Posts tonen met het label geweldsincident. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geweldsincident. Alle posts tonen

woensdag 8 juli 2015

Van online naar offline en weer terug...

Met trots presenteer ik jullie het boek "Verantwoord werken aan veiligheid!" een initiatief van Stichting Register Docent Gevaarsbeheersing (SRDG).



Namens deze stichting ben ik als opleidingskundige de initiatiefnemer van (in eerste instantie) een open linkedin groep "Docent gevaarsbeheersing/Weerbaarheid"  en een gezamenlijk blog.

De linkedin groep telt inmiddels 212 leden en er wordt rijkelijk gediscussieerd over gevarieerde gevaarsbeheersing/weerbaarheid onderwerpen. Onze vakgroep kent vele verschillende doelgroepen en is daardoor een grote bron van kennis die we o.a. op deze manier met elkaar proberen te delen.


De schrijvers van een blog hebben extra tijd en energie gestoken in de verdieping op een bepaald onderwerp. Door de publicatie van dit boek laten wij hier onze waardering voor zien. Alle blogs van 2014 staan in dit boek.


De blogs worden in het boek afgewisseld door relevante en leerzame linkedin discussies uit onze groep.
In het boek zijn de discussies geanonimiseerd. Wij hechten er belang aan "de discussie de discussie te laten". Daarom is de tekst zoveel mogelijk gelijk gebleven.




Het boek is ingedeeld in drie delen/ hoofdstukken en is bedoeld voor docenten gevaarsbeheersing/weerbaarheid en natuurlijk alle andere geïnteresseerden:

  • Lesniveau;
  • Organisatie niveau;
  • Beschouwend niveau;
Achterin het boek vind je meer informatie over alle auteurs.


Tijdens de door SRDG georganiseerde masterclass op 13 juni 2015, mocht ik de eerste versie presenteren aan een aantal auteurs en het bestuur van de stichting.



Nu is het boek eindelijk voor iedereen verkrijgbaar via bol.com. Behalve via de link, kun je hem zoeken via de titel of het ISBN nr.: 9789402134087



Wij (SRDG) wensen je veel leesplezier!

Joost Verbrugge

zaterdag 3 januari 2015

Wil je het niet verder vertellen?

Je weet dat een leerling je volledig vertrouwt wanneer hij of zij je een geheim vertelt en met een ernstig probleem zit.
Als docent weerbaarheid en gevaarbeheersing moet je goed weten wat de wegen zijn die jij moet bewandelen om de juiste signalering en doorverwijzing te bieden.

Als judoleraar zag ik brandwonden op de arm van één van mijn leerlingen en vroeg haar hoe dat kwam. Samantha vertelde me dat haar vader een sigarettenpeuk op haar arm had uitgedrukt. Ze verzocht me het hier met niemand over te hebben.
Wat doe je in zo’n situatie?


Ze liet, op mijn verzoek, na de judoles de brandwonden op haar arm schoorvoetend nog eens duidelijk zien en vertelde wat er was gebeurd met haar arm.
De tranen stonden in haar ogen. Ook vertelde ze dat haar thuissituatie verre van stabiel was. Vader en moeder lagen in een scheiding. Ze was te laat thuis gekomen en daarom had haar vader dit als straf gedaan.

Ze vroeg mij om het er met niemand over te hebben, want als haar moeder het te horen zou krijgen, zouden de problemen alleen nog maar groter worden. 
Ik, judoleraar met nog niet zoveel ervaring, zag in haar ogen dat ze eigenlijk om hulp vroeg. Ik heb geen geheimhouding beloofd, want daarmee zou ik mij daarna verantwoordelijk kunnen gaan voelen voor het voortbestaan van de situatie.
Toch had ik een dubbel gevoel. Samantha vroeg om geheimhouding en ik vond dat ik deze ernstige mishandeling aan de kaak moest stellen. Ook kon ik niet begrijpen dat een vader zijn dochter dit zou aandoen.

Je hebt als judoleraar een vorm van beroepsgeheim, maar ook een zorgplicht. Ik moest mijn verantwoording nemen. 
De ouders (de vader in deze situatie) inlichten was geen optie. De ouders zouden het waarschijnlijk ontkennen en mogelijk het lidmaatschap van hun dochter van de judovereniging opzeggen. Dit zou ertoe kunnen leiden dat Samantha weer zou gaan zwijgen in de toekomst. 

Zo’n 25 jaar geleden bestond de meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling voor professionals helaas nog niet, maar ik wist wel van het bestaan van het AMK.
Ik vond het best spannend om naar het AMK te bellen. Ik vertelde het verhaal en ze beloofden mij dat mijn melding zou worden onderzocht. Dit liet ik Samantha ook weten.

Daarna hoorde ik niets meer van het AMK. Dat vond ik jammer.
Ik kan mij heel goed voorstellen dat het onderzoek vertrouwelijk moet plaatsvinden en dat relatieve buitenstaanders niet op de hoogte mogen worden gebracht van de stand van het onderzoek.
Ik zag geen nieuwe verwondingen bij Samantha. Als ik aan haar vroeg hoe het met haar ging, antwoordde ze oppervlakkig dat het wel goed ging. Van een onderzoek van het AMK heeft ze nooit iets gemerkt.

Ik vertrouwde erop dat het onderzoek van het AMK goed zou verlopen en een positief effect voor Samantha zou hebben.
Samantha bleef nog enkele maanden lid van de judovereniging.
Daarna besloot ze te stoppen met judo. Met een zorgelijk gemoed nam ik afscheid van haar.


In die tijd was er een AMK, maar geen meldcode, die er nu
gelukkig wel is. Ook bestaat er nu een Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG).













Meldcode maken volgens basismodel


Een meldcode beschrijft in 5 stappen wat professionals moeten doen bij vermoedens van geweld. Organisaties en zelfstandige beroepsbeoefenaren stellen een eigen meldcode op met daarin in ieder geval deze 5 stappen:



  • Stap 1: In kaart brengen van signalen. 
  • Stap 2: Overleggen met een collega. En eventueel raadplegen van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK), het Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG) of een deskundige op het gebied van letselduiding. 
  • Stap 3: Gesprek met de betrokkene(n). 
  • Stap 4: Wegen van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. En bij twijfel altijd het SHG of AMK raadplegen. 
  • Stap 5: Beslissen over zelf hulp organiseren of melden.


