woensdag 26 maart 2014

Met weerbaarheid betere gevaarsbeheersing: de rol van weerbaarheid in gevaarsbeheersing

Niet voor niets wordt in de opleiding docent gevaarsbeheersing veel aandacht besteed aan weerbaarheid. Een weerbare houding kan verdere escalatie van agressie voorkomen, waardoor werkvormen rondom het vergroten van weerbaarheid in lessen gevaarsbeheersing passend zijn. Ik zou zelfs willen stellen: ‘zonder weerbaarheid geen gevaarsbeheersing’. 


Weerbaarheid, hanteren van agressie, gevaarsbeheersing


‘Weerbaarheid’, maar ook ‘gevaarsbeheersing’ of ‘hanteren van agressie’ zijn geen beschermde begrippen.
Vandaar dat er onder deze noemers allerlei verschillende trainingen en cursussen aangeboden worden van uiteenlopende kwaliteit en inhoud.
Wie de websites bezoekt van de verschillende aanbieders ontdekt dat zelfs wanneer dezelfde titel en wervingsteksten gebruikt worden, het aanbod van de ene aanbieder inhoudelijk sterk verschilt van de andere. 


Er zijn trainers die hoofdzakelijk werken met technieken uit Martial Arts en er zijn trainers die uitsluitend werken met rollenspelen. En er zijn trainers die van alles een beetje doen.

Voor het goed begrip van mijn betoog is het derhalve noodzakelijk de verschillende termen definiëren.

Weerbaarheid

Iemand is weerbaar als hij zijn grens kan trekken met respect voor zichzelf en voor de ander.

Cursussen weerbaarheid worden gegeven aan mensen die daar moeite mee hebben. Dat kan dan gaan om bijvoorbeeld mensen die de neiging hebben om over zichzelf heen te laten lopen of juist om mensen die eerder geneigd zijn zich agressief te gedragen.

Werden weerbaarheidstrainingen vroeger vooral gegeven aan slachtoffers en aan verlegen of gepeste kinderen, tegenwoordig zijn ook de (potentiële) daders veelvoorkomende cursisten.

Hanteren van agressie

In trainingen hanteren van agressie wordt gewerkt met mensen die bijvoorbeeld vanwege hun beroep te maken kunnen krijgen met agressie van een ander.
In tegenstelling tot de uitgangspunten in weerbaarheidstrainingen staat dus niet het eigen gedrag van de deelnemer aan de training centraal, maar het leren omgaan met het (lastige) gedrag van een ander.

Gevaarsbeheersing

Gevaarsbeheersing gaat nog een stap verder. De trainingen gevaarsbeheersing gaan, net als trainingen hanteren van agressie, over het goed leren omgaan met de agressie van een ander. Deze trainingen zijn bovendien bedoeld voor mensen in beroepen die beroepsmatig veel met agressie te maken krijgen en daar een handhavingstaak in hebben zoals bijvoorbeeld geüniformeerd personeel.



De deelnemers aan deze cursussen hebben daarmee niet alleen verantwoordelijkheid voor hun eigen veiligheid, maar ook voor de veiligheid van anderen. Er wordt hier meer dan in trainingen hanteren van agressie gewerkt met technieken uit de Martial Arts om agressieve mensen bijvoorbeeld in bedwang te houden.

Concluderend overlapt de inhoud van trainingen weerbaarheid, hanteren van agressie en gevaarsbeheersing elkaar, maar verschillen de accenten en de invalshoeken. 


Weerbaarheid als basis


In weerbaarheidstrainingen wordt gewerkt aan het vergroten van de vaardigheden van de deelnemers om op een goede manier voor zichzelf op te komen.
Omdat het altijd gaat om kortdurende trainingen en het veel gemakkelijker is om iemand iets dat hij al kan beter te laten kunnen dan iemand iets heel nieuws te leren, wordt eerst gekeken welke vaardigheden de cursistengroep al heeft zodat vanuit daar verder gewerkt kan worden.

Daarnaast wordt bepaald welke vormen van grensoverschrijdend gedrag mogelijk aan de orde kunnen zijn; te denken is dan aan straatgeweld, huiselijk of seksueel geweld, racisme, pesten, groepsdruk, enzovoorts. Pas wanneer de kenmerken van de deelnemersgroep en de vormen van grensoverschrijdend gedrag waar mee aan de slag gegaan wordt bekend zijn, wordt de training ontwikkeld.

In de lessen wordt aandacht besteed aan de verschillende strategieën: praten (confrontatie en deëscalatie), vechten (de fysieke zelfverdedigingstechnieken), vluchten of weggaan en hulp vragen.


In alle gevallen wordt gewerkt aan de vergroting van eigenwaarde. Immers: alleen als je jezelf voldoende waard vindt, kun je voor jezelf opkomen.

