Posts tonen met het label Stichting Register Docent Gevaarsbeheersing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Stichting Register Docent Gevaarsbeheersing. Alle posts tonen

woensdag 8 juli 2015

Van online naar offline en weer terug...

Met trots presenteer ik jullie het boek "Verantwoord werken aan veiligheid!" een initiatief van Stichting Register Docent Gevaarsbeheersing (SRDG).



Namens deze stichting ben ik als opleidingskundige de initiatiefnemer van (in eerste instantie) een open linkedin groep "Docent gevaarsbeheersing/Weerbaarheid"  en een gezamenlijk blog.

De linkedin groep telt inmiddels 212 leden en er wordt rijkelijk gediscussieerd over gevarieerde gevaarsbeheersing/weerbaarheid onderwerpen. Onze vakgroep kent vele verschillende doelgroepen en is daardoor een grote bron van kennis die we o.a. op deze manier met elkaar proberen te delen.


De schrijvers van een blog hebben extra tijd en energie gestoken in de verdieping op een bepaald onderwerp. Door de publicatie van dit boek laten wij hier onze waardering voor zien. Alle blogs van 2014 staan in dit boek.


De blogs worden in het boek afgewisseld door relevante en leerzame linkedin discussies uit onze groep.
In het boek zijn de discussies geanonimiseerd. Wij hechten er belang aan "de discussie de discussie te laten". Daarom is de tekst zoveel mogelijk gelijk gebleven.




Het boek is ingedeeld in drie delen/ hoofdstukken en is bedoeld voor docenten gevaarsbeheersing/weerbaarheid en natuurlijk alle andere geïnteresseerden:

  • Lesniveau;
  • Organisatie niveau;
  • Beschouwend niveau;
Achterin het boek vind je meer informatie over alle auteurs.


Tijdens de door SRDG georganiseerde masterclass op 13 juni 2015, mocht ik de eerste versie presenteren aan een aantal auteurs en het bestuur van de stichting.



Nu is het boek eindelijk voor iedereen verkrijgbaar via bol.com. Behalve via de link, kun je hem zoeken via de titel of het ISBN nr.: 9789402134087



Wij (SRDG) wensen je veel leesplezier!

Joost Verbrugge

vrijdag 15 mei 2015

Duurzaam Veilig: de rol van de fysieke omgeving in veiligheidsvraagstukken

In een wijk klagen bewoners over criminaliteit. In een winkelcentrum voelt het winkelende publiek zich onveilig. In een spreekkamer van een Sociale dienst ontstaat een ernstig agressie-incident.

Zo op het eerste gezicht zijn de drie genoemde situaties heel verschillend en van een heel verschillende orde zijn. Toch zou het kunnen zijn dat ze iets gemeen hebben. 

Dit gemeenschappelijk kenmerk speelt vaak mee in situaties van criminaliteit en agressieproblematiek maar wordt meestal onvoldoende onderkend. 

Het kenmerk is de rol die de fysieke omgeving speelt in het optreden van gewenst en ongewenst gedrag. Het gaat dan om de manier waarop een wijk, winkelcentrum of spreekkamer is ontworpen, ingericht en wordt gebruikt en beheerd. 

Al sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw wordt door wetenschappers en mensen uit de praktijk van criminaliteitspreventie de link gelegd tussen optredende criminaliteit en agressie en de kwaliteit van de fysieke werk- en leefomgeving. 
Door meer aandacht te besteden aan het ontwerpen, inrichten en beheren van de fysieke omgeving kan veiligheid en veiligheidsbeleving duurzaam worden ontwikkeld.

In dit blog wil ik je een beetje vertrouwd maken met de term CPTED.

CPTED staat voor Crime Prevention Through Environmental Design, afgekort CPTED (spreek uit: Septed), vertaald naar het Nederlands: Sociaal veilig ontwerpen. Het is een discipline die zich richt op de relatie tussen omgeving en crimineel gedrag. 
De stelling die vanuit CPTED wordt gedaan is ‘Een goed ontwerp, een goede inrichting en een goed gebruik/beheer van de fysieke ruimte draagt bij aan het optreden van gewenst gebruikersgedrag en remt ongewenst gebruikersgedrag (lees: criminaliteit).’ Daarnaast richt CPTED zich niet alleen op het echt voorkomen van incidenten maar ook op het veiligheidsgevoel van mensen.

Niet altijd is namelijk een plek die veilig voelt ook echt veilig. En ook het omgekeerde geldt: Een omgeving is objectief gezien veilig maar mensen voelen zich er onveilig. De relatie tussen omgeving en veiligheidsgevoel is complex. Toch gelden er een aantal algemene kenmerken van de omgeving waarvan we weten dat de meeste mensen zich er onprettig bij voelen. Het zijn deze kenmerken die je probeert in het bouwen en inrichten van een plek te voorkomen. Een aantal van deze kenmerken zijn:

  • Stil/doods (afwezigheid van kunstmatige, menselijke en natuurlijke geluiden)
  • Donker (afwezigheid van lichtbronnen)
  • Schaduwwerking (prikkelt negatieve associaties bv. Denken dat er iemand in het donker staat terwijl 
  • het de schaduw is van een struik)
  • Je kunt er geen kant op, voel me ingesloten (geen mogelijkheid om te vluchten)
  • Onoverzichtelijk (onvoldoende zichtlijnen, kan niet goed zien wat er is of wie er is)
  • Slechte oriëntatie (weet niet precies waar ik ben en waar ik heen moet)
  • Sporen van ongewenste gebruikers (lege bierflesjes, spuiten, vernieling, graffiti)
  • Mensen die me niet aanstaan (hangjongeren, etnische groepen, voeltbalsupporters, etc.)
  • Weinig andere mensen in de buurt (verlaten; geen hulpmogelijkheid aanwezig)


Een plek, locatie, object met meerdere van deze kenmerken kan snel uitgroeien tot een ‘enge plek’. 