Circa 10 jaar later kwam ik als politieagent Samantha weer tegen in de stad. Ze was dak- en thuisloos en flink aan de drugs. Ze zwierf door Eindhoven en zag er verwaarloosd uit. Ze was in gezelschap van een tenminste twintig jaar oudere zwerver. Ze had een vest aan met lange mouwen. Met mijn professioneel oog zag ik dat prostitutie tot de mogelijkheden behoorde. Wat een hopeloze situatie. Waar was het mis gegaan? Ze herkende mij niet eens.
Op het bureau zag ik op haar naam in de computer een lange lijst, een en al ellende.

Wat had ik destijds anders moeten en misschien wel kunnen doen?


Als docent weerbaarheid en gevaarsbeheersing is het van belang om goed in te zien dat wij geen therapeuten zijn. Hier zijn (de meeste van ons) niet voor opgeleid en wij moeten beseffen waar onze verantwoordelijkheid ligt en wat onze rol is. 

Volgens, Intomart, 1997, krijgt 40% van alle Nederlandse mannen en vrouwen ooit in hun leven te maken met huiselijk geweld.
Bij meer dan 10% heeft dit tot lichamelijk letsel geleid. Maar liefst 25% van de Nederlandse bevolking heeft huiselijk geweld ervaren dat zich over een langere periode wekelijks of dagelijks voordeed.

Kortom, huiselijk geweld is één van de grootste problemen in de samenleving. Het is bovendien de vaakst voorkomende vorm van grensoverschrijdend gedrag. Daarom speelt het bij elke doelgroep: vrouwen, mannen, professionals, kinderen, gehandicapten etc.

Onze taak als docent is op een dusdanige wijze te handelen dat dit erkend wordt, zonder therapie te gaan geven.
Maar hoe doe je dat in je lessen?

  • Besef goed welke emoties het onderwerp bij jezelf oproept en probeer daar een evenwicht in te vinden.
    Dus niet alleen het stuk herbeleving, maar ook het oordelen over een situatie zoals: als je geslagen wordt in een relatie dan vertrek je toch gewoon?!
  • Signaleer de signalen van het slachtoffer.Heeft hij of zij veel blauwe plekken? Is hij of zij schrikachtig?Doet hij of zij veel uitspraken zoals: “Ik mag dat niet van mijn man…”. Onthoudt dat het signalen zijn en besef dat dit nooit meteen hoeft te betekenen dat er huiselijk geweld plaatsvindt. 
  • Als de cursist een verhaal vertelt ga er dan op in totdat diegene gekalmeerd is en verwijs dan door. 
  • Zorg ervoor dat je sociale kaart in orde is. 
  • Bespreek de situatie met een collega, docent van de klas of vertrouwenspersoon van de organisatie. Zie je wel de juiste signalen?
  • Bespreek je vermoedens met de cursist of ouders als dit mogelijk is. 
  • Meldt bij de juiste instantie zoals hierboven beschreven.



Over de blogger



Leo Verhoeven is een autoriteit op het gebied van weerbaarheid en het omgaan met agressie. Als officier van dienst bij de politie werkte Leo dagelijks met de organisatorische, juridische en mentale kanten van agressie. Inmiddels verzorgd hij al jaren verschillende trainingen omgaan met agressie voor doelgroepen als BOA’s, handhavers, BIT, BOT, verschillende agressieteams, toezichthouders, medewerkers sociale zaken, docenten, horecaportiers en kwetsbare vrouwengroepen. Hij ontwikkelde mede de A.Z. toets voor de politie Nederland, leidde IBT-docenten voor de Douane, docenten R.T.G.B. en meer dan 150 con-collega’s omgaan met agressie op.
Met twee Europees kampioenschappen jiu-jitsu, een 6e dan in judo en een 6e dan in jiu-jitsu op zijn naam, doceert Leo onder andere aan het C.I.O.S te Sittard en aan de Politieacademie. Zo leidt hij toekomstige docenten op om te werken bij defensie, politie en in de sportsector.
Gebaseerd op zijn jarenlange praktijkervaring richtte Leo ruim 15 jaar geleden bureau Op Eigen Kracht op en schreef hij het boek “Op Eigen Kracht”. Het boek is een leidraad voor weerbaarheid- en zelfverdedigingcursussen voor vrouwen.
Voor het C.I.O.S. ontwikkelde Leo met succes de opleiding instructor Gevaarsbeheersing. Deze erkende en populaire opleiding trekt al jaren cursisten uit binnen -en buitenland.

Website: op eigen kracht

vrijdag 14 november 2014

Een duivels dilemma

In de linkedingroep Docent Gevaarsbeheersing/ Weerbaarheid legde ik aan alle leden een dilemma voor waarop zeer divers gereageerd werd:

Stel je voor:

De directrice van een kleine zorginstelling vraagt jou om advies. Haar instelling heeft drie weken geleden de deuren geopend van een pand waar dakloze jongeren tijdelijk onderdak, een boterham, een kop koffie en een luisterend oor kunnen krijgen.

Het is een wat ouder pand met meerdere kleine kamers. Er zijn continue vier medewerkers in het pand die zich verdelen over de kamers. Het is nu al twee keer voorgekomen dat twee jongens met elkaar op de vuist zijn gegaan en dat het personeel ter nauwer nood veilig heeft kunnen ingrijpen. De medewerkers hebben de directrice om extra aandacht voor hun veiligheid gevraagd.




De directrice legt je drie keuzes voor:
  1. Schaf ik camera's aan om de ruimtes te observeren, zodat de andere medewerkers het zien als ze naar een andere ruimte moeten gaan om hun collega's te helpen; 
  2. Schaf ik portofoons aan, zodat de medewerkers elkaar kunnen oproepen; 
  3. Laat ik alle medewerkers een cursus van 10 lessen weerbaarheid/ gevaarsbeheersing volgen; 
De directrice heeft op dit moment de financiën voor één van de drie oplossingen. Wellicht komt er in de toekomst meer geld vrij, maar dit is niet zeker.

