vrijdag 27 juni 2014

Valkuilen voor, tijdens en na een training!

Misschien herken je het wel. Je bent uitgenodigd om een workshop of training te verzorgen voor een bepaalde doelgroep.

Je bent echt blij met de opdracht maar na afloop van de training heb je niet echt een voldaan gevoel. Je hebt het gevoel dat je de deelnemers meer had kunnen leren of
misschien heb je het gevoel dat de opdrachtgever om één of andere reden niet geheel tevreden is over de geleverde dienst.

Misschien ben je in één van de vele valkuilen gestapt die in het hele traject van het verzorgen van een training op je pad komen! Eigenlijk kent iedereen ze wel maar toch wil ik een aantal graag nog een keer benoemen.


Vóór de training:


De doelstelling is de leidraad van iedere les

Gedurende het inventarisatiegesprek met de opdrachtgever worden leerdoelen bepaald. Deze kunnen zeer uiteenlopend zijn. Wanneer je tijdens het gesprek met de opdrachtgever het gevoel hebt deze doelstelling niet te kunnen behalen wees dan eerlijk en maak dit kenbaar.
Verwijs dan liever door naar een instantie die gespecialiseerd is. Dat wekt meer vertrouwen.

Het leveren van een training die niet aansluit bij de doelstelling zal er waarschijnlijk toe leiden dat dit de laatste opdracht voor deze opdrachtgever was!

Het behalen van de vooraf bepaalde doelstelling moet de leidraad zijn van iedere les/training.

Als de verwachting die de opdrachtgever en de deelnemers van de training hebben in overeenstemming is met de aangeboden lessen dan zal dit tijdens de evaluatie met een goed cijfer beoordeeld worden. De mogelijkheid voor een vervolgopdracht is dan vele malen groter.


De beginsituatie en de inhoud van de training



Het in kaart brengen van de beginsituatie is van wezenlijk belang. Wat voor soort training je ook geeft!
  • Hoe ziet de samenstelling van de groep eruit? 
  • Zijn er deelnemers met (fysieke) beperkingen? 
  • Zijn er grote leeftijdsverschillen bij de deelnemers?
  • Hoe is de fysieke en mentale gesteldheid? 
  • Zijn er deelnemers met een traumatische ervaring? 
  • Wat is het kennisniveau van de deelnemers?
  • Wat is de cultuur van de deelnemers?
  • Hebben de deelnemers al eerder een gelijksoortige training gehad?
  • Enz.
Een maatwerk training begint bij een zeer uitgebreide inventarisatie van de beginsituatie waarbij de inhoud van de training zal moeten worden afgestemd op de mogelijkheden van de deelnemers.
Zonder inventarisatie van de beginsituatie en de gewenste situatie is een maatwerktraining onmogelijk.


Tijdens de training:


Spuien van kennis

Een Docent Gevaarsbeheersing beschikt over uitstekende kennis van bepaalde zaken maar beperk je tijdens de lessen tot het verstrekken van informatie die er echt toe doet. Het doel van de les is niet om te laten zien over hoeveel kennis je beschikt, het doel is om de deelnemer beter te laten worden. De juiste, relevante informatie op het juiste moment, dat is waar het om gaat.

Ingewikkelde fysieke technieken

Iedere Docent Gevaarsbeheersing heeft een achtergrond in een vechtsport. Wat voor ons soms zo simpel lijkt is voor een cursist die nog nooit heeft “gevochten” soms knap ingewikkeld.

Leer de deelnemers alleen technieken volgens het KISS-principe:

Keep It Super Simple! Een cursist zal in een stressvolle situatie waarschijnlijk niet meer weten welke ingewikkelde technieken hij zou kunnen gebruiken.

Om dit goed te kunnen beheersen is jarenlange training nodig, en zelfs dan zie je dat zeer goed geoefende vechtsporters in een stressvolle situatie terugvallen op de meest eenvoudige technieken. Hou het simpel en effectief.

In het vorige blog schreef Susanne Verhoeven dat een succesbeleving motiveert. Het tegenovergestelde is ook waar: een teleurstelling kan demotiverend werken. Wanneer de technieken te ingewikkeld zijn en de deelnemer krijgt ze “niet onder de knie” dan zal hij of zij mogelijk snel afhaken.


Na de training:


(Geen) Evaluatie

Na de training is het goed om met de deelnemers, maar zeker ook met de opdrachtgever, te evalueren of de les aansloot bij de doelstellingen en de verwachtingen. Belangrijk is om te achterhalen of de vooraf vastgestelde leerdoelen behaald zijn en of de deelnemers de manier van trainen/lesgeven als prettig ervaren hebben.

Aan de evaluatie moeten consequenties worden verbonden. Wanneer blijkt dat leerdoelen niet of maar gedeeltelijk zijn behaald dan zal een aanpassing in de volgende training noodzakelijk zijn.

Bedenk hierbij dat de trainer/docent voor het grootste gedeelte verantwoordelijk is voor het behalen van de doelstelling.

Wanneer na afloop van een training de evaluatie achterwege blijft dan is de afstemming tussen deelnemers, opdrachtgever en trainer niet optimaal. Gebruik de evaluatie als leermoment en wanneer de evaluatie voor de trainer goed uitpakt als compliment!

Onduidelijkheid over de verstuurde factuur

Nadat de training is afgelopen wordt de factuur verstuurd naar de opdrachtgever.

Deze factuur moet in overeenstemming zijn met de prijsopgave die vooraf verstrekt is. Niets is vervelender voor een opdrachtgever dan om over een onjuiste factuur te moeten klagen. Een opdrachtbevestiging kan veel onduidelijkheden voorkomen.

In deze opdrachtbevestiging geeft de opdrachtgever zijn akkoord (zwart op wit) voor de opdracht en de overeengekomen prijs waarbij alle te betalen onderdelen nog eens duidelijk opgesomd staan zoals o.a. prijs van de training, reiskostenvergoeding, vergoeding voor gebruikte materialen en BTW.

Als de factuur in overeenstemming is met de prijsopgave en de opdrachtbevestiging kan daar in ieder geval geen onduidelijkheid over ontstaan. Het gebruik van een opdrachtbevestiging wordt in het algemeen als zeer professioneel beschouwd.

Zoals gezegd kent eigenlijk iedereen bovengenoemde valkuilen wel. Toch is het goed om bewust te voorkomen dat je in deze valkuilen stapt waardoor een goede aansluiting ontstaat tussen de leerdoelen en de training. Een goede training kan niet zonder een goede voorbereiding en is geen standaard verhaal. Een goede training is toegespitst op de deelnemer(s) en houdt rekening met hun mogelijkheden.




Over de blogger



Reynhoud Kroezen is Docent Gevaarsbeheersing en Weerbaarheidstrainer.
Hij is oprichter van de organisatie weerbaarheidstrainers.nl. Weerbaarheidstrainers.nl verzorgt (zoals de naam al doet vermoeden) voor diverse doelgroepen o.a. trainingen op het gebied van weerbaarheid, omgaan met agressie en zelfverdediging. Tevens is hij als Hapkidotrainer verbonden aan Hapkido en Taekwondo vereniging Sidokwan te Hoogeveen.