Wanneer mensen een plek gaan ervaren als een enge plek dan betekent dit vaak dat het volgende proces zijn intrede doet:
  • Mensen gaan steeds minder gebruik maken van deze plek (er treedt vermijding op)
  • Het gedrag van gebruikers op deze plek veranderd (gewenste gebruikers worden in hun gedrag onzekerder; ongewenste gebruikers worden versterkt in ongewenst gedrag)
  • Het eigenaarschap m.b.t. deze plek neemt af evenals de sociale controle (minder ‘ogen’ en minder betrokkenheid)
  • Minder zorg, aandacht en onderhoud (meer sporen van sociale onveiligheid)
Een negatieve spiraal treedt op!

Op welke plekken vinden we vaak deze kenmerken?
  • Donkere en verlaten plekken
  • groengebieden, afgelegen sportaccommodaties; braakliggende terreinen; kantoorgebieden; 
  • geïsoleerde loop- en fietsroutes; geïsoleerd gelegen haltes voor openbaar vervoer – tram, bus 
  • metro
  • Tunnels; viaducten en parkeergarages
  • Drukbezochte plaatsen/plekken waar door bepaalde groepen een dreiging van uitgaat
  • horecagelegenheid, stadion, station
  • Slecht onderhouden gebieden die sporen van verpaupering vertonen
  • leegstand van huizen, vervuiling, vandalisme, graffiti
  • Semiopenbare ruimte in grootschalige wooncomplexen
  • brandgangen; trappenhuizen; galerijen, bergruimten, openbare portieken
  • Wanneer er vraagstukken spelen rondom veiligheid en onveiligheid bekijk dan altijd of er in de vraag sprake is van bovenstaande locaties. Vaak speelt dit bijvoorbeeld in winkelcentra, flatcomplexen en bepaalde wijken. 


Wat is dan eigenlijk een goed ontwerp?

Een goed ontwerp is een ontwerp dat past bij de behoeften van de gebruikers. 

Wanneer een gemeentehuis zich huisvest in een monumentaal klooster is dat vanuit cultuur en historie misschien een goede keuze. 
Vanuit agressiepreventie en sociale veiligheid is dit waarschijnlijk een probleem. Het klooster is namelijk in zijn ontwerp nooit gebouwd op het aanbrengen van zichtlijnen en transparante materialen (voor sociale controle), en het aanleggen van korte aanlooproutes (voor snelle bijstand door een interventieteam). 

In het komen tot een goed ontwerp en een goede inrichting ga je altijd uit van de volgende vraag: Wat wil ik dat hier wel en niet gebeurt. De antwoorden die je geeft moeten op gedragsniveau worden bepaald. 

Wat wil dit zeggen? Stel je voor dat je op een station aangeeft dat je niet wilt dat er zwervers verblijven. Dit is termen van CPTED te algemeen. 
Wat je moet doen is aangeven dat je wilt dat personen bv. niet slapen op het perron. De banken waarop door zwervers kan worden gelegen hebben eigenlijk een ander doel namelijk zitten. Door de banken een ander ontwerp te geven (bv. met een beugel in het midden van de bank) herstel je de zitfunctie en maak je de ligfunctie onmogelijk. Zo stuur je in CPTED op gedragsdoelen. 

Vanuit CPTED zijn er verschillende uitgangspunten die je kunt betrekken in het komen tot een goed ontwerp en een goede inrichting van de ruimte. 
Hieronder vind je een overzicht van uitgangspunten. Het gaat op deze plek wat te ver om ieder uitgangspunt toe te lichten maar misschien geeft het totaal je een indruk van waar het in sociaal veilig ontwerpen om gaat.


  • Natuurlijk toezicht / Zien en
    gezien worden. 
  • Verlichtingsaspecten
  • Natuurlijke toegangscontrole; toegankelijkheid.
  • Eigenaarschap, identificatie (laten zien van wie de ruimte is) 
  • Scheiding tussen publiek en privaat 
  • ‘Broken windows’ / Waardecreatie; attractiviteit (schoon en heel) principe
  • ‘Signing’, oriëntatie en anticipatie.
  • Aanbrengen van communicatiemogelijkheden.
  • Versterken van de gewaarwording van aanwezigheid.
  • Bepalen en beheersen van de kritische massa / het juiste aantal (niet teveel en niet te weinig) gebruikers voor de betreffende ruimte.
  • Scheiden van conflicterende activiteiten
  • Plaats onveilige activiteiten op veilige locaties.
  • Plaats veilige activiteiten in (relatief) onveilige locaties.
  • Sturen van verkeersstromen.
  • ‘Design Against Crime’ ontwerpen voor gebruiksvoorwerpen.
  • Inzet geluid, licht, kleur, materiaal conform vastgesteld gedragsdoel.

Naast afspraken maken (wetgeving, beleid en procedures), vaardigheid vergroten (weerbaarheid, klantgericht communiceren, conflicthantering, agressiepreventie en geweldsbeheersing) en technische beveiliging (toegangbeheer, cameratoezicht, alarmeringssystemen) is dan ook het ontwerpen en inrichten van de fysieke ruimte van groot belang in het veiliger maken van de woon- en werkplek. Kennis dragen van een aantal belangrijke CPTED uitgangspunten kan je als docent Gevaarsbeheersing helpen in het nog beter adviseren van je klant op het gebied van sociale veiligheid.

Over de blogger


Rob van den Biggelaar, 50 jaar, is werkzaam als zelfstandig adviseur en trainer op het gebied van sociale veiligheid, arbeid en gezondheid en management development. In de periode 2003 – 2006 reisde hij verschillende keren naar de VS om daar te worden opgeleid in CPTED. Vervolgens ontwikkelde hij samen met een collega adviseur de eerste CPTED opleiding in Nederland. Vanuit deze achtergrond wordt hij met regelmaat gevraagd te adviseren over sociaal veilig ontwerpen, inrichten en beheren van de fysieke ruimte.