Ik ben benieuwd wat jij zou adviseren en waarom?


Antwoorden

Alle drie de mogelijkheden werden om verschillende redenen gekozen en af en toe kwam er zelfs een vierde mogelijkheid om de hoek. Ik heb de mogelijkheden hier proberen te categoriseren.
Iedere nieuwe reactie geef ik aan door "reactie" voor de reactie te plaatsen.

Mens

Bron:
 http://www.denkraam.info/blog/daklozen-overnachten-in-winteropvang/
"reactieMijn persoonlijke voorkeur blijft toch uitgaan naar het ontwikkelen van mensen. Portofoons en camera's zijn toch vooral (elektronische) hulpmiddelen die door mensen bedient worden. Het gevoel van veiligheid komt voor mij echt voort uit het innerlijk van de mens.

Een camera en een portofoon kán helpen bij het alarmeren van collega's. Als die collega's aansluitend niet op de juiste manier handelen is het effect echter minimaal. Ik ga dus voor het aanbieden van training. "reactieIk zou haar, als eigenaar van een beveiligingsbedrijf, gratis een RI&E analyse voorstellen en van daaruit een beveiligingsadvies op maat doen toekomen.


Een beveiligingsoplossing is geen oplossing maar vaak een lapmiddel. Vanuit het beschikbare budget gaan kijken naar meervoudige maatregelen die integrale beveiliging aanbieden.
Alles in zeer nauw overleg met de klant en dan goed luisteren naar het personeel op de werkvloer.


Jezelf profileren als beveiliger en niet als politie is hierbij voor de beveiliger een must. Autoritair zijn geeft vaak het tegenovergestelde. Duidelijkheid en eerlijkheid zijn je belangrijkste wapens. Pedagogisch is een toverwoord. 

Protocollen, huisregels zijn een must en die ook consequent handhaven en ja laat ze maar een keer op hun bek gaan en laat er maar een paar vertrekken. Niets mis mee, maar op den duur krijg je er wel een veilige zorginstelling mee. 

De taak van de beveiliger is heel goed observeren door er tussen te staan (niet er boven). Gesprekken voeren met de jongelui. Met respect elk niet te tolereren gedrag meteen de kop indrukken door hun aan te spreken en te wijzen op gemaakte afspraken en het gevoerde beleid.

Jongeren die daar niet mee wensen om te gaan, verwijderen door de toegang voor een bepaalde tijd te ontzeggen. Bijvoorbeeld voor een dag. Respectvol benaderen en beleid duidelijk en eerlijk uitvoeren. Daarnaast de jongeren iets bieden zoals een goed gesprek, van daaruit vervolg beleid doorvoeren in de zin van financiële begeleiding, afkicken van drugs en of drank, behandelen van de (achtergrond)problematiek zoals sexueelmisbruik, psychiatrische stoornis en bedenk zelf er nog maar een aantal bij. 

Agressie ontstaat vaak uit angst, achterdocht, uit psychoses en wantrouwen. Als je die kunt tackelen ben je op de goede weg. Een beveiliger moet rust, zelfvertrouwen en integriteit laten zien in zijn verbale en non-verbale gedrag. Vechten is het allerlaatste wat een spw-er en ook de beveiliger moet gaan doen. De politie heeft het geweldsmonopolie en dat moet je daar ook vooral laten zitten.

"reactieTja, moeilijk. Ik zou toch meer info willen denk ik. Wat is te nauwer nood? Waren ze er net op tijd bij voor e.e.a. verder escaleerde, duurde het te lang voor er voldoende assistentie was om in te grijpen? of voelen ze zichzelf niet capabel genoeg om veilig in te grijpen? Hoe is het pand ingericht? Is er een handelingsplan/protocol voor dit soort calamiteiten en heeft dit in deze gevallen gewerkt of niet, en zo nee, waarom niet?


Het kan ook juist de veiligheid verhogen wanneer medewerkers weten wat er wel en niet van hen verlangd wordt bij zulke calamiteiten. En vaak liggen dit soort dingen vastgelegd in een handelingsprotocol. Vandaar dat ik deze vraag zou stellen.

Een advies of richtlijn in dezen zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat het personeel helemaal niet fysiek in mag grijpen bij zulke incidenten, maar alleen mag evacueren en observeren vanaf veilige plek en de politie mag bellen. Dan is een fysieke (weerbaarheids) training helemaal niet aan de orde.

Zeker in dit soort settings weet je helemaal niet in wat voor situatie je verzeild raakt als je fysiek ingrijpt. Een wapen of enge ziektes liggen om de hoek te loeren, dus ik zou er niet snel voor kiezen om het personeel te trainen als niet direct en acuut hun eigen veiligheid in gevaar is. 
Het is ook veel natuurlijker om terug te treden uit gevaarlijke situaties en veiligheid op een andere manier te organiseren. 

"reactieHet zou zelfs niet eens misstaan als advies. Wellicht is er dan te investeren in een "safe room" totdat de politie er is. 

"reactieIk heb zelf ook ervaring met een dergelijke doelgroep. Mijn ervaring is dat camera's niet helpen. Wellicht is deze doelgroep anders. Maar vaak leert de praktijk dat jonge daklozen het niet nauw nemen met de regels en de eventuele sancties. 
Ze hebben het gevoel dat ze niks te verliezen hebben en daarom heeft een camera ook meestal weinig invloed op hun. Daarnaast moet er iemand naar de camera kijken en dat kost de organisatie veel geld. Daarnaast komen veel van deze jongeren met drugs in aanraking en kent een dubbeldiagnose (zowel psychiatrische stoornis als drugsverslaafd). Dit maakt de roep naar getrainde werknemers alleen maar groter. Vaak blijft het namelijk niet bij wiet, maar alcohol en harddrugs waardoor men ook veel agressiever wordt.

Om de hulpverleners hun werk te laten kunnen doen moeten ze twee dingen kunnen doen.

• Weten of en hoe ze moeten handelen (dit kan dmv training)

• Communiceren om elkaar te ondersteunen.