Twitter: @Reynhoud



Het volgende blog wordt geplaatst omstreeks 6 juli.

vrijdag 13 juni 2014

De bedoeling: belangrijker dan de regels

Een goed doordacht agressiebeleid, een duidelijk protocol voor medewerkers en een bordje met gedragsregels voor de klant. 
Het gebruik van normen en regels lijkt alleen maar toe te nemen. Steeds meer organisaties ontwikkelen een stevig agressiebeleid dat medewerkers moet helpen in het omgaan met agressie en ook de bordjes met gedragsregels voor klanten zie je in steeds meer publieke ruimtes terug. 

Wat twee totaal verschillende ontwikkelingen lijken te zijn, zijn voor mij verschillende voorbeelden van één en dezelfde manier van denken. 
Het is een manier van denken waarbij we iets niet aan de bedoeling over laten, maar overspoelen met kaders en systemen om zo iets te kunnen begrijpen en verwerken (het begrip 'de bedoeling' zal ik verderop uitleggen).

De afgelopen jaren zijn er veel initiatieven genomen die een antwoord moesten geven op publieksagressie. 
Huisregels zijn tegenwoordig een voorwaarde bij het handhaven van de orde in publieke ruimtes. Ze zijn onderdeel van kaders en richtlijnen voor zowel medewerkers als klanten. 

Deze opkomst van regels en protocollen is begrijpelijk. We willen namelijk niet twijfelen over het wel of niet afstraffen van bepaalde gedragingen en we willen alles wat we tegen komen zo hanteerbaar mogelijk maken. We willen zekerheid en duidelijkheid, geen vaag gedoe. 

Deze roep naar zekerheid en beheersmatigheid heerst erg binnen hedendaagse organisaties wanneer ze nadenken over het omgaan met agressie op de werkvloer. Maar werkt dit wel? Is het gebruik van regels en systemen wel de juiste aanpak om agressie en intimidatie op de werkvloer aan te pakken? 

Aan de hand van het bordje met gedragsregels in de wachtruimte en de toenemende rol van de systeemwereld in organisaties wil ik hierop reflecteren zodat mensen in de toekomst meer stil staan bij de reden waarom ze kaders en regels gebruiken in hun leven en in hun organisatie. 
Ik heb dan ook geen kant en klare tips als conclusie. Wel hoop ik mensen aan het denken te zetten over de vraag waarom we altijd weer terug willen grijpen op de regels en systemen terwijl we ook dicht bij onszelf kunnen blijven in het omgaan met agressie op de werkvloer.


De bedoeling en de systeemwereld

Zoals filosoof en socioloog Habermas goed opmerkte neemt de systeemwereld een steeds grotere plek in binnen organisaties waardoor de leefwereld steeds minder speelruimte krijgt. 

Bron: http://perspectievenopkwaliteit.nl/symposium-verslag/
De leefwereld is hierbij de wereld waarin alles binnen de organisatie daadwerkelijk plaatsvindt en van waaruit de praktijkkennis wordt opgedaan. De leefwereld is de wereld zoals we die in het hier en nu kunnen waarnemen, het gedrag dat bijvoorbeeld te zien is binnen de school. De wereld waarin we ademen, overleggen, bang zijn, agressie tegenkomen etc. 

De systeemwereld, die we zelf hebben gecreëerd, zorgt ervoor dat ons werk in die leefwereld goed verloopt. Hierin liggen afspraken besloten over hoe je in de leefwereld te werk zou moeten gaan. Beleid, instructies, targets etc.

Achter het idee van de systeemwereld ligt een bedoeling.

De bedoeling is wat je als organisatie wilt bereiken, bijvoorbeeld het creeëren van een veilige wachtkamer met een gemoedelijke sfeer. 

Wanneer een organisatie gaat nadenken over het beleid kan zij dat op twee manieren doen. Een succesvolle organisatie denkt vanuit de bedoeling, bij alles wat zij doen starten zij vanuit de bedoeling om zo tot de nodige kaders te komen. 

Ook zijn er organisaties die de systeemwereld belangrijk vinden en deze starten dan ook het denkproces vanuit de systeemwereld, zij denken vaak dat wanneer de systeemwereld ‘af’ is er in de leefwereld goede dingen worden gedaan. Deze organisaties hebben een groot verlangen naar beheersbaarheid van dat wat er op de werkvloer gebeurd waardoor ze de systeemwereld als startpunt gebruiken voor het nadenken over de juiste aanpak. 

Er wordt gekeken naar het huidige beleid en dit beleid wordt aangepast in de hoop dat de agressie afneemt. Ziekenhuispersoneel krijgt bijvoorbeeld een mailtje met daarin duidelijke regels van wat toelaatbaar is van een patiënt en wat niet. Maar deze regels bieden medewerkers niet de handvatten die ze nodig hebben en brengen vaak niet het gewenste effect. 
Deze regels laten medewerkers niet nadenken over wat zij wel en niet toelaatbaar vinden en wat zij een goede aanpak vinden van de toenemende agressie tegen hulpverleners.

Ook uit onderzoek is gebleken dat het gebruik van 'compliance' in een organisatie, waarbij men het gedrag van medewerkers positief wilt beïnvloeden door middel van toezicht op de wet- en regelgeving, amper effect heeft. Dit is niet gek aangezien regels mensen niet intrinsiek motiveren, maar enkel gedrag provoceert. 

Het vele gebruik van regels heeft ook vaak tot gevolg dat deze medewerkers niet meer vanuit zichzelf werken, maar hun energie en kracht uit de systeemwereld moeten halen.
Het gevoel van eigenaarschap – je eigenaar voelen over het werk dat je doet – neemt hierdoor af. Hierdoor kunnen mensen niet meer stevig in hun schoenen staan, omdat deze schoenen niet meer hun eigen schoenen zijn, maar de schoenen van de systeemwereld van de organisatie. 

Iedereen heeft in zijn leven wel ervaren dat wanneer je niet jezelf bent of kan zijn, niet vanuit jezelf kan werken je ook niet adequaat kan handelen wanneer dat nodig is. 
Wanneer je geconfronteerd wordt met een agressieve klant hoor je direct vanuit je eigen referentiekader te kunnen denken en niet vanuit de vele regels. 

Net zoals de organisatie moet dus ook de medewerker vanuit de bedoeling denken in plaats vanuit de systeemwereld. Hiervoor moet hij echter wel de ruimte krijgen van de organisatie. De organisatie moet de medewerker niet door middel van regels willen beïnvloeden, maar moet medewerkers juist aan het denken zetten door middel van een goed gesprek over het omgaan met agressie. 
Op die manier kunnen de medewerkers en de organisatie hun referentiekaders op elkaar afstemmen waardoor de medewerkers vanuit zijn eigen referentiekader kan gaan werken in plaats van dat hij vanuit de regels en protocollen moet denken.