Websites: 

zaterdag 11 april 2015

Je verder ontwikkelen als trainer

Alleen als je je af en toe bijschoolt kun je je werk goed blijven uitvoeren en dat geldt zeker ook voor onze sector – er zijn alleen al de laatste vijf jaar enorm veel nieuwe inzichten opgedaan. Niet voor niets stelt ook Stichting Register Gevaarsbeheersing de eis je bij te scholen.

In dit blog geef ik in een aantal stappen aan hoe te komen tot een goede keus voor bijscholing. Ik laat in dit blog het aanbod van zowel de Stichting Register Docent Gevaarsbeheersing als dat van de Stichting Kenniskring Weerbaarheid buiten beschouwing aangezien dit aanbod vaak al bekend zal zijn en niet voor iedereen toegankelijk is.

Stap 1: Verdieping of verbreding?


Verdieping of verbreding? 

 Met andere woorden: wil je meer vaardigheden en inzicht in je eigen vak of wil je je verbreden om ook andere diensten aan te kunnen bieden? 

Verdieping vind je in de masterclasses en opleidingen die er zijn op ons gebied, zoals de opleidingen Docent Gevaarsbeheersing, de post-hbo Opleiding van het Instituut voor Social Work van de Hogeschool Utrecht en de masterclasses. Een andere manier van verdieping in je werkveld is de deelname aan intervisie supervisie of coaching. Door je te verdiepen word je beter in wat je al doet.

Verbreding zorgt er voor dat je je dienstenportfolio kunt uitbreiden. Denk aan collega’s die eerder uitsluitend weerbaarheid aan kinderen gaven en zich na een gedegen bijscholing nu ook richten op pestpreventie.

Stap 2: Opleiding, training of cursus?


‘De volgende stap is het bepalen van de investering in tijd en geld die je wilt doen. De naam van een scholing geeft vaak een eerste indicatie van de te verwachten investering. Onder een cursus wordt een kortdurende lesperiode verstaan die over het algemeen een (leer-)onderwerp behandelt. In een training werk je aan de vergroting van vaardigheden. Een opleiding is meestal een scholing die langer duurt en bestaat uit verschillende modules en blokken. Een masterclass of workshop zijn meestal een- of tweedaagse scholingen die een verdiepend onderwerp behandelen.


Stap 3: Kwaliteit bepalen: erkenningen, accreditaties, registers.


Bekend is CEDEO. CEDEO geeft erkenningen aan grote instellingen met een minimale omzet en onderzoekt met name de klanttevredenheid. Het grote nadeel daarvan is dat veel cursisten tevreden zijn als de catering goed is en als ze de scholing met succes afronden. Dit betekent dat een hoge score bij CEDEO niet alles zegt. Immers: een scholingsaanbod dat hoge eisen aan de deelnemers stelt, kan moeilijk hoog scoren op klanttevredenheid. Wanneer een deelnemer immers een herkansing voor een opleidingsonderdeel moet doen, zal deze de opleiding vaak niet hoog waarderen.

Een erkenning dat wel iets zegt over de inhoudelijke kwaliteit van een scholing is de erkenning van CPION.

Wanneer een scholing CPION-erkenning heeft, ben je gegarandeerd van een bepaalde onderwijskundige kwaliteit. CPION erkent echter alleen scholingen met een minimale contacttijd van 100 uur en het verkrijgen van deze erkenning is kostbaar in tijd en geld – reden waarom voor veel opleidingen deze erkenning niet wordt aangevraagd.

Dan zijn er natuurlijk de verschillende (honderden…) beroepsverenigingen. Een beroepsvereniging bekijkt of een bepaald aanbod voldoet om lid te worden van de vereniging of als een toegevoegde waarde heeft voor de deskundigheidsbevordering van de leden. Het is dus een inhoudelijk oordeel dat vaak niets zegt over de onderwijskundige kwaliteit van een scholing. Bekijk de website van de betreffende beroepsvereniging om te bekijken of hun oordeel voor jou van waarde is.

De scholingsregisters van de verschillende beroepsgroepen zijn vaak in opdracht van de branche of de overheid in het leven geroepen en stellen naast inhoudelijke ook onderwijskundige eisen. Bekend zijn de BAMMW, Register Jongerenwerkers, Register leraar en het FCB. De verschillende registers zijn overigens niet allemaal even makkelijk toegankelijk.

Stap 4 Kwaliteit bepalen: onderwijskundige kwaliteit


Uit de beschrijving van een scholing is het vaak mogelijk een beeld te krijgen van de kwaliteit van de scholing:

  • In het algemeen geldt: hoe minder instroomeisen, des te breder de opleiding. Een MBO-instroomeis betekent dat het gaat om een traject waarin de deelnemers op uitvoerend niveau geschoold worden. Bij een HBO-instroomeis wordt ook overstijgend en reflecterend gewerkt. 
  • In het algemeen geldt: hoe specifieker het resultaat van een scholing beschreven is (‘wat kun je na afronding’), des te gerichter de opleiding is vormgegeven. 
  • Bekijk vooraf de wijze van toetsing en beoordeling. In het algemeen geldt dat een scholing zonder toetsing minder waarde heeft dan een scholing met toetsing. Voor opleidingen geldt, dat er sprake moet zijn van verschillende toetsen die door verschillende mensen beoordeeld worden. 

Aanvullend kun je telefonisch informatie opvragen. Een duidelijk antwoord op vragen over toetsing, instroom- en doorstroomeisen, studiemateriaal zoals literatuur en studiehandleidingen geeft een indicatie voor een hogere kwaliteit.

Stap 5: Kwaliteit bepalen: betrokken opleiders


De kwaliteit van een opleiding wordt voor een belangrijk deel bepaald door de betrokken opleiders. Een LinkedIn profiel is snel opgezocht om een goed beeld te krijgen van de bij de scholing betrokken opleiders.