Dan moet er dus gekozen worden voor zowel portofoons als een cursus. Aangezien ze beiden belangrijk zijn zou ik kijken naar de noodzaak van beiden. Mijn ervaring leert dat een portofoon niet altijd nodig is, omdat het met een goede schreeuw ook te doen is. En hoe je op de juiste manier kan schreeuwen en om hulp kan vragen in een gebouw kan men weer leren op een cursus.

Dus ik zou voor de cursus gaan als portofoons niet nodig blijken te zijn. Zijn ze wel nodig? Dan zou ik toch voor de portofoons gaan of een andere manier van communiceren.
Daarnaast zou ik het dringende advies geven om een goed beleid te voeren. Een vriend van mij werkte ook bij een dergelijke organisatie waar eerst beveiligers nodig waren, omdat er regelmatig iemand uit gezet moest worden. Nu komen ze ipv enkel voor een slaapplek ook voor een hulpverlenings-traject. Dit houdt in dat als ze niet mee werken ze niet meer terug hoeven te komen. Dit werkt zeer preventief.


portofoons

"reactieIk denk dat ik toch zou kiezen voor de portofoons. Alleen camera's is alleen achteraf het incident terugkijken, of iemand moet constant de beelden in de gaten houden en hopelijk op tijd zien wat er aan de hand is, dus die valt snel af. 

Training is altijd een goede optie , maar korte cursussen zijn nou ook weer niet voor iedereen even effectief. Met portofoons kun je in ieder geval collega's alarmeren met 1 druk op de knop. Met meerdere collega's ben je sterker. 


Ook kun je gelijk iemand anders de hulpdiensten laten waarschuwen vanuit een andere ruimte zodat je zelf de handen vrij hebt, en de agressor niet perse hoeft te weten dat er politie onderweg is. 

Daarnaast kun je portofoons ook gebruiken bij andere calamiteiten zoals bhv en dagelijkse werkzaamheden efficiënter doen omdat je veel makkelijker communiceert. Ik moet er wel bij zeggen dat het effect valt en staat bij het gebruik er van, dus het moet wel met goede gebruikersinstructies komen, en eventueel zelfs wat training. 

"reactieHet verloop van personeel bij zulke settings zal groot zijn (spreek uit ervaring ) Ik denk dat portofoons de beste optie zijn voor de lange termijn. Met camera's gaan werken ligt gevoelig op gebied van privacy.
In de hulpverlening sector waar agressie voorkomt is deze continuïteit een onzekere factor. Gevoel van veiligheid is erg belangrijk en piepers en portofoons dragen hier toe bij. Maar je houdt natuurlijk altijd het grijze gebied totdat de versterking er is, daar is training van belang.


camera's

"reactieVergeet niet dat camera's ook een grote preventieve werking hebben. Zeker als je je toegangsbeleid erop afstemt en open en bloot op een scherm laat zien wat de camera's opnemen. 

"reactieAls ik zou moeten kiezen ging ik voor de camera's en hun preventieve werking, maar....vergeet niet dat een klant deze punten aandraagt uit een visie van onkunde, en voor advies zijn ze uiteindelijk bij jou gekomen, ik zou toch eerst een vrijblijvende analyse maken door het pand om te kijken of er bouwkundig niets mogelijk was voor het geld wat ze te besteden hebben, wellicht kun je met kleine aanpassingen het pand visueel overzichtelijker maken......


Dus mijn advies zou zijn dat er wellicht meerdere opties mogelijk zouden zijn. Zolang mensen rustig redeneren en een soort risicoanalyse maken voordat ze agressief worden werken camera's preventief. 


"reactieZodra mensen (enigszins) door het lint gaan en niet meer nadenken over de gevolgen heb je daar niet zo veel meer aan. Dat is dus weer situatie-afhankelijk. Voor een echt goed advies moet je dus de situatie goed begrijpen, maar goed, het is een interessante casus uiteraard. Persoonlijk zou ik ook het liefst camera's adviseren aangezien ik die zelf verkoop ;)

Nabeschouwing

Ik heb de discussie als zeer nuttig ervaren en heb er een aantal dingen voor mezelf uitgehaald. Ik had bijvoorbeeld nog niet aan de suggestie van de inrichting gedacht. Door met vernieuwende ideeën te komen, trek je volgens mij de aandacht van een opdrachtgever. Als later blijkt dat die optie toch te duur is, ben jij degene die het verteld aan de klant en ben je de enige gesprekspartner. 

Vooral in de zorg is men veel bezig met mensenwerk en wordt vaak aan mensgerichte oplossingen gedacht. Daarbij is de medewerker ook de bron van de vraag en doe je het als directie en trainer goed als je daar dus ook aandacht aan besteed.


De meerdere functies die een portofoon in kunnen nemen zijn naar mijn mening ook een mooi advies en hier kan een extra geldbron gevonden worden.
Ieder bedrijf moet voldoen aan bepaalde BHV eisen en daarvoor komt het geld meestal uit een ander potje. Wellicht speel je naast de aanschaf van portofoons vijf trainingsmomenten vrij. 


De verdiepende vragen geven je uiteindelijk een concreter beeld van de situatie, al zou ik niet te diep doorvragen op het handelingsprotocol als het antwoord "nee" is. Daarmee kun je een klant in de verdediging drukken en kan hij/zij weg lopen naar een ander.


over de blogger




De hier beschreven discussie is een verdienste van iedereen die heeft meegedaan aan deze discussie in deopen linkedin groep “Docent gevaarsbeheersing/ weerbaarheid”, dus niet van een afzonderlijk persoon. De samenvatting en persoonlijke visie in de afsluiting zijn opgesteld door Joost Verbrugge en ook niet per definitie de enige mogelijke samenvatting.
De linkedin groep is niet alleen voor SRDG leden. Iedereen die zich aan de paar basale groepsregels houdt is meer dan welkom. SRDG is van mening dat van iedereen te leren is en verwelkomt daarom iedereen die mee wilt praten over gevaarsbeheersing en weerbaarheid in deze groep. Bent u nieuwsgierig geworden welke discussies nog meer gevoerd worden? Kom gerust eens kijken.