Bevorderen van positief gedrag bij cliënten of klanten

Net zoals bij de medewerkers regels niet altijd het doel dienen waarvan we denken dat het deze wel dient, zijn het ook bij het bevorderen van goed gedrag niet de regels die de uitkomst bieden. 

In de filosofie is er altijd veel discussie geweest of iemand vertellen wat het juiste is om te doen wel nut heeft. De deugdenethiek van Aristotles of de plichtenleer van Kant blijkt namelijk in de praktijk niet altijd zo even goed te werken. 
Veel recente onderzoeken wijzen namelijk uit dat de situatie een grotere invloed heeft op moreel gedrag dan iemands karakter of de normen die deze persoon hanteert.

Een experiment uit 1972 liet zien dat niet het karakter van personen, maar de situatie grotendeels bepaalt of iemand moreel gedrag vertoont. 
Uit het experiment kwam namelijk naar voren dat mensen die een diamant in een telefooncel hadden gevonden eerder een vrouw hielpen wanneer zij papieren op straat liet vallen dan mensen die geen diamant hadden gevonden. 

Op zich is dit niets nieuws. We weten namelijk dat als iemand haast heeft de kans klein is dat hij stopt om een oude vrouw te helpen met oversteken. 
Zo heeft ook de geur en het wel of niet aanwezig zijn van andere mensen ook een groot effect op het gedrag.

Verschillende onderzoeken laten ons zien dat het karakter van iemand of het opleggen van normen minder effect heeft op het gedrag dan de situatie waarin diegene zich bevindt. 

Wanneer wij bijvoorbeeld goed gedrag in een wachtkamer willen bevorderen moeten we mensen dus niet alleen wijzen op de regels en waarom die regels er zijn, maar we moeten ze juist via de situatie beïnvloeden. 

Gelukkig gebeurt dit al wel in sommige wachtkamers, mensen krijgen een warm kopje koffie, er staat een rustgevend muziekje op en wat helemaal goed zou zijn is dat de receptioniste niet achter de balie zit, maar ook eens de wachtkamer rondloopt met een praatje en goed nieuws over de snelle doorstroom van patiënten. 
Maar in een winkel zoals een juwelierszaak gebeurt dit vaak niet. Hier dient vaak een bordje en een camera als preventief handelen tegen agressie. 


Wat zegt dit ons

We zouden dus ook bij dit laatste voorbeeld meer moeten nadenken over de bedoeling van ons handelen en moeten nadenken over of het wel echt werkt door dicht bij de praktijk te blijven. 
Onze eerste reactie is vaak terugvallen op het systeem waardoor we deze bedoeling vergeten. 

Een organisatie moet zelf vanuit de bedoeling denken en niet vanuit de systeemwereld. Maar ook moeten ze medewerkers de ruimte bieden om vanuit hun eigen bedoeling te kunnen denken en handelen. Zo hebben ze een groter gevoel van eigenaarschap en zullen ze steviger in hun schoenen staan. 

Het voorbeeld van het bordje met gedragsregels laat zien dat we ook in het contact met de klant snel vanuit de systeemwereld denken terwijl we eigenlijk vanuit onze eigen ervaringen weten dat een positieve ervaring meer doet met een gefrustreerde klant dan een bordje met gedragsregels.
Met dit laatste zal een klant niet snel minder agressief zijn terwijl een positieve ervaring hem vaak wel af kan laten koelen.

Begrijp me niet verkeerd, de regels en protocollen moeten zeker niet afgeschaft worden. Maar op dit moment heerst bij veel organisaties het idee dat vanuit de systeemwereld alles valt op te lossen terwijl de praktijk dit tegenspreekt. 

Het systeem dat wij ter ondersteuning gecreëerd hebben beheerst ons in plaats van dat wij het systeem beheersen. Het systeem dient namelijk enkel als ondersteuning en wij moeten dit systeem dan ook gebruiken in plaats van dat het systeem ons gebruikt. 

Wat de juiste balans is tussen de systeemwereld en de leefwereld blijft ook voor mij een vraag. Toch heb ik er vertrouwen in dat we daar met zijn allen achter kunnen komen als we onszelf altijd blijven bevragen en altijd terug blijven gaan naar de bedoeling. 

Als docenten onderling, maar ook met de klant en cursisten zou deze zoektocht gedeeld moeten worden. En zoals altijd moet je bij jezelf beginnen. Vraag jezelf daarom eens af.... 

"Hoe denk jij grip op jouw organisatie of jouw werk te krijgen? Ben je een systeemdenker of een denker vanuit de bedoeling?"

Bronnen

Leestip en gebruikte literatuur: 

Hart, W. (2012). Verdraaide organisaties. Alphen aan den Rijn: vakmedianet.

Over de blogger

Jelle Smits is mede-oprichter en trainer van Bewust Weerbaar.
Samen met zijn partner geeft hij vol enthousiasme trainingen en cursussen in het omgaan met agressie en intimidatie. Door zijn ervaring bij o.a. justitie, de ggz, jeugdzorg en de gehandicaptenzorg heeft hij de vaardigheden om verder te kijken dan het gedrag van agressieve klanten en cliënten. Bewust Weerbaar is dan ook voornamelijk actief binnen de zorg- en welzijnssector en het onderwijs. Door cursisten bewust te maken van gevoelens, gedachtes en gedrag geeft hij hen inzicht in de krachten en mogelijkheden waarover zij beschikken om zo op een fijne en toch adequate manier om te gaan met agressie. Hij wilt dat de aangeleerde vaardigheden en technieken passen bij de cursisten zelf in plaats van dat ze dingen doen waar ze zich niet goed bij voelen. Dit in combinatie met filosofie laat hem kritisch naar de toename van brutaliteit tegen beroepsmensen en de aanpak van organisaties kijken. Zo hoopt hij antwoorden te vinden op de vraag hoe we moeten omgaan met agressie.

Linkedin profiel Jelle Smits

Het volgende blog wordt omstreeks 27 juni geplaatst.

dinsdag 20 mei 2014

Leren is niet de hoofdtaak van de hersenen

Bron: http://sciencenetlinks.com/tools/3d-brain/
Allereerst moeten we een misverstand uit de weg helpen: Veel goedbedoelde docenten denken dat de hersenen van hun deelnemers geïnteresseerd zijn in leren. Dat klopt niet helemaal.
De hersenen zijn in eerste instantie niet geïnteresseerd in leren op zich. 
De hersenen zijn eerst geïnteresseerd in overleven.
Elk vermogen in onze intellectuele eigenschappen zijn ontworpen om aan de vernietiging te ontsnappen. 
Leren bestaat alleen om aan de vereisten van dit primaire doel te voldoen. 

Het is een gelukkig toeval dat ons intellect een dubbele taak kan uitvoeren in het klaslokaal, wat ons vermogen oplevert om theorie ( de confrontatieregels, de-escalerende gesprekstechnieken of weerbaarheidstechnieken) op te pikken. Maar het is niet de hoofdtaak van de hersenen. Het is een bijproduct van een veel diepere kracht:

de intense wens om te overleven tot de volgende dag. We overleven niet om te kunnen leren. We leren om te overleven.