Een goede opleiding, dus een traject dat wat langer duurt, heeft meerdere betrokken opleiders met ieder een eigen profiel, maar is er tegelijkertijd één hoofdopleider - een centrale contactpersoon die de lijn in het gehele traject bewaakt. Masterclasses hebben vaak één of meerdere belangrijke sprekers van naam – van hen krijg je vaak een standaardverhaal dat wel heel inspirerend kan zijn. Tussen een ‘parade van goeroes’ zoals je aantreft in veel masterclasses en een gehele opleiding zitten vele variaties.

Stap 6: Referenties


Een stap die vaak vergeten wordt, maar die veel teleurstellingen kan voorkomen, is het opvragen van referenties. Een vraag in een update in Social Media ‘wie heeft er ervaringen met opleidingsinstituut XXXX?” is snel gesteld, maar

de meeste scholingsaanbieders zullen zeker ook bereid zijn je in contact te brengen met oud-studenten. Minder betrouwbaar zijn de referenties op internet, zoals bijvoorbeeld op Springer.

Helaas is dit allemaal geen garantie voor succes. Instituten kunnen in financieel zwaar weer komen of nieuwe leiding krijgen waardoor de kwaliteit van de scholingen verandert.

In dit kader… Sluit ik af met zelf een aantal aanbevelingen te doen voor verdieping. Het zijn instituten waar ik goede verhalen over heb gehoord, hoewel ook hier helaas geldt: geen garantie voor succes.

De website van de School voor Coaching is het bekijken waard. Veel collega’s bij de Hogeschool Utrecht volgen scholingen bij Phoenix Opleidingen. En dan tot slot natuurlijk ‘onze’ eigen vier daagse Trans Actionele Analyse van het Centrum voor Social Work van de Hogeschool Utrecht – naar volle tevredenheid gevolgd door een groot aantal weerbaarheids- en agressietrainers.


Over de blogger


drs Berendineke Steenbergen

Berendineke studeerde Sociale Wetenschappen en combineert een baan als manager, tegenwoordig bij de Hogeschool Utrecht, met het geven van weerbaarheidstrainingen en het ontwikkelen van train de trainers concepten. Zij doet dat sinds eind jaren ’90. Ze is sinds 2001 als opdrachtgever of ontwikkelaar bij alle landelijke opleidingen tot weerbaarheidstrainer als opdrachtgever of ontwikkelaar betrokken geweest en is initiatiefnemer van de post-hbo opleiding tot weerbaarheidstrainer van het Centrum voor Social Work van de Hogeschool Utrecht. Daarnaast was zij voorzitter van de Beroepsvereniging Docenten Weerbaarheid en Zelfverdediging. Tegenwoordig is ze vooral actief als methodiekontwikkelaar van psychofysieke weerbaarheidstrainingen en geeft ze masterclasses voor trainers die zich verder willen bekwamen in het geven van weerbaarheidstrainingen. Voor de opleiding Docent Gevaarsbeheersing is zij gastdocent en examinator..

Zij mag dus met recht een expert op het gebied van weerbaarheid genoemd worden.

Berendineke is actief op Twitter (@BerendinekeS) 
LinkedIn profiel: Berendineke Steenbergen
Op de website www.skidbladnir.nl staan de komende masterclasses aangekondigd.

maandag 16 maart 2015

60 Beats per minute; de Krijger

Ritme


Alles gaat met een bepaald ritme. Het draaien van de aarde om de zon, de seizoenen, eb en vloed, zonsopkomst en zonsondergang, geboren worden en doodgaan. Maar ook onze hartslag, onze ademhaling, het rondpompen van het bloed in onze bloedvaten, het samentrekken en ontspannen van onze spieren en de interactie met anderen.

Wij mensen hebben van nature een bepaald ritme.
Ons hartritme ligt in rust rond zestig slagen per minuut. Ons lijf is erop gebouwd, om in geval van nood een versnelling te kunnen maken, teneinde te kunnen vechten of vluchten. Stresshormonen komen vrij, ons hart- en ademhalingsritme worden drastisch versneld, kleine bloedvaten vernauwen zich, het spijsverteringssysteem gaat op stand-by en we zijn alert; klaar om te overleven.

Dit stamt nog uit de tijd dat wij niet bovenaan de voedselketen stonden.

Nu worden wij niet meer gegeten en is de bedreiging teruggebracht naar veelal gekaderde risico’s, die we vervolgens met een verzekering afdekken.

Daarnaast zitten wij veel in het hoofd. We denken en beredeneren. Wegen af en maken cognitieve keuzes. We ontwikkelen ons vooral talig en het lijf hangt er vaak maar wat bij.

Zou het feit dat er niet meer op ons gejaagd wordt een reden kunnen zijn dat sommige mensen de randen van onze onderlinge afspraken opzoeken en er zelfs overheen gaan?
Zou de oerdrift in ons in opstand komen tegen de cognitieve en talige dwangbuis?

Zou het ontbreken van een fysieke uitdaging en zelfs bedreiging de oorzaak zijn van het jachtige bestaan dat wij samen creëren? Zou dat de reden kunnen zijn voor de voorkeur die jongeren hebben voor opzwepende muziek en ritmes die de zestig beats per minute ver overstijgen?

Wij mensen proberen tijd te vangen om structuur en houvast te vinden.
De zonsopkomst en ondergang was niet meer genoeg om onze dagen te ordenen.
Vandaar de klok. Met zestig minuten in een uur. Met zestig seconden in een minuut.

Een seconde duurt één tel; Eenentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig, vierentwintig ……..
Op zich niets mis mee. Dit past prima bij een rustig hartritme.

Eén, twee, drie, vier is wat wij er in de praktijk van maken. We jagen de tijd op.
We jagen elkaar op, terwijl we zuchten onder de druk die we elkaar hiermee opleggen.

De Krijger


Wat heeft bovenstaande nu met de krijger te maken?