Het volgende blog wordt omstreeks 14 december geplaatst.

vrijdag 10 oktober 2014

Het Menselijk Verdedigings Systeem

Stelling:
“Veel martial arts beoefenaars hebben zich op een bepaald moment in hun training de vraag gesteld of zij hetgeen zij geleerd hebben, in een echte zelfverdedigings- situatie ook
toe zouden kunnen passen.”

Voor mij is deze stelling in ieder geval zeer herkenbaar.
In de martial arts-systemen waarin ik getraind heb (judo, taekwondo, aikido, boksen en MMA), werd hier weinig of geen aandacht aan besteed. uiteindelijk wil je toch vooral voorkomen dat je in een situatie terecht komen waar je de aangeleerde kennis toe moeten passen. En terecht!

Mindset en stress tijdens een (verrassings)aanval


Maar bepalen we dat altijd zelf? Zijn er situaties denkbaar waarin we daar zelf minder of geen invloed op hebben? Bepaalt niet uiteindelijk de agressor wanneer, hoe, hoe lang en in welke mate hij in de aanval gaat?


Het beoefenen van een budovorm of vechtsport, of het doen van een cursus zelfverdediging geeft bepaalde tools en mentale vorming die een veilig, sterk gevoel geven. 


Kunnen we nog gebruik maken van deze tools en mindset onder de stresslevels die een (verrassings)aanval op straat met zich meebrengen?? 

De stress die zo’n scenario met zich mee brengt maakt dat het cognitieve brein of neo cortex (het gedeelte van onze hersenen waar al hetgeen we aangeleerd hebben opgeslagen is) niet meer toegankelijk is, althans tijdelijk. Dit is ook wetenschappelijk aangetoond

(o.a. door een studie van de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van stress op schietbeslissingen van politieambtenaren.)

Voeg daarbij het feit dat het gemiddelde straatgevecht maar ongeveer 30 seconden duurt, en dan heb je het antwoord op de hier boven gestelde vraag.

Trainen instinctieve reactie

Wat is dan die instinctieve reactie? In het Engels wordt het de ‘startle flinch’ genoemd.
Deze spontane reactie wordt aangestuurd vanuit het oudste gedeelte van ons brein, het reptielenbrein, of amygdala. Het is een autonoom proces wat gericht is op overleven. 


Simpel gezegd: de amygdala herkent ‘fouten’ in onze omgeving en reageert daarop. Soms is deze reactie subtiel, bijvoorbeeld een “neen”-gevoel wanneer je tijdens het uitlaten van de hond een groepje hangjongeren nadert. De startle flinch is echter een veel heftigere, fysieke reactie die optreed wanneer een stimulus te snel wordt geïntroduceerd. M.a.w. als je ergens van schrikt of door verrast wordt.

Zoals gezegd is dit een autonoom proces. Het staat los van de rest van ons brein. Fouten worden dus in eerste instantie altijd gekwalificeerd als (levens)bedreigend, en als zodanig reageert ons lichaam. 


Instinctief dus: handen omhoog om te beschermen en/of af te duwen; hoofd afgedraaid van het gevaar; lichaam in een achterwaartse beweging weg van de dreiging.

Je kunt dus stellen dat de mens is ‘ontworpen’ om te vluchten van gevaar, en niet om de strijd aan te gaan.

Wanneer we niet bewust zijn van de startle flinch is het risico dan ook groot dat we hierin blijven hangen in de zogenaamde vlucht- of (be)vries reactie. En dat is niet handig als je (plotseling) echt aangevallen wordt en niet weg kunt komen.



Het goede nieuws is dat je jezelf kunt aanleren om vanuit startle flinch door te schakelen naar tactisch handelen. Wanneer je dit doet train je jezelf door middel van klassieke en operante conditionering de startle flinch te herkennen en die om te zetten in functioneel bewegen, waardoor je terecht komt in het z.g. punt van dominantie: Je krijgt jezelf weer onder controle. Vanaf dit punt van dominantie is het weer mogelijk om na te denken en eventueel (aangeleerde) verdedigingstechnieken toe te passen. 


Dit filmpje maakt duidelijk wat ik met bovenstaande omschrijving bedoel: Je ziet de kale man instinctief reageren op de klap die de ander plotseling uitdeelt, door zijn handen omhoog te doen en zijn hoofd af te draaien; de startle flinch, die er voor zorg dat hij niet kritiek geraakt wordt, waarna hij zichzelf weer onder controle krijgt (punt van dominantie) en bewust kan reageren op de aanval.

Naast bewustwording, training en conditionering van het Menselijk Verdedigings Systeem M.V.S.), is en blijft training van zelfverdedigingstechnieken dus zeer belangrijk.


M.V.S. in martial arts en fysieke weerbaarheids- en gevaarsbeheersingstrainingen.


Het moge duidelijk zijn wat de meerwaarde is van het implementeren van het trainen van het M.V.S. in fysieke weerbaarheids- en gevaarsbeheersingstrainingen.
Het fungeert als een brug tussen ons survival mechanisme (wat we niet kunnen controleren, en wat maakt dat we niet meer bewust kunnen denken en handelen), en aangeleerde technieken (die we pas toe kunnen passen als er weer enige vorm van bewust denken is).

Mijns inziens hoort het M.V.S. een essentieel onderdeel te zijn van alle trainingen die wij als docenten gevaarsbeheersing verzorgen. Hetzelfde geldt voor martial arts trainingen die gericht zijn op zelfverdediging. 



Hoe bouw je M.V.S. in in je reguliere training?


Je kunt M.V.S. inbouwen in je reguliere training door het oefenen van bepaalde scenario-drills.

Deze trainingsmethode wordt ook wel Confrontational Replication Training (C.R.T.) genoemd, en is het resultaat van meer dan 15 jaar ervaring en ontwikkeling rondom het thema stress en agressie.

Zoals de naam al zegt train je dus replica’s van confrontaties. Deze confrontaties kunnen op verschillende plaatsen in het agressiespectrum plaats vinden. Denk bijvoorbeeld aan een lastige klant aan de balie, een patiënt die een verpleegster slaat met een kruk, of een schietincident tijdens een politiedienst.

