak heeft een enorme hoeveelheid aan werkvormen opgeleverd die gemakkelijk ook ingezet kunnen worden in andere trainingen.

    Kortom: ook de methodische kennis die binnen weerbaarheid ontwikkeld is, is van een onschatbare waarde voor trainers hanteren van agressie en gevaarsbeheersing. Ik zou deze trainers dan ook van harte bij ons willen uitnodigen te komen kijken voor mooie werkvormen en een goede methodische aanpak.

    Want: met weerbaarheid een betere gevaarsbeheersing!

    drs Berendineke Steenbergen
    Berendineke studeerde Sociale Wetenschappen en combineert een baan als manager, tegenwoordig bij de

    Hogeschool Utrecht, met het geven van weerbaarheidstrainingen. Zij doet dat sinds eind jaren ’90. Ze is sinds 2001 bij alle landelijke opleidingen tot weerbaarheidstrainer als opdrachtgever of ontwikkelaar betrokken en is initiatiefnemer en mede-ontwikkelaar van de post-hbo opleiding tot weerbaarheidstrainer van het Centrum voor Social Work van de Hogeschool Utrecht. Daarnaast was zij voorzitter van de Beroepsvereniging Docenten Weerbaarheid en Zelfverdediging. Tegenwoordig is ze vooral actief als methodiekontwikkelaar van psychofysieke weerbaarheidstrainingen. Daarnaast geeft ze masterclasses voor trainers die zich verder willen bekwamen in het geven van weerbaarheidstrainingen en is gastdocent en examinator voor onder meer de opleiding Docent Gevaarsbeheersing.
    Zij mag dus met recht een expert op het gebied van weerbaarheid genoemd worden.

    Berendineke is actief op Twitter (@BerendinekeS) en Linkedin: Linkedinprofiel Berendineke 

    De website www.skidbladnir.nl is medio 2014 online.

    Het volgende blog wordt omstreeks 13 april geplaatst.