Met Egel en HedgeHog leer ik mensen een krijger zijn. Mijns inziens is een krijger iemand die onder andere zowel zijn basale kracht als rust heeft gevonden en in staat is beide competenties gedoseerd en gecontroleerd in te zetten in de interactie met anderen.

Het ontdekken van je kracht en het inzetten daarvan zal ik in een volgend blog beschrijven. Nu sta ik vooral stil bij de rust. Hoe behoud je de rust en daarmee de controle?

Ik ben van mening, dat 60 Beats per minute een effectieve aanvliegroute is, om mensen bewust te maken van het basisritme van een mens. Door deze methode toe te passen, krijg en behoud je controle over jezelf en daarmee over de situatie.
Bij spanning, emotie en stress stijgt onze ademhaling en onze hartslag.
Door op dat moment bewust de keuze te maken om je ritme te controleren, heb je invloed op je lijf en daarmee op het effect voor jezelf en je omgeving.

Dit vergroot je awareness, je kracht, je durf, je inschattingsvermogen en veerkracht, je overzicht en eventueel overwicht, je intuïtie, je zelfbeeld en zelfvertrouwen. Tegelijkertijd vergroot het ook je empatisch vermogen en het lef om open te staan voor anderen.

Ik merk dat, door deze fysieke insteek, mensen sneller bij hun intrinsieke motivatoren komen en deze leren beheersen. Daardoor beklijft het en is het in alle situaties toepasbaar. Situaties en omstandigheden zijn steeds verschillend. De gemene deler ben jij en daar heb je invloed op.

Wat zou er gebeuren als we onze huidige, vooral talige en cognitieve ontwikkeling, meer aanvullen met het fysieke? Als we ons onderwijssysteem aanpassen, zodat onze kinderen en jongeren meer naar hun lijf leren luisteren. Als de woorden, die maar 10% van onze communicatie uitmaken, niet meer het belangrijkste zijn, maar ook in lichaamstaal en gebruik van de stem wordt lesgegeven.

Zou een pestprotocol dan nog nodig zijn op scholen?
Zouden we elkaar blijven opjagen zoals we dat nu vaak doen?
Zouden minder mensen een burnout krijgen?
Zouden er minder jongeren uit de bocht vliegen in het voortgezet onderwijs?
Zou er minder agressie zijn in het openbaar vervoer?

Een krijger staat stevig, heeft controle, pakt regie, maakt keuzes en gaat de interactie aan, waarbij hij de ander ruimte geeft. Iedereen is in basis een krijger. Wat mij betreft gaan we dat weer gebruiken.

Over de blogger


Jürgen van Gorkum is eigenaar van Egel en HedgeHog, psychofysiek trainer en coach op het terrein van assertiviteit, weerbaarheid tot en met gevaarsbeheersing en werkzaam voor Politie, Defensie, Onderwijs, Zorg en 2 bureaus.

Website: Egel
Website: Hedgehog 
Linkedinprofiel: Jürgen

vrijdag 14 november 2014

Een duivels dilemma

In de linkedingroep Docent Gevaarsbeheersing/ Weerbaarheid legde ik aan alle leden een dilemma voor waarop zeer divers gereageerd werd:

Stel je voor:

De directrice van een kleine zorginstelling vraagt jou om advies. Haar instelling heeft drie weken geleden de deuren geopend van een pand waar dakloze jongeren tijdelijk onderdak, een boterham, een kop koffie en een luisterend oor kunnen krijgen.

Het is een wat ouder pand met meerdere kleine kamers. Er zijn continue vier medewerkers in het pand die zich verdelen over de kamers. Het is nu al twee keer voorgekomen dat twee jongens met elkaar op de vuist zijn gegaan en dat het personeel ter nauwer nood veilig heeft kunnen ingrijpen. De medewerkers hebben de directrice om extra aandacht voor hun veiligheid gevraagd.




De directrice legt je drie keuzes voor:
  1. Schaf ik camera's aan om de ruimtes te observeren, zodat de andere medewerkers het zien als ze naar een andere ruimte moeten gaan om hun collega's te helpen; 
  2. Schaf ik portofoons aan, zodat de medewerkers elkaar kunnen oproepen; 
  3. Laat ik alle medewerkers een cursus van 10 lessen weerbaarheid/ gevaarsbeheersing volgen; 
De directrice heeft op dit moment de financiën voor één van de drie oplossingen. Wellicht komt er in de toekomst meer geld vrij, maar dit is niet zeker.

Ik ben benieuwd wat jij zou adviseren en waarom?


Antwoorden

Alle drie de mogelijkheden werden om verschillende redenen gekozen en af en toe kwam er zelfs een vierde mogelijkheid om de hoek. Ik heb de mogelijkheden hier proberen te categoriseren.
Iedere nieuwe reactie geef ik aan door "reactie" voor de reactie te plaatsen.

Mens

Bron:
 http://www.denkraam.info/blog/daklozen-overnachten-in-winteropvang/
"reactieMijn persoonlijke voorkeur blijft toch uitgaan naar het ontwikkelen van mensen. Portofoons en camera's zijn toch vooral (elektronische) hulpmiddelen die door mensen bedient worden. Het gevoel van veiligheid komt voor mij echt voort uit het innerlijk van de mens.

Een camera en een portofoon kán helpen bij het alarmeren van collega's. Als die collega's aansluitend niet op de juiste manier handelen is het effect echter minimaal. Ik ga dus voor het aanbieden van training. "reactieIk zou haar, als eigenaar van een beveiligingsbedrijf, gratis een RI&E analyse voorstellen en van daaruit een beveiligingsadvies op maat doen toekomen.


Een beveiligingsoplossing is geen oplossing maar vaak een lapmiddel. Vanuit het beschikbare budget gaan kijken naar meervoudige maatregelen die integrale beveiliging aanbieden.
Alles in zeer nauw overleg met de klant en dan goed luisteren naar het personeel op de werkvloer.