De fysieke verdedigingstechnieken worden in weerbaarheid dan ook uitsluitend geoefend met dit doel; doordat de deelnemers hun eigen kracht ervaren, worden ze zelfverzekerder. Deze technieken worden niet geoefend in de veronderstelling dat de deelnemers ze in zo’n cursus daadwerkelijk zo kunnen aanleren dat ze deze kunnen gebruiken in geval van nood (vaak jaren na afronding van de cursus). (Dit is een belangrijk verschil met gevaarsbeheersing).

In weerbaarheidstrainingen wordt als vanzelf gewerkt aan het leren omgaan met grensoverschrijdend gedrag van anderen. Het spreekt daarmee voor zich dat de werkvormen en aanpak deels ook passend zullen zijn voor de andere trainingen waarin dit geoefend wordt.

Niet weerbare mensen worden bovendien eerder slachtoffer van grensoverschrijdend gedrag en vinden het moeilijker goed voor zichzelf op te komen.

Wanneer je deelnemers beter wilt leren omgaan met agressie, zul je als trainer dus aandacht moeten besteden aan het vergroten van hun weerbaarheid. 


Weerbaarheid: de methodiek


Nu de noodzaak van het besteden van aandacht aan de vergroting van weerbaarheid in trainingen gevaarsbeheersing en hanteren van agressie helder is, is het de vraag of de methodische aanpak zoals ontwikkeld binnen de weerbaarheid aanknopingspunten biedt voor andere trainingen.

Allereerst is bekend dat mensen makkelijker leren als ze dat met plezier doen. In weerbaarheidstrainingen is een goede sfeer daarom een randvoorwaarde.


Door bijvoorbeeld te werken met muziek wordt plezier gemaakt waardoor de cursisten zich op hun gemak voelen en bijna ongemerkt hun vaardigheden vergroten.
Goed opgeleide weerbaarheidstrainers zijn kampioen in het creëren van een goede sfeer en tegelijkertijd het aansnijden van zware thema’s.

Een ander belangrijk uitgangspunt is dat alles eerst in gedeeltes en pas daarna als totaal geoefend wordt.
Feitelijk betekent dit bijvoorbeeld dat er in de trainingen eerst de losse elementen van confrontatietraining geoefend wordt, daarna combinaties en pas daarna het geheel in een rollenspel.
Dus eerst werkvormen rond stevig staan, ademhaling, stemgebruik, oogcontact en een congruente gezichtsuitdrukking apart, daarna werkvormen waarin bijvoorbeeld zowel stevig staan als een congruente gezichtsuitdrukking worden geoefend en pas daarna al deze elementen tezamen. 

Deze consequent methodische aanpak heeft een enorme hoeveelheid aan werkvormen opgeleverd die gemakkelijk ook ingezet kunnen worden in andere trainingen.

Kortom: ook de methodische kennis die binnen weerbaarheid ontwikkeld is, is van een onschatbare waarde voor trainers hanteren van agressie en gevaarsbeheersing. Ik zou deze trainers dan ook van harte bij ons willen uitnodigen te komen kijken voor mooie werkvormen en een goede methodische aanpak.

Want: met weerbaarheid een betere gevaarsbeheersing!

drs Berendineke Steenbergen
Berendineke studeerde Sociale Wetenschappen en combineert een baan als manager, tegenwoordig bij de

Hogeschool Utrecht, met het geven van weerbaarheidstrainingen. Zij doet dat sinds eind jaren ’90. Ze is sinds 2001 bij alle landelijke opleidingen tot weerbaarheidstrainer als opdrachtgever of ontwikkelaar betrokken en is initiatiefnemer en mede-ontwikkelaar van de post-hbo opleiding tot weerbaarheidstrainer van het Centrum voor Social Work van de Hogeschool Utrecht. Daarnaast was zij voorzitter van de Beroepsvereniging Docenten Weerbaarheid en Zelfverdediging. Tegenwoordig is ze vooral actief als methodiekontwikkelaar van psychofysieke weerbaarheidstrainingen. Daarnaast geeft ze masterclasses voor trainers die zich verder willen bekwamen in het geven van weerbaarheidstrainingen en is gastdocent en examinator voor onder meer de opleiding Docent Gevaarsbeheersing.
Zij mag dus met recht een expert op het gebied van weerbaarheid genoemd worden.

Berendineke is actief op Twitter (@BerendinekeS) en Linkedin: Linkedinprofiel Berendineke 

De website www.skidbladnir.nl is medio 2014 online.

Het volgende blog wordt omstreeks 13 april geplaatst.

vrijdag 21 februari 2014

De-escalatie via social media, ver van mijn bed show?


(Noot: de rood geschreven woorden zijn links naar andere webpagina's)

Social media is een “Fact of life” geworden (Duin, Tops, Wijkhuijs, Adang, & Kop, 2012) "de hype voorbij" volgens Sigterman. Tijd dus om te bekijken wat wij er mee kunnen.