Dit overkoepelende doel voorspelt veel zaken en het volgende is daarvan het meest belangrijk: als je een goed opgeleide deelnemer wilt hebben, moet je een veilige leeromgeving weten te creëren. Als de veiligheidseisen van hersenen vervuld zijn, zal het zijn neuronen toestaan om bij te klussen tijdens onze omgaan met agressie of weerbaarheidstraining.

Een eenvoudig voorbeeld van fixatie van de hersenen op veiligheid is te zien tijdens een overval. Het heet wapenfixatie. Slachtoffers van een overval lijden vaak aan geheugenverlies of verwarring; ze kunnen zich over het algemeen geen gelaatstrekken van de overvaller herinneren. Maar ze kunnen het wapen perfect omschrijven.

Waarom herinneren we ons het vuurwapen van de overvaller wel, wat de politie niet altijd verder helpt, maar niet het gezicht van de overtreder, wat dat bijna altijd wel doet? Uit het antwoord blijkt de bekende prioriteit van de hersenen: veiligheid.

Het wapen vormt de grootste bedreiging en de hersenen richten zich daarop omdat ze gebouwd zijn op overleving. De hersenen stellen prioriteiten onder deze vijandigheid; ze zijn onder stress alleen gericht op de bron van de bedreiging.

Sommige deelnemers in onze lessen “omgaan met agressie” zijn goed in het theoretische stuk. Ze kunnen in alle rust perfect uitleggen hoe het goed is om te reageren tijdens agressievolle situaties. Zij weten dit dus, maar hoe zetten ze dit ‘weten’ om in kunnen…het toepassen onder stress in de praktijk?

Gedurende een realistisch rollenspel interpreteren ze, zonder een veilige leeromgeving, het gedrag van de acteur als bedreigend ( en niet als een uitdaging om te leren) en als de trainer dan ook nog heftige feedback gaat geven omdat hij denkt dat dit de concentratie van de deelnemer omhoog zou brengen dan kan de deelnemer geen succesbeleving ervaren. In plaats daarvan begint de betreffende deelnemer te huilen, klapt dicht of leert niks en zet zich af tegen het rollenspel:

“Zo gaat het in de praktijk nooit” of “Ik klap dicht omdat iedereen kijkt”. Dus wat gaat hier fout?

Vanuit het perspectief van de hersenen gaat er niets verkeerd. Het brein van de deelnemer richtte zich op de bron van de bedreiging. De feedback van de trainer kon de deelnemer niet dwingen om zich te focussen op de behandelde theorie, omdat de deelnemer zich niet veilig genoeg voelde. De acteur was de bron van de bedreiging. Dit is ‘wapenfixatie’ vervangen door de trainer en acteur.

Hetzelfde geldt als je niet eerst een veilige leeromgeving creëert door kaders, houvast en respect in je lessen te waarborgen. De deelnemers moeten dus eerst ook daadwerkelijk voelen dat zij niet af kunnen gaan en zullen zich daarna pas weten te ontwikkelen buiten hun comfortzone.



Optimale leeromgeving

Waar houd je dan rekening mee om de optimale leeromgeving te creëren in je lessen weerbaarheid, omgaan met agressie of gevaarsbeheersing?

  • De algemene en individuele leerdoelen zijn SMART geformuleerd voorafgaand aan de training en voor de deelnemer, trainer en acteur helder; 
  • De trainer managet de verwachtingen ten aanzien van de training goed; 
  • De trainer is betrokken bij de groep en voelt de situatie en het proces van de deelnemers goed aan;
  • De deelnemer kan ten alle tijden grenzen aangeven over het beoefenen van de stof en aan andere deelnemers (tijdens onze lessen is de kans op herbeleving aanwezig);
  • Alles wat besproken wordt blijft binnen de groep;
  • Een acteur is een middel om de deelnemers in onze lessen een stap verder te helpen en geen doel op zich;
  • De trainer werkt vanuit een succesbeleving en complimenteert en stimuleert de groep en individuele deelnemer;  
  • Eventuele onderlinge agressie binnen de groep wordt meteen adequaat, consequent en effectief aangepakt;
  • De trainer kijkt constant kritisch naar de methodische stappen van het aanleren van mentale en fysieke vaardigheden en kan hier flexibel mee omgaan; 
  • De trainer kijkt niet alleen naar het resultaat maar ook naar wie de deelnemers zijn. Iedereen leert op haar of zijn niveau. De stof wordt hierop aangepast en waar mogelijk gedifferentieerd
  • De trainer kent zijn of haar eigen proces en weet waar zijn of haar triggerpoints liggen t.a.v. de stof en de groep en de afstand die waar mogelijk moet worden overbrugt;
  • De deelnemers mogen eerst terugkoppeling geven op hun eigen gedrag en worden dus niet meteen bekritiseerd door collega’s;
  • En niet te vergeten: humor, ontspanning en plezier tijdens onze lessen is belangrijk; 


    Bronnen: 

    Medina, J. (2013). Het kinderbrein. Pearson Benelux b.v.
    Verhoeven L.H.J ( 2013). Opleidingsboek docent gevaarsbeheersing.


    Over de blogger

    Susanne Verhoeven heeft talloze trainingen verzorgd in de gevaarsbeheersing, omgaan met agressie en weerbaarheid. Met haar scherpe oog daagt ze deelnemers uit om inzicht te krijgen in het eigen gedrag, win-win situaties te creëren en biedt ze mogelijkheden om agressievolle situaties te voorkomen, op te lossen en professionele nazorg te bieden.
    Susanne heeft voor haar trainerscarrière jarenlang als interventiespecialist op risicolocaties gewerkt. Nog steeds onderhoudt ze haar praktijkervaring door projecten met agressievolle groeperingen voort te zetten.
    Susanne is een specialiste, die in staat is om deelnemers te laten groeien vanuit elke beginsituatie. Ze verzorgde o.a. trainingen voor doelgroepen als managers, teamleiders, Burgemeester en Wethouders, gemeente-ambtenaren, horecaportiers, kwetsbare vrouwen, docenten speciaal onderwijs, ambulancepersoneel, medewerkers klantencontact, BOA’s, handhavers, medewerkers in de zorg, verkopers en leden van calamiteitenteam en veel train the trainerstrajecten.

    Tevens verzorgd zij samen met Leo Verhoeven de opleiding docent gevaarsbeheersing en is ze hoofddocent en methodiekontwikkelaar aan de post-HBO opleiding tot docent weerbaarheid aan de Hogeschool Utrecht. Ze gaf ook het vak zelfverdediging aan de sporthogeschool in Tilburg. Susanne's vroegere topsportcarrière, als meervoudig Nederlands kampioen Judo en Jiu-Jitsu, heeft haar leven in het teken gezet van 'omgaan met agressie en weerbaarheid'.
    Website: http://www.opeigenkracht.nl/ 
    Website SRDG: http://gevaarsbeheersing.nl/
    Linkedin profiel Susanne Verhoeven  

    Het volgende blog wordt omstreeks 15 juni geplaatst.

    zaterdag 3 mei 2014

    Wat hebben strategie, Viktor Frankl, Covey, Darwin en weerbaarheid met elkaar gemeen?