C.R.T. kun je zien als een soort lego systeem waarbij je blokjes toevoegt dan wel wegneemt naarmate de doelgroep daarom vraagt. De methodiek is gebaseerd op wetenschap en heeft als doel het individu op een zo realistisch mogelijke manier te trainen in het handelen in lastige situaties zoals die in de praktijk voor kunnen komen.


Bronnen:


www.crteducation.nl

Afbeeldingen:



Arcon van Gorp is eigenaar van A-tac Agressiemanagement en Weerbaarheid, en verzorgt trainingen en cursussen op het gebied van o.a. stress- en agressiemanagement, realistische zelfverdediging, weerbaarheid en gevaarsbeheersing, voornamelijk in de jeugdzorg, aan zowel jongeren als zorgprofessionals. Hij is docent gevaarsbeheersing docent M.V.S. en advanced rots en water trainer. In zijn vrije tijd beoefent hij Krav Maga, Boksen en MMA.

Twitter: @AtacAgressie 

dinsdag 20 mei 2014

Leren is niet de hoofdtaak van de hersenen

Bron: http://sciencenetlinks.com/tools/3d-brain/
Allereerst moeten we een misverstand uit de weg helpen: Veel goedbedoelde docenten denken dat de hersenen van hun deelnemers geïnteresseerd zijn in leren. Dat klopt niet helemaal.
De hersenen zijn in eerste instantie niet geïnteresseerd in leren op zich. 
De hersenen zijn eerst geïnteresseerd in overleven.
Elk vermogen in onze intellectuele eigenschappen zijn ontworpen om aan de vernietiging te ontsnappen. 
Leren bestaat alleen om aan de vereisten van dit primaire doel te voldoen. 

Het is een gelukkig toeval dat ons intellect een dubbele taak kan uitvoeren in het klaslokaal, wat ons vermogen oplevert om theorie ( de confrontatieregels, de-escalerende gesprekstechnieken of weerbaarheidstechnieken) op te pikken. Maar het is niet de hoofdtaak van de hersenen. Het is een bijproduct van een veel diepere kracht:

de intense wens om te overleven tot de volgende dag. We overleven niet om te kunnen leren. We leren om te overleven.

Dit overkoepelende doel voorspelt veel zaken en het volgende is daarvan het meest belangrijk: als je een goed opgeleide deelnemer wilt hebben, moet je een veilige leeromgeving weten te creëren. Als de veiligheidseisen van hersenen vervuld zijn, zal het zijn neuronen toestaan om bij te klussen tijdens onze omgaan met agressie of weerbaarheidstraining.

Een eenvoudig voorbeeld van fixatie van de hersenen op veiligheid is te zien tijdens een overval. Het heet wapenfixatie. Slachtoffers van een overval lijden vaak aan geheugenverlies of verwarring; ze kunnen zich over het algemeen geen gelaatstrekken van de overvaller herinneren. Maar ze kunnen het wapen perfect omschrijven.

Waarom herinneren we ons het vuurwapen van de overvaller wel, wat de politie niet altijd verder helpt, maar niet het gezicht van de overtreder, wat dat bijna altijd wel doet? Uit het antwoord blijkt de bekende prioriteit van de hersenen: veiligheid.

Het wapen vormt de grootste bedreiging en de hersenen richten zich daarop omdat ze gebouwd zijn op overleving. De hersenen stellen prioriteiten onder deze vijandigheid; ze zijn onder stress alleen gericht op de bron van de bedreiging.

Sommige deelnemers in onze lessen “omgaan met agressie” zijn goed in het theoretische stuk. Ze kunnen in alle rust perfect uitleggen hoe het goed is om te reageren tijdens agressievolle situaties. Zij weten dit dus, maar hoe zetten ze dit ‘weten’ om in kunnen…het toepassen onder stress in de praktijk?

Gedurende een realistisch rollenspel interpreteren ze, zonder een veilige leeromgeving, het gedrag van de acteur als bedreigend ( en niet als een uitdaging om te leren) en als de trainer dan ook nog heftige feedback gaat geven omdat hij denkt dat dit de concentratie van de deelnemer omhoog zou brengen dan kan de deelnemer geen succesbeleving ervaren. In plaats daarvan begint de betreffende deelnemer te huilen, klapt dicht of leert niks en zet zich af tegen het rollenspel:

“Zo gaat het in de praktijk nooit” of “Ik klap dicht omdat iedereen kijkt”. Dus wat gaat hier fout?

Vanuit het perspectief van de hersenen gaat er niets verkeerd. Het brein van de deelnemer richtte zich op de bron van de bedreiging. De feedback van de trainer kon de deelnemer niet dwingen om zich te focussen op de behandelde theorie, omdat de deelnemer zich niet veilig genoeg voelde. De acteur was de bron van de bedreiging. Dit is ‘wapenfixatie’ vervangen door de trainer en acteur.

Hetzelfde geldt als je niet eerst een veilige leeromgeving creëert door kaders, houvast en respect in je lessen te waarborgen. De deelnemers moeten dus eerst ook daadwerkelijk voelen dat zij niet af kunnen gaan en zullen zich daarna pas weten te ontwikkelen buiten hun comfortzone.



Optimale leeromgeving

Waar houd je dan rekening mee om de optimale leeromgeving te creëren in je lessen weerbaarheid, omgaan met agressie of gevaarsbeheersing?