Social media hebben zoveel effect op mensenmassa’s dat het kan leiden tot escalatie of juist de-escalatie. Dat is de reden dat ik dit onderwerp in deze blog wil bespreken. Wij als docenten gevaarsbeheersing kunnen onze opdrachtgevers waarschuwen en adviseren en wellicht ook werkbare oplossingen bieden.



Een echt stevige grip op de-escalatie via social media is er nog niet, maar er wordt hard aan verbetering gewerkt en al doende leert men veel met steeds meer succes.


Eén van de belangrijkste conclusies mijns inziens is dat bij grote escalaties zoals project X in Haren de-escaleren een samenspel van meerdere partijen inhoudt. Dus niet alleen de politie of gemeente, maar juist deze partijen samen zorgen voor de-escalatie. Ook de gevestigde media hebben hierbij hun invloed.

Steeds meer organisaties professionaliseren zich in het effectief gebruik van social media. De politie en het OM specialiseren zich onder meer in de informatieverstrekking en opsporing via social media. Meerdere voorbeelden die wij allemaal kennen zijn aanleiding voor deze professionalisering. Bijvoorbeeld:

Het project X feest in Haren is een voorbeeld waar vele verbeterpunten uit te halen vallen (Cohen, Brink, Adang, Dijk, Boeschoten, & Kalksma, 2013).
Het schietdrama in Alphen aan den Rijn laat juist heel veel positieve ervaringen zien (Duin, Tops, Wijkhuijs, Adang, & Kop, 2012).

Ook zie je minder professionele organisaties steeds meer naar social media oplossingen zoeken. Bijvoorbeeld een gehele buurt die whatsapp inzet als middel tegen inbrekers en elkaar informeert over vreemde dingen in hun buurt.

Met een voorbeeld uit oktober 2013 laat ik je zien hoe escalatie via social media op de loer ligt en ook weer kan de-escaleren. Daarna geef ik een aantal (gevaarsbeheersing) tips voor organisaties om via social media zo de-escalerend mogelijk te kunnen werken.

Pietitie

Afgelopen oktober was er veel aandacht op internet en in de "gevestigde media" over de kleur van zwarte piet. De discussie begon bij een aantal mensen die de kleur van zwarte piet (in combinatie met de rol) discriminerend vinden. De oppositie werd aangewakkerd via facebook waar een beroep gedaan werd op jonge ouders. Ik herken een aantal beïnvloedingstechnieken uit het blog van Leo Verhoeven.

De "gevestigde media" gaven aandacht aan dit fenomeen en dat zorgde voor een nog grotere toename van belangstellenden zoals bij project x gebeurde (Cohen, Brink, Adang, Dijk, Boeschoten, & Kalksma, 2013). Ook de bemoeienis van de Verenigde Naties (VN) zorgde voor een toename van de hetze. Dit kwam mede door de onhandige uitspraken van de VN woordvoerster.

De opbouw van deze hetze verliep zo snel dat (op het hoogtepunt) iedere keer als je op "pagina verversen" klikte er bijna 100 like's (per 3 seconden) bijkwamen. Zoals op deze afbeelding te zien, hebben ruim twee miljoen mensen de pagina “geliked”.




In de blog Zwarte piet lees je hoe de onschuldige pietitie langzaam verandert in iets wat niks meer met onschuldig en vreedzaam te maken heeft. De mensen die bezwaar aantekenden tegen zwarte piet kregen gelijk en één van de grootste bezwaren die mensen tegen social media hebben werd bevestigd.

Vlak na dit incident vond er een kentering plaats, er werd in de media nog maar weinig aandacht besteed aan de pietitie en aan de bemoeienis van de VN. Op plaatsen waar ik kwam sprak men minder als voorheen over de discussie rond zwarte piet.

De blog van Gerrit de Heus heeft absoluut een grote rol gespeeld in deze kentering, onderaan zijn blog kun je zien dat hij meer dan 5.000 keer gedeeld is via twitter, meer dan 10.000 keer via facebook en 227 keer via linkedin. Vanuit deze statistieken moet nog duizenden keren zijn geretweet en gedeeld om het aantal lezers te behalen die je in zijn vervolg blog leest.

In zijn derde en laatste blog over dit onderwerp verteld hij dat hij door 1.4 miljoen lezers van zijn blog ineens bekend werd en ook de gevestigde media hem voor interviews uitnodigde.


Tips voor de-escalerend social media gebruik

Vooraf

Onderzoek of jouw doelgroep gebruik maakt van social media en zo ja, van welke middelen.
Uit verschillende onderzoeken (Boschma & Groen, 2006) (Hop & Delver, 2009) blijkt dat de grootste groep tussen de 4 en 35 jaar zelfs 24/7 online te bereiken is.