    Wat wordt nu eigenlijk onder weerbaarheid verstaan? Volgens de “dikke Van Dale” betekent weerbaar (bijvoeglijk naamwoord); “in staat tegenstand te bieden”.

    Er bestaat geen eensluidende definitie in de literatuur. Het onderzoek “Literatuuronderzoek naar professionele weerbaarheid bij politiepersoneel”. (Bogaerts, 2013) geeft handvatten.

    Weerbaarheid verwijst naar een persoonlijk en relationeel kenmerk en zegt iets over hoe iemand zich manifesteert in een professionele relatie en in een organisatie.

    De meeste studies beschrijven weerbaarheid als “kunnen omgaan met tegenslagen, kunnen terugveren bij negatieve ervaringen en kunnen balanceren tussen draagkracht en draaglast” o.a., (Everly, Davy, Smith, Lating, & Nucifora, 2011). In deze studie is aan de hand van de literatuur, een werkdefinitie van professionele weerbaarheid ontwikkeld.

    Professionele weerbaarheid wordt omschreven als:

    “Een samenspel tussen individuele, interpersoonlijke en organisatorische veerkrachtfactoren. 

    Professionele weerbaarheid is de capaciteit die iemand heeft om kordaat op te treden bij en het hoofd te bieden aan lastige, ingrijpende situaties, door te balanceren tussen draagkracht en draaglast, en in staat te zijn om achteraf, mentaal, sociaal en fysiek terug te veren.” 

    Volgens de wetenschappelijke basis van professionele weerbaarheid: “Professionele weerbaarheid is een multi-dimensioneel concept. 
    Professionele weerbaarheid is een manier van reageren van een individu als gevolg van een ingrijpende gebeurtenis binnen een specifieke context. 
    Professionele weerbaarheid zegt ook iets over de mate van veerkracht en flexibiliteit om achteraf (al dan niet) terug te veren tot op het niveau van vóór de gebeurtenis” (Reich, Zautra, & Hall, 2010). 

    Professionele weerbaarheid laat zich verdelen in drie clusters: individuele, interpersoonlijke en organisatorische veerkracht.”

    Nu terug naar de vraag van dit blog: “Wat hebben strategie, Viktor Frankl, Covey, Darwin en weerbaarheid met elkaar gemeen? ” Op het oog wellicht weinig, maar er zijn vele overeenkomsten.

    Volgens “Meesterlijk Organiseren” (Kor, Wijnen, & Weggeman, 2007) is strategie: “De weg waarlangs doelen bereikt worden”. 
    Een kenmerk van succesvolle organisaties is een goede strategie. Zij zijn in staat om vooruit te kijken en te denken. Zij ademen als het ware met de veranderende omgeving mee. 
    Zij anticiperen op veranderingen die de levensvatbaarheid in gevaar kunnen brengen en passen zich aan die veranderende omstandigheden aan. 
    Gaat dat vanzelf? Neen, er moet een proactieve houding zijn en de bereidheid om de vinger continue aan de pols te houden. Organisatorische weerbaarheid is dus hard werken.

    Viktor Frankl verbleef drie jaar in verschillende concentratiekampen waar hij getuige was van het meest vreselijke leed dat een mens kan overkomen. Zijn beide ouders en zijn vrouw hebben de concentratiekampen niet overleefd.

    In de concentratiekampen had hij gezien dat in gelijke afschuwelijke situaties de ene mens een persoon zonder zonden werd en een ander persoon duivels. Frankl zei: “dat er zelfs binnen de benauwende muren van het concentratiekamp maar twee soorten mensen bestaan: fatsoenlijke en onfatsoenlijke mensen” (Frankl, 1995).

    In zijn boek “De zin van het bestaan” schrijft Viktor Frankl over onze eigen verantwoordelijkheid en de mogelijkheid om zelf te beslissen: hoe je je leven leeft, zelfs onder de meest verschrikkelijke omstandigheden. 
    Frankl verwoordde dit als volgt: “Alles kan van een mens worden afgepakt, behalve het laatste -de menselijke vrijheid- het vermogen om je eigen houding te kiezen onder alle omstandigheden en je eigen weg te kiezen.” 

    Hij vervolgt: “Tussen stimulus en antwoord ligt een ruimte. In die ruimte ligt onze macht om een antwoord te kiezen.
    In ons antwoord ligt onze groei en onze vrijheid.” Frankls’ (overleving) strategie? Proactief zijn.
    Ontstaan als “overlevingsmechanisme” onder de meest gruwelijke omstandigheden. Individuele weerbaarheid.

    Proactiviteit lezen we ook terug in het boek “De zeven eigenschappen van effectief leiderschap” van Stephen R. Covey. 
    Hij gebruikt Viktor Frankl als zijn grote voorbeeld. In hoofdstuk 1 schrijft Covey nadrukkelijk over “Zelf handelen of laten gebeuren” en “Van afhankelijkheid naar onafhankelijkheid”. 

    Covey’s boodschap in het kort is: Proactief zijn is meer dan initiatief nemen. Proactieve mensen nemen initiatief om gebeurtenissen te beïnvloeden waarop ze invloed kunnen uitoefenen. 
    Proactieve mensen richten zich vooral op hun eigen gedrag en hun eigen gedachten. Essentieel is hierbij de beïnvloedbaarheid van dingen. Covey spreekt van een cirkel van betrokkenheid en een cirkel van invloed zoals hieronder afgebeeld. In de buitenste cirkel bevinden zich zaken die we niet kunnen beïnvloeden.

    Bron: www.werknatuurlijk.nl


    Deze cirkel kun je ook voor organisaties gebruiken, bijvoorbeeld “de externe omgeving” kunnen we niet beïnvloeden als organisatie. 
    Wel kunnen we als organisatie bepalen hoe er op te reageren. Doen we dat beter dan anderen, en proactiver, dan levert dat voordeel op. Toch ook weerbaar? Op zowel individueel als op organisatie niveau.

    En dan is er nog Darwin; The survival of the fittest.

    “Het is niet het sterkste of intelligentste organisme dat overleeft, maar het organisme dat zich het beste aanpast”.

    Ook hier speelt een zekere proactiviteit een rol. De analogie voor organisaties en individuen is: aanpassen.

    Aanpassen is ook een vorm van weerbaarheid.


    Wat kunnen we hier nu mee?


    De moraal van het verhaal is dat we als organisatie en als individu mogelijkheden en keuzes hebben om ons weerbaarder te maken. Daarom deze vragen ter beschouwing:

    “Hoe is het gesteld met uw strategische organisatorische weerbaarheid?” en “Hoe is het gesteld met jouw strategische individuele weerbaarheid?”