Jezelf profileren als beveiliger en niet als politie is hierbij voor de beveiliger een must. Autoritair zijn geeft vaak het tegenovergestelde. Duidelijkheid en eerlijkheid zijn je belangrijkste wapens. Pedagogisch is een toverwoord. 

Protocollen, huisregels zijn een must en die ook consequent handhaven en ja laat ze maar een keer op hun bek gaan en laat er maar een paar vertrekken. Niets mis mee, maar op den duur krijg je er wel een veilige zorginstelling mee. 

De taak van de beveiliger is heel goed observeren door er tussen te staan (niet er boven). Gesprekken voeren met de jongelui. Met respect elk niet te tolereren gedrag meteen de kop indrukken door hun aan te spreken en te wijzen op gemaakte afspraken en het gevoerde beleid.

Jongeren die daar niet mee wensen om te gaan, verwijderen door de toegang voor een bepaalde tijd te ontzeggen. Bijvoorbeeld voor een dag. Respectvol benaderen en beleid duidelijk en eerlijk uitvoeren. Daarnaast de jongeren iets bieden zoals een goed gesprek, van daaruit vervolg beleid doorvoeren in de zin van financiële begeleiding, afkicken van drugs en of drank, behandelen van de (achtergrond)problematiek zoals sexueelmisbruik, psychiatrische stoornis en bedenk zelf er nog maar een aantal bij. 

Agressie ontstaat vaak uit angst, achterdocht, uit psychoses en wantrouwen. Als je die kunt tackelen ben je op de goede weg. Een beveiliger moet rust, zelfvertrouwen en integriteit laten zien in zijn verbale en non-verbale gedrag. Vechten is het allerlaatste wat een spw-er en ook de beveiliger moet gaan doen. De politie heeft het geweldsmonopolie en dat moet je daar ook vooral laten zitten.

"reactieTja, moeilijk. Ik zou toch meer info willen denk ik. Wat is te nauwer nood? Waren ze er net op tijd bij voor e.e.a. verder escaleerde, duurde het te lang voor er voldoende assistentie was om in te grijpen? of voelen ze zichzelf niet capabel genoeg om veilig in te grijpen? Hoe is het pand ingericht? Is er een handelingsplan/protocol voor dit soort calamiteiten en heeft dit in deze gevallen gewerkt of niet, en zo nee, waarom niet?


Het kan ook juist de veiligheid verhogen wanneer medewerkers weten wat er wel en niet van hen verlangd wordt bij zulke calamiteiten. En vaak liggen dit soort dingen vastgelegd in een handelingsprotocol. Vandaar dat ik deze vraag zou stellen.

Een advies of richtlijn in dezen zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat het personeel helemaal niet fysiek in mag grijpen bij zulke incidenten, maar alleen mag evacueren en observeren vanaf veilige plek en de politie mag bellen. Dan is een fysieke (weerbaarheids) training helemaal niet aan de orde.

Zeker in dit soort settings weet je helemaal niet in wat voor situatie je verzeild raakt als je fysiek ingrijpt. Een wapen of enge ziektes liggen om de hoek te loeren, dus ik zou er niet snel voor kiezen om het personeel te trainen als niet direct en acuut hun eigen veiligheid in gevaar is. 
Het is ook veel natuurlijker om terug te treden uit gevaarlijke situaties en veiligheid op een andere manier te organiseren. 

"reactieHet zou zelfs niet eens misstaan als advies. Wellicht is er dan te investeren in een "safe room" totdat de politie er is. 

"reactieIk heb zelf ook ervaring met een dergelijke doelgroep. Mijn ervaring is dat camera's niet helpen. Wellicht is deze doelgroep anders. Maar vaak leert de praktijk dat jonge daklozen het niet nauw nemen met de regels en de eventuele sancties. 
Ze hebben het gevoel dat ze niks te verliezen hebben en daarom heeft een camera ook meestal weinig invloed op hun. Daarnaast moet er iemand naar de camera kijken en dat kost de organisatie veel geld. Daarnaast komen veel van deze jongeren met drugs in aanraking en kent een dubbeldiagnose (zowel psychiatrische stoornis als drugsverslaafd). Dit maakt de roep naar getrainde werknemers alleen maar groter. Vaak blijft het namelijk niet bij wiet, maar alcohol en harddrugs waardoor men ook veel agressiever wordt.

Om de hulpverleners hun werk te laten kunnen doen moeten ze twee dingen kunnen doen.

• Weten of en hoe ze moeten handelen (dit kan dmv training)

• Communiceren om elkaar te ondersteunen.

Dan moet er dus gekozen worden voor zowel portofoons als een cursus. Aangezien ze beiden belangrijk zijn zou ik kijken naar de noodzaak van beiden. Mijn ervaring leert dat een portofoon niet altijd nodig is, omdat het met een goede schreeuw ook te doen is. En hoe je op de juiste manier kan schreeuwen en om hulp kan vragen in een gebouw kan men weer leren op een cursus.

Dus ik zou voor de cursus gaan als portofoons niet nodig blijken te zijn. Zijn ze wel nodig? Dan zou ik toch voor de portofoons gaan of een andere manier van communiceren.
Daarnaast zou ik het dringende advies geven om een goed beleid te voeren. Een vriend van mij werkte ook bij een dergelijke organisatie waar eerst beveiligers nodig waren, omdat er regelmatig iemand uit gezet moest worden. Nu komen ze ipv enkel voor een slaapplek ook voor een hulpverlenings-traject. Dit houdt in dat als ze niet mee werken ze niet meer terug hoeven te komen. Dit werkt zeer preventief.


portofoons

"reactieIk denk dat ik toch zou kiezen voor de portofoons. Alleen camera's is alleen achteraf het incident terugkijken, of iemand moet constant de beelden in de gaten houden en hopelijk op tijd zien wat er aan de hand is, dus die valt snel af. 

Training is altijd een goede optie , maar korte cursussen zijn nou ook weer niet voor iedereen even effectief. Met portofoons kun je in ieder geval collega's alarmeren met 1 druk op de knop. Met meerdere collega's ben je sterker. 