Een politie master studente voerde een enquête uit met 525 deelnemers van generatie Einstein (geboren tussen 1980 en 2000). Ze vroeg de deelnemers onder andere om welke reden deze mensen de politie via social media volgden (Hoog Antink, 2012). Men mocht meerdere antwoorden geven:
  • 75% uit nieuwsgierigheid; 
  • 53% uit betrokkenheid; 
  • 43% om de politie te helpen; 
  • 41% om informatie over hun wijk te weten te komen; 
  • 18% uit behoefte aan contact; 
  • 16% gaf aan andere redenen te hebben; 

Deze antwoorden doen vermoeden dat soortgelijke resultaten ook bij andere organisaties te behalen zijn als veiligheid het thema is en generatie Einstein die plaatsen bezoekt. Ik denk bijvoorbeeld aan grote discotheken, feesten of uitgaanspleinen.

Eén van de tips uit dit onderzoek: Zorg voor promotie van je social media kanaal, zodat je een redelijke massa kan bereiken op het moment dat het noodzakelijk is.






Positief geformuleerde waarschuwingen op de juiste toon en met het juiste taalgebruik werken goed. Het voorbeeld uit Haren “Er is geen feest” heeft alleen maar een averechts effect gehad (Cohen, Brink, Adang, Dijk, Boeschoten, & Kalksma, 2013).

Grootschalige evenementen, zoals koninginnendag in Arnhem of de vierdaagse feesten in Nijmegen maken speciale Hashtags (#) en twitterwalls aan zodat iedereen de berichten over het evenement in één overzicht heeft (dit zijn allemaal gratis mogelijkheden). Overzicht creëren op sociale media is voor de ontvanger van belang om de boodschap goed te interpreteren.


Tijdens


Tijdens de gebeurtenis kun je de mensenmassa proberen te sturen door transparante en consequente berichtgeving. Het kan hierbij gaan om fysieke sturing of mentale sturing. Met fysieke sturing bedoel ik dat je de mensen via een bepaalde route laat lopen. Met mentale sturing bedoel ik dat je onwaarheden tegen spreekt, zoals gebeurde tijdens het schietdrama in Alphen aan den Rijn. Ook werkt informatie verstrekking over gebeurtenissen zeer positief en verhoogt het gevoel van veiligheid.

Zorg ervoor dat de berichtgeving altijd kloppend is. Als je betrapt wordt op één niet kloppend bericht, ben je de verworven machtspositie kwijt.

Tijdens het schietdrama in Alphen aan den Rijn was de berichtgeving zo duidelijk dat een persbericht overbodig werd.

De media gebruikte per slot van rekening de tweets van de gemeente en politie al als citaten.
De blog van Gerrit de Heus liet mensen nadenken over de negatieve effecten van het sociale media gebruik. Deze manier, een soort reflectieve helikopterview, bleek ook effectief.


Achteraf

Nazorg via social media zorgt ervoor dat men een positieve indruk overhoudt aan het sociale media gebruik en bij een volgende gebeurtenis weer vertrouwd op de deskundige berichtgeving.



Wat kunnen wij ermee

Je zou een opdrachtgever gevraagd of ongevraagd kunnen adviseren social media standaard in te zetten of te gebruiken voor een evenement of gebeurtenis. Degenen die zich professioneel met social media bezig gaan houden zou je kunnen trainen op de wijze van berichtgeving.

De meeste professionals hebben deze competenties al elders verworven, dus zijn snel inzetbaar. De berichtgeving via social media is in de basis namelijk niet veel anders als een gesprek die professionals iedere minuut met het publiek houden. Het verschil is dat het bereik groter is en de berichtgeving korter.

De berichtgeving via social media kan helpen met:

(Voor de voorbeeld berichten heb ik een grotere discotheek gebruikt) 
  • de fysieke sturing van mensen;
    -Wij zijn vanaf 22:00 uur geopend, de wachtrij is het langste tussen 23:30 en 01:30 uur.
    -Bij het hoofdpodium is het erg druk, in de kleine zaal is nog plek zat (de beveiliging)
  • het informeren over opvallende gebeurtenissen;
    -Zojuist iemand verwijderd op verdenking van te handtastelijk zijn. (de beveiliging)
    -De jonge dame die zojuist onwel werd maakt het nu weer goed, bedankt voor de waarschuwing.
  • het gevoel van veiligheid vergroten;
    -Dit gebeurd vanzelf door de berichten in de andere voorbeelden.
  • het publiek aanmoedigen tot sociale controle;
    -Mensen opgelet! Zakkenrollers actief!
    -We zitten lekker vol! Geef elkaar de ruimte daar waar het kan. (de beveiliging)
  • het publiek om ondersteuning vragen;
    -Iets vreemds gezien? Meld het in een privébericht. (de beveiliging)

De noodzakelijke kennis om een dergelijk middel in te zetten is minimaal. Je moet weten hoe het middel functioneert en hebt wat training nodig in de manier van berichtgeving. Natuurlijk zorgt meer kennis voor een groter effect, maar met basale kennis kom je al een heel eind.

Social media hebben grenzeloze mogelijkheden voor legio situaties. Het ontdekken is pas net begonnen!