    Overdenk het maar eens eerlijk voor jezelf. “Ga ik achterin de bus zitten en wacht ik af waar ik uitkom?” Of: “Kruip ik zelf achter het stuur en bepaal ik waar ik uitkom? “

    Ik ben de mening toegedaan dat zelf achter het stuur kruipen de voorkeur verdient. Door opleidingen, workshops, seminars, masterclasses te volgen en te trainen ben je proactief. Je bent (of komt) en blijft in de “lead”. En dat lijkt me aardig weerbaar, toch?

    En ter overpeinzing deze uitspraak van de filosoof Friedrich Nietzsche in de context van dit blog;

    “Wie een waarom heeft waarvoor hij kan leven, kan bijna elk hoe verdragen.”



    Bronnen:



    • Bogaerts, S. (2013, juni). WODC, Ministerie van Justitie en Veiligheid. Literatuuronderzoek naar professionele weerbaarheid bij politiepersoneel . Tilburg, Brabant, Nederland: Faculteit TLS, intervict. Faculteit TSB, Developmental and Forensic Psychology.
    • Covey, S. R. (2010). De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Business Contact.
    • Everly, G., Davy, J., Smith, K., Lating, J., & Nucifora, F. (2011). A Defining Aspect of Human Resilience in the Workplace: A structural Modeling Approach. Disasters Medicine an Public Health Preparedness , 5, 98-105.
    • Frankl, V. E. (1995). De zin van het bestaan. Donker.
    • Kor, R., Wijnen, G., & Weggeman, M. (2007). Meesterlijk organiseren. Kluwer.
    • Reich, J., Zautra, A., & Hall, J. (2010). Handbook of adult resilience. New York: Guilford Press.


    Over de blogger




    Theo Dingemans, MA, DipM, is sinds 1995 zelfstandig organisatie & marketing adviseur. Hij studeerde Bedrijfskunde aan de OU Nederland en Marketing bij het Chartered Institute of Marketing en de Lincoln University, UK. Hij is freelance kerndocent bij verschillende HBO instellingen en gediplomeerd ski-instructeur waar hij gespecialiseerd is in skiangst reductie. Theo is een gedreven beoefenaar van diverse vechtsporten. Hij is gecertificeerd NLP practitioner, geregistreerd docent gevaarsbeheersing en docent RTGB. Als coach, trainer, instructeur en docent is het zijn grootste uitdaging mensen in hun mentale en fysieke kracht (terug) te zetten.
    Linkedin profiel Theo Dingemans 




    Het volgende blog wordt omstreeks 22 mei geplaatst

    vrijdag 11 april 2014

    De schade van agressie beperken: over trauma en traumaverwerking

    Jan is 57 jaar en was tot een jaar geleden werkzaam als parkeerwacht. Toen overkwam hem tijdens zijn werk een ernstig geweldsincident waarbij hij is geslagen en geschopt. De fysieke verwondingen zijn al langere tijd goed genezen, de psychische klachten duren voort.

    Helaas zijn dit soort berichten regelmatig te vinden in media en onderzoeken.


    Als docent gevaarsbeheersing is het goed je te realiseren dat ervaringen van confrontatie met agressie en geweld bij veel mensen diepe sporen achterlaten in de beleving en een direct effect hebben op hun welzijn, gedrag en arbeidsinzetbaarheid, soms tot jaren later.

    In het geven van trainingen in agressiepreventie en gevaarsbeheersing is het belangrijk dat je als trainer zelf kennis hebt over het onderwerp trauma en traumaverwerking. Het is ook belangrijk om deelnemers aan je trainingen hier informatie over mee te geven.

    Helaas kunnen we agressie niet altijd voorkomen. Wanneer het dan toch gebeurt, proberen we de schadelijke effecten zo klein mogelijk te houden. Kennis over trauma en traumaverwerking en het kunnen bieden van een goede eerste opvang en een adequaat nazorgtraject staan hierin centraal.



    Wat iedereen moet weten

    Het meemaken van een ernstig agressie-incident gaat vaak samen met een gevoel van intense stress en machteloosheid.
    Het incident overkomt je en vaak ben je niet of maar beperkt in staat geweest te reageren.

    Afhankelijk van je persoonlijkheid en eerdere ervaringen treden er na een incident allerlei lichamelijke, emotionele en mentale reacties op.

    Veel voorkomende reacties zijn:

    • je lichaam voelt vreemd;
    • je voelt je emotioneel ontregeld;
    • allerlei gedachten gaan door je hoofd zoals: Wat is er nou precies gebeurd; waarom is het gebeurd; waarom deed ik wat ik deed; waarom deden de anderen wat ze deden; en hoe zal het zijn als zoiets nog eens gebeurd? 

    In de dagen na een agressie-incident merk je vaak dat je slechter slaapt, sneller schrikt, heftiger transpireert, minder goed je aandacht ergens bij kunt houden en emotioneler reageert.

    Soms zie je ook het hele incident weer als een film aan je voorbijtrekken en voel je opnieuw de angst van de gebeurtenis. In de wereld van traumaopvang en verwerking worden dit soort reacties gezien als ‘normale reacties op een abnormale gebeurtenis’.

    Dit soort van reacties geven aan dat je geest bezig is het incident te verwerken en het een plaatsje te geven. De reacties blijven soms enkele weken tot enkele maanden bestaan.

    Soms nemen de klachten na 3 tot 4 maanden niet af. We spreken dan van een verstoorde verwerking en de mogelijkheid bestaat dat er zich een post-traumatische stressstoornis begint te ontwikkelen.

    Een verstoorde verwerking kun je herkennen aan een aantal kenmerken. De belangrijkste zijn: 


    • het lang aanblijven van stressreacties; 
    • voortdurend bezig zijn met het incident; 
    • de blijvende aanwezigheid van een sterk schuldgevoel, angst en andere emoties; 
    • emotionele dofheid, neerslachtigheid, ongeloof;

    Vaak zie je dat mensen zich emotioneel en relationeel ‘terugtrekken’. Bij een verstoord verwerkingsproces is altijd professionele hulp gewenst.


    Wat iedereen kan doen

    Wanneer je met iemand in contact komt die zojuist een ernstig agressie-incident heeft meegemaakt ben dan bereid het verhaal van de ander aan te horen. 

    Besef dat er voor de ander een groot belang ligt in jouw aanwezigheid en luisterend oor.

    Een luisterend oor betekent ook écht luisteren d.w.z. de ander praat en jij bent vooral stil en non-verbaal aanwezig.