Ook kun je gelijk iemand anders de hulpdiensten laten waarschuwen vanuit een andere ruimte zodat je zelf de handen vrij hebt, en de agressor niet perse hoeft te weten dat er politie onderweg is. 

Daarnaast kun je portofoons ook gebruiken bij andere calamiteiten zoals bhv en dagelijkse werkzaamheden efficiënter doen omdat je veel makkelijker communiceert. Ik moet er wel bij zeggen dat het effect valt en staat bij het gebruik er van, dus het moet wel met goede gebruikersinstructies komen, en eventueel zelfs wat training. 

"reactieHet verloop van personeel bij zulke settings zal groot zijn (spreek uit ervaring ) Ik denk dat portofoons de beste optie zijn voor de lange termijn. Met camera's gaan werken ligt gevoelig op gebied van privacy.
In de hulpverlening sector waar agressie voorkomt is deze continuïteit een onzekere factor. Gevoel van veiligheid is erg belangrijk en piepers en portofoons dragen hier toe bij. Maar je houdt natuurlijk altijd het grijze gebied totdat de versterking er is, daar is training van belang.


camera's

"reactieVergeet niet dat camera's ook een grote preventieve werking hebben. Zeker als je je toegangsbeleid erop afstemt en open en bloot op een scherm laat zien wat de camera's opnemen. 

"reactieAls ik zou moeten kiezen ging ik voor de camera's en hun preventieve werking, maar....vergeet niet dat een klant deze punten aandraagt uit een visie van onkunde, en voor advies zijn ze uiteindelijk bij jou gekomen, ik zou toch eerst een vrijblijvende analyse maken door het pand om te kijken of er bouwkundig niets mogelijk was voor het geld wat ze te besteden hebben, wellicht kun je met kleine aanpassingen het pand visueel overzichtelijker maken......


Dus mijn advies zou zijn dat er wellicht meerdere opties mogelijk zouden zijn. Zolang mensen rustig redeneren en een soort risicoanalyse maken voordat ze agressief worden werken camera's preventief. 


"reactieZodra mensen (enigszins) door het lint gaan en niet meer nadenken over de gevolgen heb je daar niet zo veel meer aan. Dat is dus weer situatie-afhankelijk. Voor een echt goed advies moet je dus de situatie goed begrijpen, maar goed, het is een interessante casus uiteraard. Persoonlijk zou ik ook het liefst camera's adviseren aangezien ik die zelf verkoop ;)

Nabeschouwing

Ik heb de discussie als zeer nuttig ervaren en heb er een aantal dingen voor mezelf uitgehaald. Ik had bijvoorbeeld nog niet aan de suggestie van de inrichting gedacht. Door met vernieuwende ideeën te komen, trek je volgens mij de aandacht van een opdrachtgever. Als later blijkt dat die optie toch te duur is, ben jij degene die het verteld aan de klant en ben je de enige gesprekspartner. 

Vooral in de zorg is men veel bezig met mensenwerk en wordt vaak aan mensgerichte oplossingen gedacht. Daarbij is de medewerker ook de bron van de vraag en doe je het als directie en trainer goed als je daar dus ook aandacht aan besteed.


De meerdere functies die een portofoon in kunnen nemen zijn naar mijn mening ook een mooi advies en hier kan een extra geldbron gevonden worden.
Ieder bedrijf moet voldoen aan bepaalde BHV eisen en daarvoor komt het geld meestal uit een ander potje. Wellicht speel je naast de aanschaf van portofoons vijf trainingsmomenten vrij. 


De verdiepende vragen geven je uiteindelijk een concreter beeld van de situatie, al zou ik niet te diep doorvragen op het handelingsprotocol als het antwoord "nee" is. Daarmee kun je een klant in de verdediging drukken en kan hij/zij weg lopen naar een ander.


over de blogger




De hier beschreven discussie is een verdienste van iedereen die heeft meegedaan aan deze discussie in deopen linkedin groep “Docent gevaarsbeheersing/ weerbaarheid”, dus niet van een afzonderlijk persoon. De samenvatting en persoonlijke visie in de afsluiting zijn opgesteld door Joost Verbrugge en ook niet per definitie de enige mogelijke samenvatting.
De linkedin groep is niet alleen voor SRDG leden. Iedereen die zich aan de paar basale groepsregels houdt is meer dan welkom. SRDG is van mening dat van iedereen te leren is en verwelkomt daarom iedereen die mee wilt praten over gevaarsbeheersing en weerbaarheid in deze groep. Bent u nieuwsgierig geworden welke discussies nog meer gevoerd worden? Kom gerust eens kijken.



Het volgende blog wordt omstreeks 14 december geplaatst.

vrijdag 10 oktober 2014

Het Menselijk Verdedigings Systeem

Stelling:
“Veel martial arts beoefenaars hebben zich op een bepaald moment in hun training de vraag gesteld of zij hetgeen zij geleerd hebben, in een echte zelfverdedigings- situatie ook
toe zouden kunnen passen.”

Voor mij is deze stelling in ieder geval zeer herkenbaar.
In de martial arts-systemen waarin ik getraind heb (judo, taekwondo, aikido, boksen en MMA), werd hier weinig of geen aandacht aan besteed. uiteindelijk wil je toch vooral voorkomen dat je in een situatie terecht komen waar je de aangeleerde kennis toe moeten passen. En terecht!

Mindset en stress tijdens een (verrassings)aanval


Maar bepalen we dat altijd zelf? Zijn er situaties denkbaar waarin we daar zelf minder of geen invloed op hebben? Bepaalt niet uiteindelijk de agressor wanneer, hoe, hoe lang en in welke mate hij in de aanval gaat?


Het beoefenen van een budovorm of vechtsport, of het doen van een cursus zelfverdediging geeft bepaalde tools en mentale vorming die een veilig, sterk gevoel geven. 