Bronvermelding

Boschma, J., & Groen, I. (2006). Generatie Einstein. Amsterdam: Pearson Education.
Cohen, M., Brink, G. v., Adang, O., Dijk, J. v., Boeschoten, T., & Kalksma, I. (2013). Twee werelden (hoofdrapport commissie "project X" Haren.
Duin, M. v., Tops, P., Wijkhuijs, V., Adang, O., & Kop, N. (2012). Lessen in crisisbeheersing. Den Haag: Boom Lemma uitgevers.
Hoog Antink, A. (2012). Social media & politie. Apeldoorn: politieacademie.
Hop, L., & Delver, B. (2009). De wifi-generatie. Zutphen: HUB uitgevers bv.

Over de blogger

Joost Verbrugge is in 1998 afgestudeerd aan het MDGOsb (CIOS) te Sittard als judoleraar B en jiu-jitsuleraar A. Aansluitend is hij als aanhoudings- en zelfverdedigingsinstructeur bij de Koninklijke Marechaussee gaan werken en ontwikkelen. In 2003 heeft hij de overstap naar de politieregio’s Gelderland-zuid en Gelderland-midden gemaakt om te werken als Integrale beroepsvaardigheden docent (IBT). In deze functie was hij taakaccenthouder AE/VAG en politieopleiding. In 2004 werd hij jiu-jitsu leraar B.  In 2008 maakte hij de overstap als docent gevaarsbeheersing naar de MBO school voor politiekunde te Apeldoorn. In 2013 studeerde hij af als HBO opleidingskundige (Bachelor of education) waar hij geïnteresseerd raakte in het gebruik van social media. Bij SRDG faciliteert hij “online learning” activiteiten.

Twitteraccounts: @VerbruggeJoost en @AtemisportJoost
Linkedin profiel Joost Verbrugge  


Het volgende blog plaatsen we omstreeks 27 maart

vrijdag 31 januari 2014

Is aangifte doen van geweld eigen keuze of beleid van de organisatie?

(Noot: de rood geschreven woorden zijn links naar andere pagina's)

Een discussie waar veel op gereageerd werd in de linkedin groep “Docent gevaarsbeheersing” had dezelfde titel als deze blog. De casus beschrijving was:

Bijna door het hele land is het beleid bij de politie dat de leidinggevende aangifte doet van mishandeling op het moment dat één van zijn medewerkers geweld tegen zich te verduren krijgt tijdens de uitvoering van zijn/haar werk. De insteek is te zorgen dat de agent niet in verlegenheid gebracht wordt met de vraag of hij/zij aangifte wilt doen of niet. De tweede reden is te laten merken dat het niet gepikt wordt als je geweld gebruikt tegen hulpverleners.

Ik ben benieuwd naar jouw mening over dit beleid en ik ben benieuwd of dit in andere organisaties ook beleid is, of (nog) niet.

De discussie die ontstond heb ik in deze blog samenvat en gecategoriseerd. Tot slot geef ik je mijn visie op deze casus.

Bedrijfssituatie
De discussie bleek in meerdere organisaties te spelen en op sommige plekken “hot item” te zijn. Volgens mij blijft dit de komende jaren ook nog wel onderwerp van gesprek. Er komen steeds meer organisaties met werknemers die bevoegdheid krijgen geweld te gebruiken. Ook zijn er organisaties waar deze bevoegdheid geen rol speelt, maar de medewerkers door de situatie tot geweldgebruik worden gedwongen (bijvoorbeeld in verschillende zorginstellingen).
In de horeca lijkt het bijna vanzelfsprekend dat geweldgebruik tegen de portiers "normaal" is. Daarom staan ze er toch immers? 

Vanuit ervaring (als docent en werknemer) werd gedeeld dat zowel organisaties als werknemers vaak geen aangifte en zelfs geen melding doen van geweld/ agressie tegen werknemers. Eén van de redenen hiervoor is dat men vreest voor represailles. 

Een organisatie heeft vaak te maken met meerdere partijen en dilemma’s. Mensen die geweld plegen blijken ook het bestaansrecht van een organisatie te waarborgen. 
Bijvoorbeeld patiënten of al dan niet gedwongen opgenomen patiënten of ouders en/of verzorgers die hun kind of voogdij overgedragen hebben aan een organisatie.
Het vertrouwen raakt beschadigd als deze organisatie vervolgens aangifte doet tegen deze personen.

In deze discussie hebben we vooral gekeken naar de juridische mogelijkheden en wat het kan betekenen voor de verhouding tussen werkgever en werknemer.

Rechtsgang
Een aangifte is een verzoek tot strafvervolging van de dader. Dus het is geen hulpverleningsverzoek aan de politie. De daadwerkelijke hulpverlening vindt vaak plaats door bureau slachtofferhulp.

De dader heeft recht op inzage van bijvoorbeeld het proces verbaal en hierin worden naam en adres opgenomen van de persoon die aangifte doet. Represailles komen echter sporadisch voor.