    Daarbij loop je als opvanger soms in de volgende valkuilen: 
    • Het stellen van teveel en vaak ook de verkeerde vragen (bv. wat is er precies gebeurd – dit soort vragen doen meestal een te groot beroep op de ratio en herinnering);
    • Het geven van goedbedoelde adviezen (je had beter … of : de volgende keer moet je ….. – het gevaar bestaat dat de ander denkt dat hij/zij iets fout heeft gedaan);
    • Bagatelliseren (gelukkig is het goed afgelopen – het is niet goed gegaan en het is zeker op emotioneel vlak nog niet afgelopen); 
    • Geruststellen (het komt allemaal goed – daarmee loop je het risico de uiting van emoties door de ander te diskwalificeren);

    Meestal komt het zelf teveel praten voort vanuit je eigen ongemak met de situatie en de emotie van de ander. Het grote probleem van teveel praten is dat je de emotie-uiting van de ander verstoort en dat is nu juist een van de belangrijkste doelen van de eerste opvang.

    De gouden regel bij de eerste opvang is dan ook: Less is more!

    Naast luisteren kun je de ander erg helpen door het bevorderen van een veilige omgeving na het incident. Dit betekent bijvoorbeeld dat je zorgt voor een rustige gespreksruimte zonder allerlei verstoringen zoals fel licht, rinkelende telefoons en binnenlopende mensen.

    Teveel prikkels/onrust voegt veel stress toe aan de situaties die voor de ander toch al zeer stresserend is.

    Ook is het bieden van praktische ondersteuning van belang bijvoorbeeld in de vorm van het informeren van anderen (thuisfront, collega’s) en het meegaan bij het doen van aangifte.

    Laat iemand na een incident ook niet alleen naar huis gaan (zeker niet met de eigen auto) maar breng iemand naar huis.

    Is er een partner thuis loop dan even mee naar binnen en licht de situatie toe wanneer je merkt dat de ander hier niet toe in staat is.

    Een partner en ook kinderen kunnen anders erg schrikken en vanuit hun emotie veel vragen hebben die voor de ander de stress alleen maar verhogen. En wanneer je weggaat maak dan een nieuwe afspraak voor contact. Plan dit gesprek binnen 1 of 2 dagen.

    Neem voor dat gesprek de tijd en luister dan nog eens naar het verhaal van de ander. De gemaakte afspraak geeft de ander een stukje structuur en iets om zich op te richten. Het voorkomt ook dat de ander door een drukke agenda bij jou uit beeld verdwijnt.


    Voor docenten gevaarsbeheersing

    In de afgelopen jaren mocht ik agressiepreventietrainingen verzorgen voor een grote diversiteit aan doelgroepen waaronder gemeenteambtenaren, maatschappelijk werkenden en taxichauffeurs.

    Vooral binnen deze laatste doelgroep ben ik in mijn trainingen vaak in contact gekomen met mensen die een ernstig agressie-incident hadden meegemaakt.

    Bij een aantal van deze mensen was zeker sprake van een verstoorde verwerking van hun ervaring. De schade die hieruit voortkwam voor betrokkene en zijn omgeving (partner, kinderen, werk) was altijd substantieel en sterkt mij in de opvatting dat er op het gebied van opvang en nazorg nog veel te winnen valt.

    Als docent gevaarsbeheersing kun je daar denk ik een stukje aan bijdragen. In ieder geval door je te realiseren dat er aan jouw trainingen regelmatig mensen deelnemen met indringende, persoonlijke ervaringen.

    Zorg er daarom voor dat je zelf wat weet over trauma en traumaverwerking. Inventariseer vooraf aan je training wat iedere cursist op dit vlak heeft meegemaakt en wat de consequenties hiervan zijn voor jouw trainingsinvulling en -opbouw.

    In je training erkenning geven aan de impact die een agressie-incident heeft op mensen doet vaak al veel goed.



    Daarnaast zou je kunnen overwegen in je trainingen een onderdeel in te bouwen dat gaat over trauma en traumaverwerking. Daarmee geef je niet alleen het belang aan maar geef je ook praktisch iets mee.

    Zorg er ook voor dat je de weg weet naar een hulpverleningsinstantie of professional. Zo kun je in voorkomend geval iemand helpen een eerste stap te zetten naar professionele ondersteuning en hopelijk daaruit voortkomend meer leefkwaliteit.

    Voor docenten gevaarsbeheersing zou een motto kunnen zijn: Agressie is niet altijd te voorkomen. Gebeurt het toch dan gaan we voor het beperkt houden van ook de psychische schade!


    Over de blogger


     

    Rob van den Biggelaar, 49 jaar, (voorzitter van Stichting Register Docent Gevaarsbeheersing) is werkzaam als adviseur en trainer op het gebied van sociale veiligheid, arbeid en gezondheid en management development. Vanuit zijn achtergrond als psycholoog wordt hij door organisaties met regelmaat gevraagd voor het opzetten van opvang en nazorgtrajecten.

    Website: http://www.bgconsulting.nl/ 








    Het volgende blog plaatsen we omstreeks 25 april

    woensdag 26 maart 2014

    Met weerbaarheid betere gevaarsbeheersing: de rol van weerbaarheid in gevaarsbeheersing

    Niet voor niets wordt in de opleiding docent gevaarsbeheersing veel aandacht besteed aan weerbaarheid. Een weerbare houding kan verdere escalatie van agressie voorkomen, waardoor werkvormen rondom het vergroten van weerbaarheid in lessen gevaarsbeheersing passend zijn. Ik zou zelfs willen stellen: ‘zonder weerbaarheid geen gevaarsbeheersing’. 


    Weerbaarheid, hanteren van agressie, gevaarsbeheersing


    ‘Weerbaarheid’, maar ook ‘gevaarsbeheersing’ of ‘hanteren van agressie’ zijn geen beschermde begrippen.
    Vandaar dat er onder deze noemers allerlei verschillende trainingen en cursussen aangeboden worden van uiteenlopende kwaliteit en inhoud.
    Wie de websites bezoekt van de verschillende aanbieders ontdekt dat zelfs wanneer dezelfde titel en wervingsteksten gebruikt worden, het aanbod van de ene aanbieder inhoudelijk sterk verschilt van de andere. 


    Er zijn trainers die hoofdzakelijk werken met technieken uit Martial Arts en er zijn trainers die uitsluitend werken met rollenspelen. En er zijn trainers die van alles een beetje doen.

    Voor het goed begrip van mijn betoog is het derhalve noodzakelijk de verschillende termen definiëren.

    Weerbaarheid

    Iemand is weerbaar als hij zijn grens kan trekken met respect voor zichzelf en voor de ander.

    Cursussen weerbaarheid worden gegeven aan mensen die daar moeite mee hebben. Dat kan dan gaan om bijvoorbeeld mensen die de neiging hebben om over zichzelf heen te laten lopen of juist om mensen die eerder geneigd zijn zich agressief te gedragen.

    Werden weerbaarheidstrainingen vroeger vooral gegeven aan slachtoffers en aan verlegen of gepeste kinderen, tegenwoordig zijn ook de (potentiële) daders veelvoorkomende cursisten.

    Hanteren van agressie

    In trainingen hanteren van agressie wordt gewerkt met mensen die bijvoorbeeld vanwege hun beroep te maken kunnen krijgen met agressie van een ander.
    In tegenstelling tot de uitgangspunten in weerbaarheidstrainingen staat dus niet het eigen gedrag van de deelnemer aan de training centraal, maar het leren omgaan met het (lastige) gedrag van een ander.