  • De algemene en individuele leerdoelen zijn SMART geformuleerd voorafgaand aan de training en voor de deelnemer, trainer en acteur helder; 
  • De trainer managet de verwachtingen ten aanzien van de training goed; 
  • De trainer is betrokken bij de groep en voelt de situatie en het proces van de deelnemers goed aan;
  • De deelnemer kan ten alle tijden grenzen aangeven over het beoefenen van de stof en aan andere deelnemers (tijdens onze lessen is de kans op herbeleving aanwezig);
  • Alles wat besproken wordt blijft binnen de groep;
  • Een acteur is een middel om de deelnemers in onze lessen een stap verder te helpen en geen doel op zich;
  • De trainer werkt vanuit een succesbeleving en complimenteert en stimuleert de groep en individuele deelnemer;  
  • Eventuele onderlinge agressie binnen de groep wordt meteen adequaat, consequent en effectief aangepakt;
  • De trainer kijkt constant kritisch naar de methodische stappen van het aanleren van mentale en fysieke vaardigheden en kan hier flexibel mee omgaan; 
  • De trainer kijkt niet alleen naar het resultaat maar ook naar wie de deelnemers zijn. Iedereen leert op haar of zijn niveau. De stof wordt hierop aangepast en waar mogelijk gedifferentieerd
  • De trainer kent zijn of haar eigen proces en weet waar zijn of haar triggerpoints liggen t.a.v. de stof en de groep en de afstand die waar mogelijk moet worden overbrugt;
  • De deelnemers mogen eerst terugkoppeling geven op hun eigen gedrag en worden dus niet meteen bekritiseerd door collega’s;
  • En niet te vergeten: humor, ontspanning en plezier tijdens onze lessen is belangrijk; 


    Bronnen: 

    Medina, J. (2013). Het kinderbrein. Pearson Benelux b.v.
    Verhoeven L.H.J ( 2013). Opleidingsboek docent gevaarsbeheersing.


    Over de blogger

    Susanne Verhoeven heeft talloze trainingen verzorgd in de gevaarsbeheersing, omgaan met agressie en weerbaarheid. Met haar scherpe oog daagt ze deelnemers uit om inzicht te krijgen in het eigen gedrag, win-win situaties te creëren en biedt ze mogelijkheden om agressievolle situaties te voorkomen, op te lossen en professionele nazorg te bieden.
    Susanne heeft voor haar trainerscarrière jarenlang als interventiespecialist op risicolocaties gewerkt. Nog steeds onderhoudt ze haar praktijkervaring door projecten met agressievolle groeperingen voort te zetten.
    Susanne is een specialiste, die in staat is om deelnemers te laten groeien vanuit elke beginsituatie. Ze verzorgde o.a. trainingen voor doelgroepen als managers, teamleiders, Burgemeester en Wethouders, gemeente-ambtenaren, horecaportiers, kwetsbare vrouwen, docenten speciaal onderwijs, ambulancepersoneel, medewerkers klantencontact, BOA’s, handhavers, medewerkers in de zorg, verkopers en leden van calamiteitenteam en veel train the trainerstrajecten.

    Tevens verzorgd zij samen met Leo Verhoeven de opleiding docent gevaarsbeheersing en is ze hoofddocent en methodiekontwikkelaar aan de post-HBO opleiding tot docent weerbaarheid aan de Hogeschool Utrecht. Ze gaf ook het vak zelfverdediging aan de sporthogeschool in Tilburg. Susanne's vroegere topsportcarrière, als meervoudig Nederlands kampioen Judo en Jiu-Jitsu, heeft haar leven in het teken gezet van 'omgaan met agressie en weerbaarheid'.
    Website: http://www.opeigenkracht.nl/ 
    Website SRDG: http://gevaarsbeheersing.nl/
    Linkedin profiel Susanne Verhoeven  

    Het volgende blog wordt omstreeks 15 juni geplaatst.

    vrijdag 11 april 2014

    De schade van agressie beperken: over trauma en traumaverwerking

    Jan is 57 jaar en was tot een jaar geleden werkzaam als parkeerwacht. Toen overkwam hem tijdens zijn werk een ernstig geweldsincident waarbij hij is geslagen en geschopt. De fysieke verwondingen zijn al langere tijd goed genezen, de psychische klachten duren voort.

    Helaas zijn dit soort berichten regelmatig te vinden in media en onderzoeken.


    Als docent gevaarsbeheersing is het goed je te realiseren dat ervaringen van confrontatie met agressie en geweld bij veel mensen diepe sporen achterlaten in de beleving en een direct effect hebben op hun welzijn, gedrag en arbeidsinzetbaarheid, soms tot jaren later.

    In het geven van trainingen in agressiepreventie en gevaarsbeheersing is het belangrijk dat je als trainer zelf kennis hebt over het onderwerp trauma en traumaverwerking. Het is ook belangrijk om deelnemers aan je trainingen hier informatie over mee te geven.

    Helaas kunnen we agressie niet altijd voorkomen. Wanneer het dan toch gebeurt, proberen we de schadelijke effecten zo klein mogelijk te houden. Kennis over trauma en traumaverwerking en het kunnen bieden van een goede eerste opvang en een adequaat nazorgtraject staan hierin centraal.



    Wat iedereen moet weten

    Het meemaken van een ernstig agressie-incident gaat vaak samen met een gevoel van intense stress en machteloosheid.
    Het incident overkomt je en vaak ben je niet of maar beperkt in staat geweest te reageren.

    Afhankelijk van je persoonlijkheid en eerdere ervaringen treden er na een incident allerlei lichamelijke, emotionele en mentale reacties op.

    Veel voorkomende reacties zijn:

    • je lichaam voelt vreemd;
    • je voelt je emotioneel ontregeld;
    • allerlei gedachten gaan door je hoofd zoals: Wat is er nou precies gebeurd; waarom is het gebeurd; waarom deed ik wat ik deed; waarom deden de anderen wat ze deden; en hoe zal het zijn als zoiets nog eens gebeurd? 

    In de dagen na een agressie-incident merk je vaak dat je slechter slaapt, sneller schrikt, heftiger transpireert, minder goed je aandacht ergens bij kunt houden en emotioneler reageert.

    Soms zie je ook het hele incident weer als een film aan je voorbijtrekken en voel je opnieuw de angst van de gebeurtenis. In de wereld van traumaopvang en verwerking worden dit soort reacties gezien als ‘normale reacties op een abnormale gebeurtenis’.

    Dit soort van reacties geven aan dat je geest bezig is het incident te verwerken en het een plaatsje te geven. De reacties blijven soms enkele weken tot enkele maanden bestaan.

    Soms nemen de klachten na 3 tot 4 maanden niet af. We spreken dan van een verstoorde verwerking en de mogelijkheid bestaat dat er zich een post-traumatische stressstoornis begint te ontwikkelen.