Iedereen kan voor domicilie (ander adres opgeven als woonadres) kiezen bij de aangifte. Bijvoorbeeld op het adres van het politiebureau waar de aangifte wordt opgenomen, bij het slachtofferloket of bij de werkgever. Bij agressie of geweld tegen functionarissen met een publieke taak  biedt de politie altijd de keuze voor domicilie aan.

Anonimiteit garanderen in een aangifte blijkt een lastiger pakket. In overleg met het Openbaar Ministerie kan bij uitzondering een anonieme aangifte worden opgenomen, dus zonder personalia en adresgegevens. Maar bij toezeggingen op dit vlak past terughoudendheid, want naarmate het proces vordert is anonimiteit vaak moeilijker te handhaven. 

Omdat het lastig blijkt die anonimiteit te garanderen, is er voor werknemers met een publieke taak de mogelijkheid gecreëerd om naast de domicilie, aangifte te doen onder personeelsnummer. Hierdoor komt de naam van de aangever ook niet in het proces verbaal te staan. 
Het expertisecentrum veilige publieke taak biedt op dit gebied ondersteuning aan organisaties en geeft veel informatie op hun website.

Keuze in beleid van organisaties en eventuele motivatie

Eigen keuze:
"Het slachtoffer zou buiten werktijd ook zelf de beslissing moeten maken, dus waarom niet binnen werktijd?"
Met deze motivatie geef je vertrouwen aan je personeel door hun beslissingsvrijheid niet aan te tasten.

Het nadeel van deze werkwijze is dat slachtoffers vaak geen aangifte doen uit schaamte of angst.

Je stimuleren om aangifte te doen, maar dit niet verplicht stellen:
Deze organisaties zetten met dit beleid de deur voor de medewerker open om over de schaamte en/of angstgevoelens in gesprek te gaan met hun werkgever.

Een motivatie die voor dit organisatie standpunt in de linkedin discussie werd gegeven:
Als je een signaal af wil geven dat je het geweld, in welke vorm dan ook, niet accepteert, kun je in mijn beleving dan ook beter zelf dat signaal afgeven. Daarnaast denk ik ook dat het helpt in het herstel van je eigenwaarde als je met geweld te maken hebt gehad.

Te vaak gebeurd het echter nog dat aangiftes ingetrokken worden omdat de angst of schaamte van de aangever uiteindelijk toch winnen van de drang tot rechtvaardigheid.

De organisatie doet aangifte:
Als je als organisatie voor deze uitstraling kiest is het voor de dader een logisch gevolg van zijn/haar actie dat er aangifte gedaan is. De organisatie zorgt er in dit geval voor dat de medewerker niet voor het angst of schaamte dilemma komt te staan. 
De leidinggevende heeft immers het recht aangifte te doen. De organisatie is namelijk ook een benadeelde partij en maakt kosten tijdens het fysieke en mentale herstel van de werknemer en/of in de materiële zin. 
Nadeel is dat de medewerker de aanpak te overdreven kan vinden.

Persoonlijke visie
Ik ben een voorstander van de optie waarin de organisatie aangifte doet. Ik denk dat je als bedrijf jezelf als "goed werkgever" neerzet. Je toont dat je de kant kiest van de werknemer. Dit betwijfelen slachtoffers en hun collega’s wel eens bij organisaties die voor de andere opties kiezen.

Volgens mij is het ook een onderdeel van het psychologisch contract dat werkgever en werknemer met elkaar aan zijn gegaan (jij werkt voor mij en ik zorg dat jij je werk kan doen). Naast de aangifte van de organisatie, vind ik dat de organisatie de werknemer mag stimuleren ook aangifte te doen.
Als de werknemer zelf ook aangifte doet, heeft de verdachte twee aangiftes tegen zich liggen, dat maakt de zaak alleen maar sterker.

De hier beschreven discussie is een verdienste van iedereen die heeft meegedaan  aan deze discussie in de open linkedin groep “Docent gevaarsbeheersing”, dus niet van een afzonderlijk persoon. De samenvatting en persoonlijke visie in de afsluiting zijn opgesteld door Joost Verbrugge en ook niet per definitie de enige mogelijke samenvatting.
De linkedin groep is niet alleen voor SRDG leden. Iedereen die zich aan de paar basale groepsregels houdt is meer dan welkom. SRDG is van mening dat van iedereen te leren is en verwelkomt daarom iedereen die mee wilt praten over gevaarsbeheersing en weerbaarheid in deze groep. Bent u nieuwsgierig geworden welke discussies nog meer gevoerd worden? Kom gerust eens kijken.


Het volgende blog plaatsen we op 23 februari.

vrijdag 24 januari 2014

Wapen je tegen en/ of met beïnvloedingstechnieken

Ben ik er toch weer ingestonken. Ik heb een proefabonnement van een landelijk dagblad genomen toen ik door een verkoper in de stad werd aangesproken. Hoe komt het nu dat hij mij toch weer zo ver heeft gekregen? Van welke beïnvloedingstechnieken heeft hij gebruik  gemaakt? Kan ik ook van deze beïnvloedingstechnieken of anderen op een eerlijke manier gebruik maken om jullie interesse en reacties te krijgen op blogs van de Stichting Register Docent Gevaarsbeheersing (SRDG)?