    Gevaarsbeheersing

    Gevaarsbeheersing gaat nog een stap verder. De trainingen gevaarsbeheersing gaan, net als trainingen hanteren van agressie, over het goed leren omgaan met de agressie van een ander. Deze trainingen zijn bovendien bedoeld voor mensen in beroepen die beroepsmatig veel met agressie te maken krijgen en daar een handhavingstaak in hebben zoals bijvoorbeeld geüniformeerd personeel.



    De deelnemers aan deze cursussen hebben daarmee niet alleen verantwoordelijkheid voor hun eigen veiligheid, maar ook voor de veiligheid van anderen. Er wordt hier meer dan in trainingen hanteren van agressie gewerkt met technieken uit de Martial Arts om agressieve mensen bijvoorbeeld in bedwang te houden.

    Concluderend overlapt de inhoud van trainingen weerbaarheid, hanteren van agressie en gevaarsbeheersing elkaar, maar verschillen de accenten en de invalshoeken. 


    Weerbaarheid als basis


    In weerbaarheidstrainingen wordt gewerkt aan het vergroten van de vaardigheden van de deelnemers om op een goede manier voor zichzelf op te komen.
    Omdat het altijd gaat om kortdurende trainingen en het veel gemakkelijker is om iemand iets dat hij al kan beter te laten kunnen dan iemand iets heel nieuws te leren, wordt eerst gekeken welke vaardigheden de cursistengroep al heeft zodat vanuit daar verder gewerkt kan worden.

    Daarnaast wordt bepaald welke vormen van grensoverschrijdend gedrag mogelijk aan de orde kunnen zijn; te denken is dan aan straatgeweld, huiselijk of seksueel geweld, racisme, pesten, groepsdruk, enzovoorts. Pas wanneer de kenmerken van de deelnemersgroep en de vormen van grensoverschrijdend gedrag waar mee aan de slag gegaan wordt bekend zijn, wordt de training ontwikkeld.

    In de lessen wordt aandacht besteed aan de verschillende strategieën: praten (confrontatie en deëscalatie), vechten (de fysieke zelfverdedigingstechnieken), vluchten of weggaan en hulp vragen.


    In alle gevallen wordt gewerkt aan de vergroting van eigenwaarde. Immers: alleen als je jezelf voldoende waard vindt, kun je voor jezelf opkomen.

    De fysieke verdedigingstechnieken worden in weerbaarheid dan ook uitsluitend geoefend met dit doel; doordat de deelnemers hun eigen kracht ervaren, worden ze zelfverzekerder. Deze technieken worden niet geoefend in de veronderstelling dat de deelnemers ze in zo’n cursus daadwerkelijk zo kunnen aanleren dat ze deze kunnen gebruiken in geval van nood (vaak jaren na afronding van de cursus). (Dit is een belangrijk verschil met gevaarsbeheersing).

    In weerbaarheidstrainingen wordt als vanzelf gewerkt aan het leren omgaan met grensoverschrijdend gedrag van anderen. Het spreekt daarmee voor zich dat de werkvormen en aanpak deels ook passend zullen zijn voor de andere trainingen waarin dit geoefend wordt.

    Niet weerbare mensen worden bovendien eerder slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag en vinden het moeilijker goed voor zichzelf op te komen.

    Wanneer je deelnemers beter wilt leren omgaan met agressie, zul je als trainer dus aandacht moeten besteden aan het vergroten van hun weerbaarheid. 


    Weerbaarheid: de methodiek


    Nu de noodzaak van het besteden van aandacht aan de vergroting van weerbaarheid in trainingen gevaarsbeheersing en hanteren van agressie helder is, is het de vraag of de methodische aanpak zoals ontwikkeld binnen de weerbaarheid aanknopingspunten biedt voor andere trainingen.

    Allereerst is bekend dat mensen makkelijker leren als ze dat met plezier doen. In weerbaarheidstrainingen is een goede sfeer daarom een randvoorwaarde.


    Door bijvoorbeeld te werken met muziek wordt plezier gemaakt waardoor de cursisten zich op hun gemak voelen en bijna ongemerkt hun vaardigheden vergroten.
    Goed opgeleide weerbaarheidstrainers zijn kampioen in het creëren van een goede sfeer en tegelijkertijd het aansnijden van zware thema’s.

    Een ander belangrijk uitgangspunt is dat alles eerst in gedeeltes en pas daarna als totaal geoefend wordt.
    Feitelijk betekent dit bijvoorbeeld dat er in de trainingen eerst de losse elementen van confrontatietraining geoefend wordt, daarna combinaties en pas daarna het geheel in een rollenspel.
    Dus eerst werkvormen rond stevig staan, ademhaling, stemgebruik, oogcontact en een congruente gezichtsuitdrukking apart, daarna werkvormen waarin bijvoorbeeld zowel stevig staan als een congruente gezichtsuitdrukking worden geoefend en pas daarna al deze elementen tezamen. 

    Deze consequent methodische aanpak heeft een enorme hoeveelheid aan werkvormen opgeleverd die gemakkelijk ook ingezet kunnen worden in andere trainingen.

    Kortom: ook de methodische kennis die binnen weerbaarheid ontwikkeld is, is van een onschatbare waarde voor trainers hanteren van agressie en gevaarsbeheersing. Ik zou deze trainers dan ook van harte bij ons willen uitnodigen te komen kijken voor mooie werkvormen en een goede methodische aanpak.

    Want: met weerbaarheid een betere gevaarsbeheersing!

    drs Berendineke Steenbergen
    Berendineke studeerde Sociale Wetenschappen en combineert een baan als manager, tegenwoordig bij de

    Hogeschool Utrecht, met het geven van weerbaarheidstrainingen. Zij doet dat sinds eind jaren ’90. Ze is sinds 2001 bij alle landelijke opleidingen tot weerbaarheidstrainer als opdrachtgever of ontwikkelaar betrokken en is initiatiefnemer en mede-ontwikkelaar van de post-hbo opleiding tot weerbaarheidstrainer van het Centrum voor Social Work van de Hogeschool Utrecht. Daarnaast was zij voorzitter van de Beroepsvereniging Docenten Weerbaarheid en Zelfverdediging. Tegenwoordig is ze vooral actief als methodiekontwikkelaar van psychofysieke weerbaarheidstrainingen. Daarnaast geeft ze masterclasses voor trainers die zich verder willen bekwamen in het geven van weerbaarheidstrainingen en is gastdocent en examinator voor onder meer de opleiding Docent Gevaarsbeheersing.
    Zij mag dus met recht een expert op het gebied van weerbaarheid genoemd worden.

    Berendineke is actief op Twitter (@BerendinekeS) en Linkedin: Linkedinprofiel Berendineke 

    De website www.skidbladnir.nl is medio 2014 online.

    Het volgende blog wordt omstreeks 13 april geplaatst.