Kunnen we nog gebruik maken van deze tools en mindset onder de stresslevels die een (verrassings)aanval op straat met zich meebrengen?? 

De stress die zo’n scenario met zich mee brengt maakt dat het cognitieve brein of neo cortex (het gedeelte van onze hersenen waar al hetgeen we aangeleerd hebben opgeslagen is) niet meer toegankelijk is, althans tijdelijk. Dit is ook wetenschappelijk aangetoond

(o.a. door een studie van de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van stress op schietbeslissingen van politieambtenaren.)

Voeg daarbij het feit dat het gemiddelde straatgevecht maar ongeveer 30 seconden duurt, en dan heb je het antwoord op de hier boven gestelde vraag.

Trainen instinctieve reactie

Wat is dan die instinctieve reactie? In het Engels wordt het de ‘startle flinch’ genoemd.
Deze spontane reactie wordt aangestuurd vanuit het oudste gedeelte van ons brein, het reptielenbrein, of amygdala. Het is een autonoom proces wat gericht is op overleven. 


Simpel gezegd: de amygdala herkent ‘fouten’ in onze omgeving en reageert daarop. Soms is deze reactie subtiel, bijvoorbeeld een “neen”-gevoel wanneer je tijdens het uitlaten van de hond een groepje hangjongeren nadert. De startle flinch is echter een veel heftigere, fysieke reactie die optreed wanneer een stimulus te snel wordt geïntroduceerd. M.a.w. als je ergens van schrikt of door verrast wordt.

Zoals gezegd is dit een autonoom proces. Het staat los van de rest van ons brein. Fouten worden dus in eerste instantie altijd gekwalificeerd als (levens)bedreigend, en als zodanig reageert ons lichaam. 


Instinctief dus: handen omhoog om te beschermen en/of af te duwen; hoofd afgedraaid van het gevaar; lichaam in een achterwaartse beweging weg van de dreiging.

Je kunt dus stellen dat de mens is ‘ontworpen’ om te vluchten van gevaar, en niet om de strijd aan te gaan.

Wanneer we niet bewust zijn van de startle flinch is het risico dan ook groot dat we hierin blijven hangen in de zogenaamde vlucht- of (be)vries reactie. En dat is niet handig als je (plotseling) echt aangevallen wordt en niet weg kunt komen.



Het goede nieuws is dat je jezelf kunt aanleren om vanuit startle flinch door te schakelen naar tactisch handelen. Wanneer je dit doet train je jezelf door middel van klassieke en operante conditionering de startle flinch te herkennen en die om te zetten in functioneel bewegen, waardoor je terecht komt in het z.g. punt van dominantie: Je krijgt jezelf weer onder controle. Vanaf dit punt van dominantie is het weer mogelijk om na te denken en eventueel (aangeleerde) verdedigingstechnieken toe te passen. 


Dit filmpje maakt duidelijk wat ik met bovenstaande omschrijving bedoel: Je ziet de kale man instinctief reageren op de klap die de ander plotseling uitdeelt, door zijn handen omhoog te doen en zijn hoofd af te draaien; de startle flinch, die er voor zorg dat hij niet kritiek geraakt wordt, waarna hij zichzelf weer onder controle krijgt (punt van dominantie) en bewust kan reageren op de aanval.

Naast bewustwording, training en conditionering van het Menselijk Verdedigings Systeem M.V.S.), is en blijft training van zelfverdedigingstechnieken dus zeer belangrijk.


M.V.S. in martial arts en fysieke weerbaarheids- en gevaarsbeheersingstrainingen.


Het moge duidelijk zijn wat de meerwaarde is van het implementeren van het trainen van het M.V.S. in fysieke weerbaarheids- en gevaarsbeheersingstrainingen.
Het fungeert als een brug tussen ons survival mechanisme (wat we niet kunnen controleren, en wat maakt dat we niet meer bewust kunnen denken en handelen), en aangeleerde technieken (die we pas toe kunnen passen als er weer enige vorm van bewust denken is).

Mijns inziens hoort het M.V.S. een essentieel onderdeel te zijn van alle trainingen die wij als docenten gevaarsbeheersing verzorgen. Hetzelfde geldt voor martial arts trainingen die gericht zijn op zelfverdediging. 



Hoe bouw je M.V.S. in in je reguliere training?


Je kunt M.V.S. inbouwen in je reguliere training door het oefenen van bepaalde scenario-drills.

Deze trainingsmethode wordt ook wel Confrontational Replication Training (C.R.T.) genoemd, en is het resultaat van meer dan 15 jaar ervaring en ontwikkeling rondom het thema stress en agressie.

Zoals de naam al zegt train je dus replica’s van confrontaties. Deze confrontaties kunnen op verschillende plaatsen in het agressiespectrum plaats vinden. Denk bijvoorbeeld aan een lastige klant aan de balie, een patiënt die een verpleegster slaat met een kruk, of een schietincident tijdens een politiedienst.

C.R.T. kun je zien als een soort lego systeem waarbij je blokjes toevoegt dan wel wegneemt naarmate de doelgroep daarom vraagt. De methodiek is gebaseerd op wetenschap en heeft als doel het individu op een zo realistisch mogelijke manier te trainen in het handelen in lastige situaties zoals die in de praktijk voor kunnen komen.


Bronnen:


www.crteducation.nl

Afbeeldingen:



Arcon van Gorp is eigenaar van A-tac Agressiemanagement en Weerbaarheid, en verzorgt trainingen en cursussen op het gebied van o.a. stress- en agressiemanagement, realistische zelfverdediging, weerbaarheid en gevaarsbeheersing, voornamelijk in de jeugdzorg, aan zowel jongeren als zorgprofessionals. Hij is docent gevaarsbeheersing docent M.V.S. en advanced rots en water trainer. In zijn vrije tijd beoefent hij Krav Maga, Boksen en MMA.

Twitter: @AtacAgressie