Je moet waakzaam zijn en het gevaar beheersen heden ten dage. Je bent al goed op weg als je de wapens van je opponent kent. Een tiental beïnvloedingstechnieken zijn:

1. Propaganda en overtuigingskracht                                
                                          
Propaganda kenmerkt zich vaak door het systematisch geven van eenzijdige informatie, waarbij selectief bepaalde feiten worden benadrukt en andere bewust achterwegen worden gelaten. Een aantal regels van de propaganda zijn:

  • Precisering. Maak de boodschap zo eenvoudig mogelijk;
  • Werk met slogans, symbolen (vlag, emblemen, beeldmerken, buttons, insignes, gebaren zoals een V-teken, banners, liederen);
  • Concentratie. Sluit tijdelijke coalities, zodat er een geringe oppositie is;
  • Overdrijving en versimpeling;
  • De kracht van herhaling. De boodschap moet vaak te horen zijn, zoals de reclamespotjes op tv en radio;
Propaganda en reclame hebben veel gemeen. Ook reclame gebruikt verhullende en vaak onware argumenten om een boodschap te verbreiden. Het verschil is dat reclame meestal voor commerciële doeleinden wordt gebruikt en het vaak herkenbaar is als reclame, terwijl propaganda niet altijd als propaganda herkenbaar is en daarom is het goed om je daarvan bewust te zijn.                                                                                                                         
Die krantenverkoper had het over een bijzondere eenmalige goedkope aanbieding van de beste krant van Nederland met de meeste abonnees.

2. Autoriteit 
                                                                                                                         
Straal autoriteit uit en je advies zal eerder worden opgevolgd. Een dokter draagt een witte jas. Die krantenverkoper zag er netjes uit en stond er stevig bij. Hij droeg zelfs een stropdas.

3. Beïnvloed met normen 
                                                                                                   
Normen zijn regels die het gedrag en het denken van mensen sturen, inperken en structureren. Ze hebben betekenis als maatlat, grens en referentiepunt. Beïnvloeding met normen kan langs twee wegen gebeuren. Op de eerste plaats door normen te maken. Wie de norm stelt heeft macht (overheid, ouders, wetgever). Op de tweede plaats door zelf handhaver van de norm te zijn (rechter, psychiater, scheidsrechter, controleur). Ondanks dat ik al jaren geabonneerd ben op een plaatselijk dagblad had die krantenverkoper toch wel een punt dat hij stelde dat ik toch wel goed op de hoogte moest blijven van het landelijk nieuws. 

4. Sympathie 

In vele gevallen gaat het om aardig en betrouwbaar gevonden te worden ofwel de gunfactor. Hoe meer mensen op elkaar lijken, hoe aardiger ze elkaar vinden en dus hoe meer ze elkaar gunnen. Aardige mensen krijgen meer voor elkaar. Die krantenverkoper had het ook over die geweldige voetbalclub uit het zuiden des lands, die al vele kampioenschappen op haar naam had staan. Ik dacht nog dat hij er wel verstand van had. De krantenverkoper maakte een betrouwbare indruk op mij. 
Wat werkt er aan mee dat je aardig/betrouwbaar wordt gevonden?


Die krantenverkoper maakte op mij wel een betrouwbare indruk.

5. Overtuigen met wetenschap
De voornaamste bron van wetenschappelijke macht is gelegen in haar historisch succes en de plaats die zij daardoor heeft verworven. Wetenschap wordt verbonden met objectiviteit en vooruitgang. Het is heel eenvoudig om zaken te verdraaien met wetenschap en eigenlijk niets te zeggen. Uit onderzoek zou zijn gebleken dat iPad-lezers “dommer” zouden zijn dan krantenlezers. Daar kon ik het wel mee eens zijn.
6. Consistentieprincipe 
Inconsistentie is een onwenselijke eigenschap voor veel mensen.  Mensen handelen het liefste in overeenstemming met wat ze eerder gezegd of gedaan hebben. Stoppen met roken wordt moeilijker als je eerst beweerd hebt dat je rookt omdat je dat zo gezellig vindt. Negentig procent van de mensen zullen positief antwoorden, als een verkoper aan hen vraagt hoe zij zich voelen. Als zij vervolgens het verzoek krijgen geld te geven aan slachtoffers van een ramp of ziekte, kunnen zij moeilijk ineens ‘nee’ verkopen en daarmee onaardig overkomen. Tijdens dat leuke gesprek vroeg de krantenverkoper op het laatst of ik niet zonder enige verdere verplichting een proefabonnement voor een half jaar wilde. 
7. Up via down
Deze methode kan worden omschreven als boven komen door neer te gaan. Het is een techniek waarmee de onmachtige de machtige kan dwingen te doen wat de onmachtige wil. De dwang bestaat er uit dat de onmachtige een beroep doet op de machtige: “Jij kunt mij hierin zo goed helpen”. Op deze wijze kan een cliënt een zorgverlener in zijn macht krijgen en houden. De krantenverkoper wilde mij heel graag als klant omdat het aantal abonnemen-ten op de krant achteruit liep en dat de krant toch een belangrijk onderdeel was van de vrije meningsuiting en dat vindt u toch ook mijnheer?.
8. Wederkerigheidsprincipe 
Mensen voelen zich schuldig als iemand iets voor ze gedaan heeft en willen daarom iets terug doen. Liefdadigheidsorganisaties die een cadeautje met hun mailings meesturen, krijgen veel meer respons dan organisaties die alleen om een bijdrage vragen. Dit geldt ook bij onderhandelen als je als eerste een concessie doet dan is de ander eerder geneigd om zich aan te passen. Ik had van die krantenverkoper al heel snel een tasje gekregen met daarin gratis de krant van die dag, zonder dat ik iets had toegezegd.
9. Bonsai