    Een verstoorde verwerking kun je herkennen aan een aantal kenmerken. De belangrijkste zijn: 


    • het lang aanblijven van stressreacties; 
    • voortdurend bezig zijn met het incident; 
    • de blijvende aanwezigheid van een sterk schuldgevoel, angst en andere emoties; 
    • emotionele dofheid, neerslachtigheid, ongeloof;

    Vaak zie je dat mensen zich emotioneel en relationeel ‘terugtrekken’. Bij een verstoord verwerkingsproces is altijd professionele hulp gewenst.


    Wat iedereen kan doen

    Wanneer je met iemand in contact komt die zojuist een ernstig agressie-incident heeft meegemaakt ben dan bereid het verhaal van de ander aan te horen. 

    Besef dat er voor de ander een groot belang ligt in jouw aanwezigheid en luisterend oor.

    Een luisterend oor betekent ook écht luisteren d.w.z. de ander praat en jij bent vooral stil en non-verbaal aanwezig.

    Daarbij loop je als opvanger soms in de volgende valkuilen: 
    • Het stellen van teveel en vaak ook de verkeerde vragen (bv. wat is er precies gebeurd – dit soort vragen doen meestal een te groot beroep op de ratio en herinnering);
    • Het geven van goedbedoelde adviezen (je had beter … of : de volgende keer moet je ….. – het gevaar bestaat dat de ander denkt dat hij/zij iets fout heeft gedaan);
    • Bagatelliseren (gelukkig is het goed afgelopen – het is niet goed gegaan en het is zeker op emotioneel vlak nog niet afgelopen); 
    • Geruststellen (het komt allemaal goed – daarmee loop je het risico de uiting van emoties door de ander te diskwalificeren);

    Meestal komt het zelf teveel praten voort vanuit je eigen ongemak met de situatie en de emotie van de ander. Het grote probleem van teveel praten is dat je de emotie-uiting van de ander verstoort en dat is nu juist een van de belangrijkste doelen van de eerste opvang.

    De gouden regel bij de eerste opvang is dan ook: Less is more!

    Naast luisteren kun je de ander erg helpen door het bevorderen van een veilige omgeving na het incident. Dit betekent bijvoorbeeld dat je zorgt voor een rustige gespreksruimte zonder allerlei verstoringen zoals fel licht, rinkelende telefoons en binnenlopende mensen.

    Teveel prikkels/onrust voegt veel stress toe aan de situaties die voor de ander toch al zeer stresserend is.

    Ook is het bieden van praktische ondersteuning van belang bijvoorbeeld in de vorm van het informeren van anderen (thuisfront, collega’s) en het meegaan bij het doen van aangifte.

    Laat iemand na een incident ook niet alleen naar huis gaan (zeker niet met de eigen auto) maar breng iemand naar huis.

    Is er een partner thuis loop dan even mee naar binnen en licht de situatie toe wanneer je merkt dat de ander hier niet toe in staat is.

    Een partner en ook kinderen kunnen anders erg schrikken en vanuit hun emotie veel vragen hebben die voor de ander de stress alleen maar verhogen. En wanneer je weggaat maak dan een nieuwe afspraak voor contact. Plan dit gesprek binnen 1 of 2 dagen.

    Neem voor dat gesprek de tijd en luister dan nog eens naar het verhaal van de ander. De gemaakte afspraak geeft de ander een stukje structuur en iets om zich op te richten. Het voorkomt ook dat de ander door een drukke agenda bij jou uit beeld verdwijnt.


    Voor docenten gevaarsbeheersing

    In de afgelopen jaren mocht ik agressiepreventietrainingen verzorgen voor een grote diversiteit aan doelgroepen waaronder gemeenteambtenaren, maatschappelijk werkenden en taxichauffeurs.

    Vooral binnen deze laatste doelgroep ben ik in mijn trainingen vaak in contact gekomen met mensen die een ernstig agressie-incident hadden meegemaakt.

    Bij een aantal van deze mensen was zeker sprake van een verstoorde verwerking van hun ervaring. De schade die hieruit voortkwam voor betrokkene en zijn omgeving (partner, kinderen, werk) was altijd substantieel en sterkt mij in de opvatting dat er op het gebied van opvang en nazorg nog veel te winnen valt.

    Als docent gevaarsbeheersing kun je daar denk ik een stukje aan bijdragen. In ieder geval door je te realiseren dat er aan jouw trainingen regelmatig mensen deelnemen met indringende, persoonlijke ervaringen.

    Zorg er daarom voor dat je zelf wat weet over trauma en traumaverwerking. Inventariseer vooraf aan je training wat iedere cursist op dit vlak heeft meegemaakt en wat de consequenties hiervan zijn voor jouw trainingsinvulling en -opbouw.

    In je training erkenning geven aan de impact die een agressie-incident heeft op mensen doet vaak al veel goed.



    Daarnaast zou je kunnen overwegen in je trainingen een onderdeel in te bouwen dat gaat over trauma en traumaverwerking. Daarmee geef je niet alleen het belang aan maar geef je ook praktisch iets mee.

    Zorg er ook voor dat je de weg weet naar een hulpverleningsinstantie of professional. Zo kun je in voorkomend geval iemand helpen een eerste stap te zetten naar professionele ondersteuning en hopelijk daaruit voortkomend meer leefkwaliteit.

    Voor docenten gevaarsbeheersing zou een motto kunnen zijn: Agressie is niet altijd te voorkomen. Gebeurt het toch dan gaan we voor het beperkt houden van ook de psychische schade!


    Over de blogger


     

    Rob van den Biggelaar, 49 jaar, (voorzitter van Stichting Register Docent Gevaarsbeheersing) is werkzaam als adviseur en trainer op het gebied van sociale veiligheid, arbeid en gezondheid en management development. Vanuit zijn achtergrond als psycholoog wordt hij door organisaties met regelmaat gevraagd voor het opzetten van opvang en nazorgtrajecten.

    Website: http://www.bgconsulting.nl/ 








    Het volgende blog plaatsen we omstreeks 25 april