Door de bonsaitechniek wordt een boom zodanig gemanipuleerd dat het resultaat een mini-boompje is, terwijl de boom zonder deze manipulatie (snoeien, terugbinden, schrale voeding, droge grond) zou zijn uitgegroeid tot een grote boom. Voorbeelden daarvan: 
  • Je moet eerst een aanvraagformulier invullen en inleveren bij de directeur;
  • Zet dat eens op papier zodat we dat de volgende keer kunnen bespreken;
  • Het spijt me, maar er zijn enkele spoedgevallen;
  • Wachtlijsten instellen;
Er was geen sprake van een bonsaitechniek. Het was heel gemakkelijk om mij per direct te abonneren op die krant. Opzeggen zou ten alle tijden heel eenvoudig kunnen als dat halve jaar voorbij was. Wanneer het abonnement moest ingaan kon ik ook zelf beslissen.

10. Schaarste principe

Een zeer effectieve manier om anderen te beïnvloeden is om gebruik te maken van het schaarste principe. Daarom roepen verkopers ‘nog slechts twee exemplaren te koop’ of  ‘eenmalige aanbieding’. Dan gaan mensen vrezen dat ze van die unieke gelegenheid geen gebruik kunnen maken. Zo’n impulsaankoop speelt zich bijna in het geheel af in de psyche van de koper maar is stevig door de verkoper gemanipuleerd. Natuurlijk kon ik gebruik maken van die unieke aanbieding van die krant, die slechts tijdens die actie geldig was.

Waarom werken beïnvloedingstechnieken zó goed? Dat komt omdat mensen zich niet bewust zijn van het feit dat iemand hun gedrag wil beïnvloeden. Hun verdediging ligt te slapen. Ik was om 13.00 uur in de stad en had pas een afspraak staan om 14.00 uur. Ik had alle tijd en genoot even van de rust.


Dit leidt tot de vraag of het waarschuwen tegen beïnvloeding een effectief instrument is. Dat blijkt inderdaad zo te zijn. Gewaarschuwde mensen analyseren beter wat ze zien en horen en zijn daardoor minder gevoelig voor beïnvloeding. Hun kinderen laten hen ook niet heel subtiel weten: “Pa, je bent er ingetrapt”?

Over de blogger:


Leo Verhoeven is een autoriteit op het gebied van weerbaarheid en het omgaan met agressie. Als officier van dienst bij de politie werkte Leo dagelijks met de organisatorische, juridische en mentale kanten van agressie. Inmiddels verzorgd hij al jaren verschillende trainingen omgaan met agressie voor doelgroepen als BOA’s, handhavers, BIT, BOT, verschillende agressieteams, toezichthouders, medewerkers sociale zaken, docenten, horecaportiers en kwetsbare vrouwengroepen. Hij ontwikkelde mede de A.Z. toets voor de politie Nederland, leidde IBT-docenten voor de Douane, docenten R.T.G.B. en meer dan 150 con-collega’s omgaan met agressie op. 
Met twee Europees kampioenschappen jiu-jitsu, een 6e dan in judo en een 6e dan in jiu-jitsu op zijn naam, doceert Leo onder andere aan het C.I.O.S te Sittard en aan de Politieacademie. Zo leidt hij toekomstige docenten op om te werken bij defensie, politie en in de sportsector.
Gebaseerd op zijn jarenlange praktijkervaring richtte Leo ruim 15 jaar geleden bureau Op Eigen Kracht (http://www.opeigenkracht.nl/
) op en schreef hij het boek “Op Eigen Kracht”. Het boek is een leidraad voor weerbaarheid- en zelfverdedigingcursussen voor vrouwen. Voor het C.I.O.S. ontwikkelde Leo met succes de opleiding instructor Gevaarsbeheersing. Deze erkende en populaire opleiding trekt al jaren cursisten uit binnen -en buitenland